Anoniem/Het XIe Internationale Architectencongres/1

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het XIe Internationale Architectencongres
Auteur(s) Anoniem
Datum Dinsdag 30 augustus 1927
Titel Het XIe Internationale Architectencongres
Krant Nieuwe Rotterdamsche Courant
Jg, nr 84, 239
Editie, pg Ochtendblad, B, 1-2
Opmerkingen Joseph Cuypers vermeld als Jos. Cuypers, Dirk Frederik Slothouwer als D.F. Slothouwer, Hendrik Petrus Berlage als Berlage, Karel de Bazel als De Bazel, Michel de Klerk als De Klerk, Jan Rudolph Slotemaker de Bruine als Slotemaker de Bruine, Pierre Cuypers als Dr. Cuypers, Henri Evers als Evers, Jan Kalff als Kalff, Samuel de Clercq als S. de Clercq
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

[1]


[...]


Het XIe Internationale Architectencongres.


Vergadering van het permanente comité.


      In een gistermorgen in de Lairessezaal te ’s-Gravenhage gehouden vergadering van het Comité Permanent des Congres Internationaux des Architecten, onder voorzitterschap van den Italiaanschen architect Moretti, is benoemd, in de plaats van den aftredenden voorzitter van het Comité Permanent, Girault, de architect ir. Jos. Cuypers C. B. I. Het secrtariaat zal worden verplaatst van Parijs naar Brussel, terwijl de heer Poupinel honorair secretaris wordt.
      Tot voorzitter van het XIe Internationale Architectencongres, dat gisteren aanvingt, werd benoemd prof. dr. ir. D. F. Slothouwer B. I., tot vice-voorzitter ir. Jos. Cuypers C. B. I. en tot secretaris de heer Jan Wils.
      Nieuwe secties van eenige landen werden opgericht en geïnstalleerd, terwijl de vroegere secties der centrale mogendheden, die in 1914 van het lidmaatschap werden geschrapt, werden hersteld en aangevuld.


De opening van het congres.


      In de Ridderzaal te ’s-Gravenhage is gistermiddag het XIe Internationale Architectencongres geopend. Aan het congres nemen een 300-tal personen uit 22 verschillende landen deel.


Rede van den voorzitter.


