Anoniem/Het nieuwe gebouw van de OLVEH

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het nieuwe gebouw van de OLVEH
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 23 juli 1932
Titel Het nieuwe gebouw van de OLVEH. Pronkstuk van samenwerking tusschen Directie en Architect. Architectuur Jan Wils
Krant Het Vaderland
Jg 64
Editie, pg Avondblad C, 1
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

HET NIEUWE GEBOUW VAN DE OLVEH


Pronkstuk van samenwerking tusschen Directie en Architect


——————

Architectuur Jan Wils

——————


      Een fijn en geestig fakkeltorentje zal voortaan aan stadgenoot en vreemdeling verkondigen — overdag in wazig witgouden letter, ’s avonds in vlammend schrift — dat op den hoek Kortenaerkade—Anna Paulownastraat een Maatschappij voor Levensverzekering zetelt, die in korten tijd een record van vertrouwen wist te veroveren. Immers pas 1 Juli 1879 begon de Onderlinge Verzekeringsmaatschappij Eigen Hulp haar bedrijf ten huize van den oprichter jhr. mr. G. de Bosch Kemper. De uitbreiding maakte verhuizen noodig naar Bankastraat, Denneweg (gehuurde panden). Daarna schafte de jonge maatschappij zich een eigen huis aan. Kortenaerkade 3, en vandaag betrekt zij een paleis, dat ongeveer de helft der Kortenaerkade en een stuk Anna Paulownastraat beslaat en dat Jan Wils met uiterst gelukkige hand voor haar heeft opgetrokken. De groei van het verzekerd kapitaal: 1890: f5.566.218; 1900 f22.000.000; 1910 f35.000.000; 1920 f71.500.000 en 1931 f122 5000.000 rechtvaardigt niet alleen paleisbouw in dezen tijd, maar geeft de directie zelfs recht op openbaren dank, daar zijn malaise bestreed met durf, ondernemingslust en vertrouwen, een trits, waartegen de Ellende-dame eenvoudig niet op kan, te minder waar de Olveh niet alleen haar nieuwe woning dadelijk betaalde, maar de kosten ook tot den laatsten cent kon afschrijven.
      Och dat we allemaal zonen of dochteren of kleinkroost van Olveh mochten wezen!

      Gistermiddag hebben wij reeds in den besloten kring van Directie en Architect op ons gemak het monumentale verzekeringshuis mogen bekijken.
      De directeuren, de heeren mr. C. J. Snijders en mr. H. K. Versteeg, ontvingen ons in de fraaie met mahoniehout betimmerde en Wilsmeubels gemeubileerde (uitvoering van H. P. Mutters en beeldhouwwerk van Theo Vos) vergaderzaal van Commissarissen. Mr. Snijders sprak het welkom en gaf, na zijn dank te hebben betuigd aan Jan Wils èn voor zijn werk èn voor zijn boven allen lof verheven samenwerking, het woord aan Jan Wils, die werkelijk glom van overwinningsvreugde en terecht o.i. zoo glimmen mocht. Jan Wils gaf daarop een werkelijk boeiend bouwverhaal, maar voor hij tot de architectuur kwam, wentelde hij een stuk van zijn succes af op de Directie. Het bleek namelijk, dat de samenwerking tusschen Directie en Architect ideaal is geweest. De directeuren leidden Jan Wils in in de practische behoeften van hun bedrijf en de architect had den schoonsten en eenvoudigsten vorm te scheppen. Er viel wel eens een woord vermoedelijk over te ver gedreven nuchterheid en aan den anderen kant hoorden wij de betiteling „schoonheidswellusteling”, maar ten slotte vonden de heeren altijd weer elkaar op den beganen grond. Jan Wils wist zich door de intimiteit, welke levensverzekeringsbedrijf van bankbedrijf onderscheidt, te laten inspireeren en de directeuren lieten zich daardoor op hun beurt tot overschrijding van de nuchtere zakelijkheid bewegen en op die manier is o.i. een geheel tot stand gekomen, dat onze stad een zeer mooien hoek meer heeft geschonken — wat een schitterende afsluiting van het Piet Hein-plein hebben we gekregen! — en aan het nobele bedrijf der Levensverzekering een volkomen werkplaats, welke aan de Olveh zal worden benijd, maar niet misgund.
      En nu laten we, zonder onderbreking, maar besnoeid, Jan Wils aan het woord.

De geschiedenis van den bouw.

