Anoniem/Het City-Theater te Amsterdam/1

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het City-Theater te Amsterdam
Auteur(s) Anoniem
Datum Dinsdag 19 maart 1935
Titel Het City-Theater te Amsterdam
Krant Het Vaderland
Jg 66
Editie, pg , Avondblad C, p. 1
Opmerkingen Bartel Wilton vermeld als Wilton, Oscar Rosendahl als O. Roosendaal
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

Het City-Theater te Amsterdam


      Het nieuwe City-thealer, dat aan het Kleine Gartmanplantsoen, dat is dus eigenlijk aan het Leidscheplein te Amsterdam, in aanbouw is – thans dreunen er de heimachines, die de palen in den bouwput slaan – zal, als er geen tegenvallers van beteekenis komen, in het najaar gereed zijn en zijn deuren voor het publiek openen.
      Het punt, dat het Haagsche City-Concern, waarvan de heer Wilton president-commissaris is, lijkt wel zeer gelukkig gekozen. De stadsontwikkeling van Amsterdam brengt, evenals die van alle groote steden in binnen- en buitenland, mede, dat de centra van het stadsleven in het verkeer zich naar de nieuwere punten der stad verplaatsen. Tot zulk een nieuw centrum was het Leidscheplein als groote invalspoort naar de City, met zijn Stadsschouwburg, zijn groote cafés als American, Trianon, Lido, zijn groote modemagazijnen als Hirsch en Maison de Vries en met de Leidschestraat als zeer belangrijke verkeersader, die erop uitmondt, reeds lang gegroeid. Het grandioze City-theater zal tot dezen verderen groei niet weinig bijdragen en omgekeerd was er nauwelijks een punt te kiezen, dat voor de exploitatie van een dergelijk gebouw betere kansen bood.
      De architecten, de heeren Jan Wils en O. Roosendaal, hebben dezer dagen van de in bijna Amerikaansch tempo in uitvoering zijnde plannen voor dit nieuwe theater een uiteenzetting gegeven.
      De groote zaal zal aan niet minder dan ruim 1800 toeschouwers plaats bieden. Deze schouwburgzaal zal, evenals de zaal van het Cinéac-theater, een cirkel-segment vormen, met het tooneel in den hoek.
      Voor den 10 meter breeden ingang wordt een ruime luifel met drie cassa’s gebouwd. Hij geeft toegang tot een smaakvol en geriefelijk ingerichte wachtruimte, die omstreeks duizend bezoekers het wachten tot een niet te groote kwelling zal maken; van deze ruimte komt men in een statig trappenhuis met twee breede, statige trappen en twee liften van een capaciteit van elk 16 personen, die naar het balcon en de loge voeren. Gelijkstraats komt er, behalve een groote fietsenbergplaals, een lunchroom.
      De wachthal krijgt een ruime, waaiervormige galerij met een groot venster, waardoor men een prachtig uitzicht op het Gartmanplantsoen en het Leidscheplein zal hebben en met een orchestruimte. De bioscoopzaal komt 3 meter boven deze galerij te liggen, die een ontwikkelde lengte krijgt van 40 m. Parterre en de kleine loges daarachter zullen 1000 plaatsen bevatten; het amphitheatervormige balcon met de loges daarachter 800. Terzijde van het balcon wordt het orgel ingebouwd; hoog boven het balcon de cabine voor den operateur.
      De tooneelopening zal 14 meter breed en 10 meter hoog zijn en een speeldiepte hebben van eveneens 10 meter.
      De 40 meter hooge toren van het gebouw zal geheel de functie van diensttoren hebben, waardoor, ook met liften, alle verdiepingen gemakkelijk bereikbaar zijn. Deze toren zal een zeer decoratief effect maken met zijn horizontale en verticale partijen in glas en des avonds bekroond worden met een Néonverlichting, die op verren afstand in de stad zichtbaar zal zijn.
      Het City-theater belooft het grootsteedsche karakter van het Leidscheplein in belangrijke mate te doen toenemen.