      Prof. dr. ir. D. F. Slothouwer uit Amsterdam, die tot voorzitter van het congres is aangewezen, heeft gisteren deze taak aanvaard met het uitspreken van eener rede.
      Prof. Slothouwer merkt op, dat dit het eerste internationale architectencongres is, dat in Nederland wordt gehouden en sprak de erkentelijkheid van de Nederlandsche architecten uit voor de tegenwoordigheid van zoovele eminente personen. Ook dankte spr. den Prins, die het beschermheerschap van het congres op zich had willen nemen. Ondanks den grooten eenvoud, die de zittingen van het congres zou kenmerken, twijfelde de heer Slothouwer er allerminst aan, of de arbeid van het congres zou zijn vruchten afwerpen door de ernstige uitwisseling van denkbeelden en inzichten tusschen de collega’s der verschillende landen. Een 26-tal is op dit congres vertegenwoordigd.
      Spr. zou, als de tijd niet zoo beperkt was, door de geschiedenis geïnspireerd, al de nauwe betrekkingen kunnen aanwijzen, die met betrekking tot de bouwkunst bestaan hebben gedurende eeuwen tusschen de meeste andere landen en het onze. Niet alleen heeft onze aardrijkskundige ligging ons doen begrijpen, dat het noodzakelijk was, over onze grenzen te kijken en onze oogen te openen voor de ons omringende schoonheid, maar wij durven ook zeggen, dat in het „land van Rembrandt” zelf het verlangen naar het schoone nog levendig is. Het markante punt in de geschiedenis van onze bouwkunst is vooral dat wij, Hollanders geen voorkeur vertoonden voor de één of andere natie en dat wij door de eeuwen heen een artistieke verwantschap aan den dag legden met de meeste landen, die in de kunsthistorie een vooraanstaande rol gespeeld hebben. Na de middeleeuwen, toen onze architectuur gedurende het tijdperk der renaissance haar nationaal karakter verkreeg, denken wij in de eerste plaats aan Italië, waar de wieg stond van die groote beweging. Wij zijn voortdurend aan het zoeken en bestudeeren de resultaten, die ons toonen, hoe onze architecten en onze beeldhouwers hun inspiratie in Italië zijn gaan zoeken.
      Als wij willen zien het profijt dat de Nederlandsche architecten uit die inspiratie getrokken hebben, behoeven wij slechts te wijzen op de monumenten in de noordelijke landen en speciaal Denemarken en Zweden, met welke landen wij zoo nauw hebben samengewerkt. Hetzelfde kan van Noord- en Oost-Duitschland worden gezegd, waar tal van gebouwen herinneren aan de onze. Spr. wees voorts op de banden tusschen ons land en Engeland en Frankrijk in de 17e en 18e eeuw en wees erop dat vele andere betrekkingen, zooals die met Spanje, weinig bestudeerd bleven.
      In den loop der excursies zouden den congressisten proeven van onze bouwkunst der laatste 25 jaren worden getoond, proeven waaraan namen verbonden zijn als van Berlage, wijlen De Bazel en De Klerk. Spr. hoopte, dat men de noodige critiek ten beste zou geven, welke zij noodig hebben.
      De architectuur, moeder van alle kunsten, neemt in onze maatschappij nog niet die plaats in, welke zij verdient krachtens haar illustere geboorte. Dit moet anders worden en daartoe kan de internationale samenwerking meewerken. De poging, in die richting gedaan door de vereeniging van architecten der groote landen van Europa en Amerika vervullen met dankbaarheid.
      Spr. verzocht hierna den minister van arbeid, handel en nijverheid, het congres te openen.


Rede van den minister van arbeid.


      Minister Slotemaker de Bruine hield hierop in de Fransche taal de openingsrede:
            Dames en heeren!
      Mijn ambtgenoot van onderwijs, kunsten en wetenschappen, die voornemens was heden hier aanwezig te zijn om namens de Nederl. regeering het woord tot u te richten, is zeer tot zijn leedwezen door een ongesteldheid verhinderd dit te doen en heeft mij verzocht zijn plaats in te nemen. Ik kwijt mij gaarne van deze taak en verzeker U, dat Nederland en de Nederl. regeering zich gelukkig achten, dat gij in zoo groote getale gevolg hebt willen geven aan onze uitnoodiging om hier bijeen te komen. Ik heet u allen, in het bijzonder u gedelegeerden van andere gouvernementen en van architectenvereenigingen en -instituten van harte welkom en hoop dat gij U bij ons thuis zult gevoelen en hier de sfeer van rust en intimiteit zult vinden, die noodig is voor uw arbeid.
      Dames en heeren! Gij bevindt U op dit oogenblik in een gebouw, dat ik een van de alleroudste en belangrijkste stalen van de Nederlandsche burgerlijke bouwkunst mag noemen. Het staat hier sinds meer dan 650 jaar op ’n plek, die veelal het centrum was van ons landsbestuur en het zou u dus veel kunnen verhalen van de historie van mijn vadereland in haar op- en neer gaande bewegingen. Ik voel den lust in mij opkomen om aan de hand van dit gebouw het verleden tot u te laten spreken, maar ik mag niet te veel van uw tijd vragen en bepaal mij daarom tot een enkel detail, ontleend aan de zaal zelf, waarin wij thans zijn! Het brengt ons op het terrein van uw bijzondere belangstelling, de bouwkunst en hare appreciatie.
      Dit gebouw dan, dat eenmaal een Roomsch Koning tot verblijfplaats diende, dat de schitterende maaltijden der Gulden-Vlies-ridders binnen zijne muren zag aangericht, werd in het begin der vorige eeuw, na reeds tot loterijzaal te zijn misbruikt, tot een oefenplaats der soldaten verlaagd. En toen het dientengevolge in een toestand van schromelijke verwaarloozing was gekomen, zoodat ten slotte ingrijpen dringend noodzakelijk werd, heeft men in het jaar 1860 zich niet ontzien de toen nog aanwezige middeleeuwsche open bekapping weg te nemen en – den smaak van dien tijd volgend – deze te vervangen door een gietijzeren kap door zuilen van hetzelfde materiaal gedragen. Ik moet, als goed vaderlander, eenige aarzeling overwinnen om u deze daden voor oogen te stellen, maar zij lijken mij als aangewezen om de wijze te typeeren, waarop men zich toen ten tijde hier te lande tegenover de eigen bouwkunst en hare voortbrengselen stelde.
      Gelukkig geeft ditzelfde gebouw mij ook aanleiding, van blijder dingen te spreken en te constateeren, dat na de periode van verval een verheugende kentering is ingetreden; ik noem u dan den naam van de eenige jaren geleden overleden bouwmeester Dr. Cuypers, die sommigen uwer, naar ik mij vlei, zich nog zullen herinneren, omdat hij verschillende malen als gedelegeerde der Nederl. regeering uwe congressen bijwoonde, en vele jaren deel uitmaakte van uw „Comité permanent.” Vooral aan hem den onver-


