Anoniem/Het XIe Internationale Architectencongres/2

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het XIe Intern. Architectencongres
Auteur(s) Anoniem
Datum Zondag 4 september 1927
Titel Het XIe Intern. Architectencongres
Krant Het Vaderland
Jg 59
Editie, pg Ochtendblad B, 3-4
Opmerkingen Hendrik Wijdeveld vermeld als Wydeveld, Willem Dudok als Dudok, Hendrik Petrus Berlage als Berlage,Piet Kramer als Kramer, Jan Frederik Staal als Staal, Michel de Klerk als De Klerck, Siegfried Theiss als Theiss en Adolf Loos als Los
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

[3]

[...]

HET XIe INTERN. ARCHITECTENCONGRES


Wils en Wydeveld de uitverkorenen


Wat het Congres besloot


DUDOK TRIOMFATOR


      Gisterochtend is een rondrit door Amsterdam-Zuid gemaakt, waarbij werk van Berlage (Mercatorplein), Wijdeveld (Hoofdwijk), Kramer, Staal en de anderen, die deze stadswijk bouwen.
      De rit had zijn eindpunt aan het Centraal-station, vanwaar men naar Hilversum vertrok. In den trein bespraken we met prof. Theiss, architect Schmid en dr. Bierman (Boedapest), wat ze al zoo gezien hadden. Ze waren het heelemaal eens dat van het werk, dat den eersten dag getoond is, het Stadion van Jan Wils verreweg het beste is en van dat van den tweeden dag de Hoofdwijk van Wijdeveld. Zuid is in zoover tegengevallen dat de „schortjesarchitectuur” — welke qualificatie hun uitnemend voorkwam — duidelijk bewijst, dat de architecten slechts gevelwerk gemaakt en zich met den plattegrond niet ingelaten hebben. In Oostenrijk wist men niet, dat deze wijze van werken hier werd toegepast, maar het is de oplossing geweest van de vraag welke ze zich hadden gesteld, hoe het mogelijk was, dat achter de massale gevels, waar men groote bureauxruimten e. a. zou verwachten, enkel arbeiderswoningen als een honingraat zaten. In Oostenrijk zou deze wijze van werken zeker niet worden toegepast. Daar ontwerpt de architect gevel én plattegrond, welke toch het belangrijkste element van den bouw uitmaakt. Een huis moet van binnen uit gebouwd worden, en dan spreekt de indeeling uit den gevel.
      Vandaar dan ook dat wel de massawerking van de bouwwerken in Amsterdam goed beoordeeld werd, maar dat de heeren als gemiddelde den Haag veel beter vinden, aangezien daar uit den bouw spreekt, dat de architect ook den plattegrond verzorgt.
      De Klerck, aldus prof. Theiss, is de pionier geweest, maar Wijdeveld heeft zich al vrij gemaakt. De Klercks werk heeft slechts waarde voor de historische ontwikkeling der bouwkunst. Als hij nog leefde, zou de Klerck wellicht al de romantiek al afgelegd hebben, welke we te boven zijn.
      Het Stadion van Jan Wils zal iets buitengewoons worden — dat is een prachtwerk, ganz famos!
      Wat de ontwikkeling der bouwkunst betreft, meent hij dat deze sterk heeft gestaan onder den invloed van Otto Wagner. Oostenrijk was in zeker opzicht Holland al vervooruit, want Los was in 1909 al je wildste Le Corbusier, die nu als de meest radicale moderne wordt beschouwd.
      Toen de wijze van werken ter sprake was, werd lang van gedachten gewisseld over de Amsterdamsche methode om den bouwondernemer een bepaalden architect aan te wijzen. Wie bepaalde dat? We wezen o.a. op het optreden der Schoonheidscommissies, waarin architecten zitting hebben en in den Haag een architect secretaris is, wat Schmid de schouders deed ophalen, Bierman aan ’t lachen maakte en Theiss een hartgrondig: Godlof, dat we die kwijt zijn’ ontlokte.
      Beschouwen Schmid en Theiss dus het gemiddelde van den Haag als veel beter dan dat van Amsterdam, beiden zijn het ook eens dat Wils Papaverhof hier in den Haag „wirklich hervorragend” is. Ook zijn flatwoningen zijn uitnemend werk, „ganz aufgeklärt und vollauf befriedigend”. Naast deze beide werken werd genoemd Berlages Christian Science kerk, waarvan men onmiddellijk ziet dat ze van binnenuit gebouwd is.

In Hilversum

      Onder alle gedachtenwisseling door had de trein ons in Hilversum gebracht. Een geweldige reeks autobussen voerde ons dra door de villawijk, waar Hilversum, om een woord van Wijdeveld te bezigen, door alle zonden is heen gegaan, langs werk van Dudok, Symons, Hanrath, S. de Clercq, toen naar het Spanderwoud en naar ’t Palace-Hotel, waar het noenmaal zou gebruikt worden.

De besluiten.

      Nadet prof. Slothouwer had medegedeeld, dat burgemeester Reymer zich nog had weten vrij te maken en mee aanzat, dat het Comité Permanent de uitnoodiging van de stad Boedapest om daar in 1930 het congres te houden had aanvaard en dat op het telegram van hulde aan de Koningin een telegram van dank was ontvangen, na welke woorden op voorstel van Hongarije’s afgevaardigde een daverend eljen! eljen! eljen! klonk, las secretaris-generaal Jan Wils voor de besluiten, welke het Comité Permanent eenstemmig heeft genomen naar aanleiding van de discussie in de werkvergaderingen over de diverse thema’s.
      I. De architecten in Den Haag vergaderd, vereenigen zich met de te Rome op het congres van 1911 vastgestelde Regelen betreffende het deelnemen aan internationale prijsvragen. Ze dragen het bureau van het Comité Permanent op aan een volgende vergadering een voorstel te doen tot aanvaarding van een nieuw artikel betreffende de volstrekte nakoming van het reglement door de leden.
      II. De titel en het beroep van architect moeten beschermd worden door de wetten in elk land afzonderlijk volgens de desiderata van het congres van Rome. Het Comité Permanente wordt belast met een uitwisseling van den tekst der wetten, welke zijn aangenomen door de verschillende regeeringen (een bescherming, welke reeds officieel wordt toegepast in Italië, Spanje, Portugal, Hongarije en Zuid-Slavië).
      III. De architect die den, door de wet van zijn land erkenden en beschermden titel bezit, moet het recht hebben zijn beroep vrijelijk in elk land ter wereld uit te oefenen (met toepassing van de wederkeerigheid).
      IV. De uitoefening van het auteursrecht en de artistieke eigendom moeten niet aan eenige voorwaarde of formaliteit zijn onderwerpen; het uitsluitend recht van reproductie zal minstens 50 jaar na den dood van den auteur en den architect duren ten bate van zijn nabestaanden; dit uitsluitend recht van reproductie zij onafhankelijk van het bezit van het materieele voorwerp en den artist voorbehouden behalve bij formeele tegenovergestelde over eenkomst; het moreele recht van den artist worde gewaarborgd; de architectuur worde met de schilderkunst en de beeldhouwkunst en gelijk alle grafische kunst beschermd; aanhalingen in critieken, polemieken enz. moeten letterlijk geschieden en met nauwkeurige aanwijzing van de bron.
      V. Het congres constateert dat de afgevaardigden van alle landen het eens zijn, dat de scheiding tusschen de architecten en de bouwondernemers zeer scherp moet zijn. Het verzoekt het Comité Permanent zoo spoedig mogelijk een eere-code voor te bereiden.
      Den officieelen afgevaardigden en den leden van het Comité Permanent wordt verzocht dit besluit te doen nakomen.
      Op voorstel van het Comité Permanente verzoekt het congres de nationale secties in elk land te propageeren voor de oprichting van Raden van Toezicht, vakvereenigingen of architecten-organisaties op voorbeeld van Italië, Hongarije en Polen, welke duidelijk het onderscheid tusschen het beroep van architect en dat van bouwondernemer aangeven.
      Deze besluiten werden met applaus ontvangen. De officieele afgevaardigden van Polen en Portugal verklaarden zich geheel eens het deze besluiten.

Dudok triomfator.