[2]


moeiden strijder voor een goede monumentenverzorging, den redder van zoo menig overblijfsel onzer architectuur van vroeger tijden, is het te danken, dat de aan dit gebouw begane fout is hersteld en een zorgvuldig bestudeerde restauratie het teruggebracht heeft in den toestand, waarin hij het thans ziet.
      Het is intusschen niet uitsluitend op het gebied van de restauratie onzer historische monumenten, dat Dr. Cuypers’ verdiensten liggen: Nederland ontving uit zijn altijd werkzame handen een reeks van nieuwe gebouwen; hij moge bij het ontwerpen daarvan nog in het verleden hebben teruggegrepen en aan zijn schoone visie van de middeleeuwen bezieling hebben ontleend voor zijn scheppingen, hij moge m.a.w. een reeds voltooid systeem gevolgd hebben, ten slotte was hij het toch die na den tijd van verwording weer vastheid en weloverwogenheid in onze bouwkunst bracht. Hij bereidde de komst voor van een Berlage en de vele andere bouwmeesters, die zich in Nederland thans wijzen, aan wat uw voorzitter zooeven noemde „la création d’une nouvelle architecture”. Of deze uitdrukking recht van bestaan heeft is een vraag, die ik niet mag beantwoorden.
      Maar wat ik wel met voldoening mag vaststellen, is dat sinds de door mij zooeven aangeduide periode van verval zich hier te lande deze verheugende verandering voltrokken heeft, dat onverschilligheid voor de bouwkunst heeft plaats gemaakt voor een veelbelovende belangstelling, dat volk en bouwkunst althans bezig zijn elkander weer te naderen.
      De Nederlandsche Regeering heeft steeds met oprechte belangstelling den arbeid uwer congressen gevolgd en beseft ook de groote beteekenis van de problemen, aan welker oplossing gij U thans gaat wijden. Moge op uw werk Gods zegen rusten. Intusschen lijkt het mij toe, dat de grootste beteekenis van een Internationaal Congres mede hierin gelegen is, dat het mannen en vrouwen uit alle oorden der wereld bijeenbrengt, dat het leidt tot het besef, dat wij bij de verschillen die mogen bestaan, ten slotte broeders en zusters zijn, leden van het ééne groote gezin der Menschheid, hetwelk behoort te leven in één enkele woning. Moge het U, bouwmeesters uit alle oorden der wereld, gegeven zijn, in deze week van gemeenschappelijken arbeid eenige steenen aan te dragen voor het optrekken van dat schoone gebouw, welks lijnen ons in onze beste oogenblikken soms voor den geest staan.
      Met dezen wensch verklaar ik dit congres voor geopend.