      Toen de koffie was gebruikt, werd weer in de autobussen gestapt, welke naar het tuindorp reden, dat architect Dudok, de Hilversumsche directeur van gemeentewerken heeft gebouwd. Aan de uitlatingen was al spoedig te merken dat dit werk buitengewoon in den smaak viel. In al zijn eenvoud, welke haast op het simpele af is, trof het alle landaarden diep. Als je zoo’n woning ziet, verklaarde de Keulsche architect Mattar b.v., dan zeg je, die is natuurlijk, die is zoo gegroeid uit den grond; ze moest zoo zijn en niet anders. Geen gepraat, geen theorie, ’t huis staat er en ’t moest er staan. ’t Heeft er al honderd jaar geleden gestaan en ’t zal er over honderd jaar nòg zoo staan. En wij vinden ’t nu zoo heel mooi, en over honderd jaar zullen ze ’t nog zoo héél mooi vinden.
      De indeeling, de gevel, het dak, het licht, alles is even natuurlijk. De straten met hun niet afgesloten grasband, de grasveldjes in de inspringende hoeken, ook al niet afgesloten, ’t moest zoo zijn en niet anders. De straten zijn niet zoo breed, dat het groote verkeer hinderlijk kan worden, maar toch weer wel zoo breed, dat de bewoners den hemel om zich hebben. Prachtig fijn zijn de hoogte der woningen en de breedte der straten tegen elkaar afgewogen.
      Alles duidt er op, liet hij er op volgen, dat er toch een zekere welgesteldheid moet zijn, hoe zou men zich anders zulke breede tegeltrottoirs en geteerde wegen, zooveel groen kunnen veroorlooven? En zoo zindelijk als ’t er allemaal uitziet! De menschen zijn wel peinlich sauber. Later vertelde een Hilversumsche dame ons, dat inderdaad de bewoners heel netjes op hun wijk zijn.
      Heel het groote tuindorp hebben we bezocht, geen straat is overgeslagen — ook de beide door de architecten Verschuyl en Vormter gebouwde, eer Dudok begon, zijn bezigtigd.
      Ware dus de verwachting al door de arbeidswoningen verre en verre overtroffen, het bezoek aan de beide scholen, de Fröbelschool en de school met het rieten dak, (hoe ze heet is ons ontgaan) — de eerste school van het drietal hebben we enkel van buiten gezien — sloeg alle records van bewondering. Of we al kolommenlang uitweidden over die meer dan schitterende Fröbelschool, waarvan zoo heel veel te vertellen zou zijn, zou toch nog een flauw beeld geven van dit staal van groot-meesterlijke bouwkunst. Men zag, men bewonderde, men was enthousiast. Letterlijk niemand die niet verrukt was; de vertegenwoordigers der Romaansche landen, die nu eenmaal wegens verschil van materialen, klimaat, weersgesteldheid, zeden, levensomstandigheden, heel anders moeten bouwen dan wij, waren al even verrukt als de vertegenwoordigers der Germaansche landen.
      Ik moet er mijn meening over zeggen? zei Herr Schmid. Ik kan slechts zeggen: einfach grossartig! Dàt is bouwen!
      Prof. Theiss was al even verrukt. ’t Overtreft alles wat ik me had voorgesteld en alles wat we tot dus ver hebben gezien. Der Dudok hat den Vogel abgeschossen!
      En prof. Kreiss, die in zoo breede kringen beroemde Kreiss, vatte zijn oordeel samen in de volgende typische woorden: Die school heeft slechts één gebrek, en wel, dat ik ze niet gebouwd heb!
      We zullen ons niet laten verlokken om door nu nog over deze bouwwerken zelf te schrijven, den indruk van deze critiek ongewild te verzwakken.
      Wel daarentegen moeten we nog vertellen, dat de Oostenrijkers onmiddellijk de koppen bij elkaar hebben gestoken. De man die dit magistrale werk kon maken, moest...... Ja, wat moest hij?......... Toen we van den rondgang terug waren in het hotel, gingen de Oostenrijkers en corps naar Dudok toe en namen hen deelde prof. Theiss den Hollandschen architect mede, dat hij was benoemd tot correspondeerend lid van de Centrale Vereeniging van Oostenrijksche Architecten — een spontane huldiging door collega’s, welke hem zichtbaar genoegen deed.

De Receptie.