      Het congres werd o.m. door dr. H. P. Berlage bijgewoond.
      Nadat minister Slotemaker de Bruine was uitgesproken, brachten achtereenvolgens de heer Duffek, gezant van Oostenrijk, en de afgevaardigden van België, Denemarken, Hongarije, Finland, Italië, Portugal, Roemenië, Zweden en Tsjecho-Slowakije en van de steden Warschau en Boedapest hun beste wenschen namens hun landen en steden voor het welslagen van het congres over. De Belgische afgevaardigde wees o.m. op het belang van het onderwerp „wettelijke bescherming van den architectentitel”, dat op de agenda van het congres voorkomt.
      De heer Poupinel, honorair secretaris, bracht eenige op het in 1911 te Rome gehouden architectencongres behandelde punten in herinnering, betrekking hebbende op den architectentitel, en hij huldigde de nagedachtenis van dr. Cuypers.
      Te half vier werd het congres geschorst.


Werkzitting.


      In de gisternamiddag om vier uur in de Rolzaal begonnen werkzitting van het congres was aan de orde de bespreking van het onderwerp: internationale prijsvragen voor architecten. Voorzitter dezer zitting was de heer Jan Wils.
      De heer G. Hendrickx (Brussel) las in deze zitting een schrijven voor, dat de Société entrale d’architecture de Belgique met betrekking tot de prijsvraag voor een gebouw voor den Volkenbond heeft gericht tot het secretariaat-generaal van dien bond en waarin wordt geprotesteerd tegen de wijze waarop die prijsvraag door de jury is behandeld. Met name heeft het groote teleurstelling gewekt, dat de jury geen enkele van de 377 ingekomen ontwerpen voor uitvoering geschikt heeft geacht, welke teleurstelling nog aanmerkelijk is vergroot, nadat men in de gelegenheid was geweest te Genève de ingekomen ontwerpen te bezichtigen.
      De heer Johnson (Amerika) achtte het congres niet comptetent om ten deze een beslissing te nemen. Hij deelde overigens de tegen de Volkenbondsprijsvraag ingebrachte bezwaren.
      Verschillende buitenlandsche afgevaardigden deden mededeelingen over de in hun landen in de architectenwereld geldende meeningen omtrent internationale prijsvragen in het algemeen.
      Ir. Jos. Cuypers gaf een uiteenzetting van het Nederlandsch standpunt, dat hierop neerkomt:
      De algemeene beginselen, in de „Recommandations” neergelegd, moeten, nadat daarin de noodige wijzigingen zijn aangebracht, bindend worden verklaard voor de leden der organisaties die de regelen aanvaarden, zoodat het hun niet geoorloofd is, zich met prijsvragen in te laten, waarbij deze regelen niet in acht zijn genomen.
      Er moet een college worden ingesteld, dat in het algemeen de naleving der regelen controleert en in het bijzonder de programma’s aan de Regelen toetst en in hoogste instantie uitspraak over de juistheid daarvan doet.
      Dit college kan voor de architectuur-prijsvragen het Comité Permanent des Architects zijn.
      Het is gewenscht, dat er een gemeenschappelijke regeling in het leven worde geroepen voo alle internationale prijsvragen op het gebied der beeldende kunsten en dat de Nederlandsche commissie, die dit punt in studie heeft, wordt uitgenoodigd voorstellen voor een dergelijke regeling te formuleeren in overleg met alle organisaties die daarvoor in aanmerking komen.
      Aan het einde der zitting diende de heer Hendrickx namens de Belgische delegatie een motie in, houdende afkeuring van de wijze, waarop de Volkenbondsprijsvraag is behandeld.
      Deze motie zal a.s. Donderdag aan de orde komen.


      Des avonds 7 uur vereenigden de congressisten zich aan een gemeenschappelijken maaltijd in De Twee Steden.


Ontvangst door de regeering.


      De regeering heeft gisteravond 9 uur in de Ridderzaal, die voor deze gelegenheid fraai met palmengroen was versierd, de deelnemers aan het elfde int. architectencongres en verdere genoodigden ontvangen.
      Tot de genoodigden behoorden de gezanten van Frankrijk, Oostenrijk en Spanje; de zaakgelastigden van België, Duitschland, Hongarije en Tsjecho-Slowakije, de vice-president van den Raad van State, mr. dr. W. F. v. Leeuwen; baron v. Lynden, chef van den Rijksgebouwendienst, als vertegenwoordiger van minister De Geer; jhr. mr. Feith, secretaris-generaal dept. van onderwijs; de burgemeester van Rotterdam, mr. dr. Wytema; de heer Quant, wethouder van ’s-Gravenhage; de Haagsche gemeente-secretaris, mr. dr. Ter Pelkwijk; de rector magnificus der Technische Hoogeschool, prof. Jansen van Raay; verscheidene hoogleeraren van de afd. bouwkunde van de T. H. en de oud-hoogleeraar der school, prof. Evers; dr. J. Kalff, directeur van het Rijksbureau v. d. monumentenzorg; ir. Lely, directeur van gemeentewerken; mr. J. F. v. Royen, voorzitter der vereeniging Ambachts- en Nijverheidskunst; P. G. Buskens, voorzitter der Mij. tot bev. der Bouwkunst; S. de Clercq, oud-voorzitter dier Mij.; Albert Vogel, voorzitter van den Haagschen Kunstkring; vertegenwoordigers der Buitenlandsche Persvereeniging en van den Ned. Journalistenkring e.a.
      Prof. Slotemaker de Bruine, minister van arbeid, handel en n[ij]verheid sprak namens zijn ambtgenooten van onderwijs, K. en W. en van financiën, een welkomstwoord tot de genoodigden. De bouwkunst, zijnde de kunst van de staat – aldus spr. – is wel als weinig andere zoo onderworpen aan de critiek van het publiek. In de oogen van den vakman zal het dikwijls voorkomen, dat deze critiek een ketterij of een beminnelijke domheid wordt genoemd. Spr. achtte zich gelukkig, dat hij geenzins de bedoeling kon hebben, over de bouwkunst hier te discuteeren. Verder herinnerde hij eraan, dat hij dezen middag gezegd had, dat het groote gewicht van een internationaal congres is, bij te dragen tot de vereeniging van de leden der grooter familie: De mensch, is. Nogmaals heette hij de genoodigden welkom, waarna prof. Slothouwer een dankwoord sprak.
      Deze ontvangst – aldus spr. – op het historische Binnenhof, een der monumenten in het hart van Den Haag, ja in het hart van Nederland, heeft op de genoodigden ongetwijfeld een grootschen indruk gemaakt. Spr. verzocht den minister de gevoelens van hulde vaan het congres te willen overbrangen aan de Koningin, die thans op haar terugreis uit het buitenland is.


Het programma voor vandaag en morgen.


      Vanochtend om 9 uur vertrekken de deelnemers naar Rotterdam, waar in de sociëteit Doelen de tweede werkzitting plaats heeft, op welke zitting de wettelijke bescherming van den architectentitel en de bescherming van het auteursrecht worden behandeld. Verder zal o.a. een bezoek aan het vliegveld Waarhaven worden gebracht, gevolgd door een ontvangst te 9 uur op het raadhuis, door het gemeentebestuur van Rotterdam.
      Woensdag worden tochten door Den Haag en omstreken en een bezoek aan Delft ondernomen.
      Het congres, dat zich Donderdag naar Amsterdam begeeft, duurt tot en met 4 September.

Overige vindplaatsen[bewerken]