      Het gemeentebestuur van Hilversum, vertegenwoordigd door den burgemeester, de wethouders, talrijke raadsleden en de secretaris ontving de congressisten en hun dames in het hotel.
      Burgemeester mr. P. J. Reymers, die Engelsch sprak, heette de gasten namens het gemeentebestuur hartelijk welkom, al was ’t dan niet in een eigen zaal, maar hoopte dat als men Hilversum weer de eer van een bezoek zou aandoen, het nieuwe raadhuis, waarvan men de plannen had gezien, dan zal behooren tot de gebouwen welke bezichtigd worden en dat de gemeente de gasten dan in haar eigen huis zou kunnen ontvangen. (Applaus).
      De problemen, welke de architecten trachtaen op te lossen zijn niet alleen van beteekenis voor hen zelf, doch niet minder voor elk stadsbestuur van den modernen tijd. Om b.v. slechts één ding te noemen, kan geen bestuur onverschillig staan tegenover de groote quaestie van de stadsontwikkeling.
      Hilversum verwelkomde als tuinstad de bouwers van een monument van werkelijke beschaving en cultuur, wier arbeid een levend en welsprekend protest is tegen alle vernietiging. Haar arbeid kan slechts vrucht dragen in een wereld van vrede en goeden wille. Maar allen werken met gemeen doel en gemeene belangen.
      Hilversum vond iets vleiends in het bezoek van de congressisten, aangezien dit


[4]

bewees, dat er iets is, dat zelfs voor zulke bij uitstek deskundigen de moeite van een bezoek waard is. Men zou tijdens het korte bezoek wel hebben opgemerkt, dat verschillende zaken van moderne architectuur de bijzondere aandacht hebben van de gemeentelijke autoriteiten en gezien hebben dat de gemeente haar speciale aandacht heeft gewijd aan de stichting van woningen voor haar betrekkelijk aanmerkelijke arbeidersbevolking. De burgemeester vleide zich met de hoop, dat men zou toegeven, dat er een leidende gedachte is in de stadsontwikkeling van Hilversum.
      Waarop een luid handgeklap een antwoord gaf dat aan duidelijkheid niets te wenschen overliet.
      Prof. Slothouwer slagvaardig als immer, erkende in zijn antwoord, dat men met voordacht de congressisten naar Hilversum had gebracht om hun te laten zien hoe een tuinstad wezen kan. Helaas is er hoe een tuinstad wezen kan. Marvellous! Zinedaar hoe de heeren hun meening uitten over hetgeen hun is getoond. Helaas is er slechts één Hilversum en aangezien men geen komedie wil spelen en Hilversum laten zien en dan de indruk vestigen dat het elders net zoo is, legde hij dit feit nadrukkelijk vast. Hij bracht hulde aan het gemeentebestuur, dat door zijn besluiten mogelijk heeft gemaakt, dat de tuinstad geworden is tot wat ze is en waarvan hij, na al hetgeen hij van de congressisten in alle talen gehoord heeft, zei dat ’t alles overtreft, wat ze tijdens het congres gezien hebben. Van harte sprak hij daarom ook een woord van hulde aan den man, die dit alles heeft gemaakr, architect Dudok. Een geweldig applaus barstte los — een spontane ovatie van de collega’s aan den collega, die volgens aller overtuiging, hetzij van Scandinavischen fo Romaanschen of Germaanschen huize het beste werk heeft geleverd, dat men heeft gezien. En de storm van toejuiching legde zich niet eer, dan nadat Dudok in ’s hemelsnaam alle bescheidenheid op zij had gegoeid en aan de officieele tafel was opgestaan om met een hoofdneiging en een handwuif te danken.
      Toen sprak prof. Slothouwer een woord van waardeering en dank aan mevrouw Dudok, die zorht, dat haar echtgenoot zoo goed zijn werk kan verrichten en hem helpt — bij den rondgang leidde ze ook een der groepen — wat door een hartelijk applaus werd onderstreept.
      Daarop werden ververschingen rondgediend en het is een zoo gezellig uurtje geworden, dat maar net op het nippertje de trein nog is kunnen worden gepakt, welke het gezelschap naar Amsterdam terugbracht, waar des avonds het Concertgebouworkest een concert heeft gegeven.
      De dag van heden zal het einde der congresweek brengen.
      Vanochtend worden uitstapjes gemaakt naar Marken en Volendam, naar de sluiswerken van IJmuiden en naar Schiphol en vanavond besluit het feestmaal in de Celotezaal van Artis het congres.