      Op 20 Augustus van het vorig jaar is het aannemingscontract — begin de heer Wils — van het OLVEH-gebouw geteekend; op 14 November had de eerste-steenlegging plaats, nadat bijna twee maanden noodig waren geweest om de oude perceelen Kortenaerkade 1, 2, 3 en Anna Paulownastraat 1 af te breken; op heden 23 Juli 1932 is het werk klaar en zal de Directie van OLVEH weer zetelen op den hoek van de Kortenaerkade en Anna Paulownastraat. Er is hard gewerkt; het gebouw beslaat een oppervlak van 675 M2. en heeft een inhoud van 10605 M3.
      De grondslagen van het plan waren te vinden in het typische gebruik. Het levensverzekeringsbedrijf bestaat uit een aantal scherp gescheiden afdeelingen; de boekhouding met de kas, de wiskundige afdeeling, de afdeeling van de reserve, in dit geval nog een afdeeling van volksverzekering, de expeditie en dan ten slotte het archief, dat bij levensverzekering zeker niet de minst belangrijke van de afdeelingen is. Al deze met hun werkvertrekken en chefkamers zijn in zich zelf besloten groepen, die zelfstandig werken, maar toch op een heel eenvoudige manier met elkaar in verbinding moesten worden gebracht. Dit centrale punt is de hal met de daar omheen loopende gang.
      Het plan vertoont twee rechthoekig op elkaar geplaatste vleugels. In den knik ligt de hal.
      Er was nog een onderdeel, dat voor alle afdeelingen van gelijk belang is, n.l. de veilige opberging van de stukken, die in behandeling zijn of op afdoening wachten. Dit vraagstuk is opgelost door op elke verdieping een ruime brandvrije bergplaats te maken, waarin vaste stellingen staan en waarin elken avond de wagens met de kasten, die de stukken bevatten, worden binnengereden en opgeborgen. Deze bergplaatsen liggen alle boven elkaar en gaan dus als een zelfstandig huis van gewapend beton met ijzeren branddeuren van onder tot boven door het gebouw. Achter deze bergplaatsen om loopt een dienstingang voor de verbinding der afdeelingen op dezelfde verdieping. Aan deze dienstingang liggen de diensttrap en een personenlifr en verder, ter weerszijden van de trap, de toiletten.
      De indeeling van het gebouw is als volgt:
      De ingang voor het publiek is op den hoek van de Kortenaerkade en de Anna Paulownastraat. Over een terras beschut door een luifel komt men in de vestibule met de portiersloge. Draaideuren geven toegang tot de hal. Aan de korte zijde, diametraal tegenover den ingang liggen de kassa’s. De bezoekers overzien dus bij het binnenkomen de geheele hal. Er vallen bij het verzekeringsbedrijf meermalen vertrouwelijke mededeelingen te doen en door de toegepaste methode van de gescheiden kassa’s kan een ieder vrij en vertrouwelijk spreken met den vertegenwoordiger van het bedrijf. Aan de rechterzijde van de hal zijn de hoofdtrap en de lift. De trap is niet opgevat als een pompeuze statietrap, maar heeft een zakelijke breedte.
      De ingang voor het personeel is aan de Kortenaerkade. Achter de deur voert een helling naar het sousterrain. Aan het eind van de helling is een bergplaats voor ongeveer 90 rijwielen. Halverwege zijn deuren, die naar een centrale ruimte voeren, waaraan de groote kleedkamers voor de dames en de heeren liggen. In het midden van het sousterrain ligt de kluis. De voorruimte van de kluis is alleen bereikbaar met de directielift. De voorruimte is nog weer door een zwaar ijzeren hek gescheiden van het voorportaal der kluis en in dat voorportaal staat de machtige kluisdeur, 54 c.M. dik. De wanden en het dak van de kluis zijn van gewapend beton met een dubbele zware wapening, en binnen in de kluis bevindt zich een pantsering van glasharde stalen platen van 1 c.M. dikte, zoodat inbraak hier wel volkomen uitgesloten mag worden geacht.
      Van de straks genoemde voorruimte komt het personeel door de dienstgang op de trap en de lift naar de afdeelingen op de verschillende verdiepingen. Aan het eind van de eerste dienstgang ligt het dagelijksch archief, met uitgebreide reeksen stalen stellingen voor de dossiers.
      Een gedeelte van het sousterrain, natuurlijk door brandmuren en stalen deuren van de overige vertrekken afgesloten, bevat de centrale-verwarmingsinrichting met ketels voor het stoken van olie.
      Aan de Anna Paulownastraat is een tweede dienstgang, die zoo breed is, dat men daar met een auto kan binnenrijden.
      Op de eerste verdieping liggen aan de galerij om de hal de vertrekken van de directie en de vergaderzaal. Naast de kamer van de directie is die van den secretaris en van de correspondentie. De zoldering en de wanden van dit vertrek hebben een bekleeding van geperforeerde celotextegels, om het geluid van de schrijfmachines op te nemen. Verder zijn hier de spreekkamer van de directie en de kamer van den adjunct-directeur. In den vleugel van de Anna Paulownastraat liggen de afdeeling expeditie met de postkamer en de daartoe behoorende vertrekken en de kamer van de dokter met een onderzoekkamer.
      Op de tweede verdieping vindt men de afdeelingen van de volksverzekering, de reserve, de kamers van den hoofdinspecteur, den wiskundigen adviseur, de reclame, accountant, bibliotheek en oud-archief. Op de derde verdieping is de afdeeling met de kantoormachines, de telefooncentrale, de lunchroom van het personeel en de woning van den concierge ondergebracht.
      Het spreekt vanzelf dat van alle kanten getracht is voorzorgen te nemen tegen brand en de onderhoudskosten zoo laag mogelijk te houden. Het geraamte van het gebouw bestaat uit kolommen en balken met vloeren van gewapend beton met buitenwanden van baksteen. De binnenwanden, die dienen tot begrenzing van de afdeelingen zijn van glas in stalen ramen, waardoor het mogelijk is zonder veel te breken naar behoefte die wanden te verplaatsen. Er is zoo goed als geen hout gebruikt. De hal is bekleed met marmer, zwart en wit, en heeft deuren van palisander. De wanden van de werkvertrekken en de gangen zijn bekleed met marpressiet, d. i. een soort bakelith geperst op martinit. Dit materiaal wordt gemaakt in de fabrieken van Philips. Het vindt hier voor de eerste maal toepassing. Ook de nikkelen strippen op de nader zijn iets nieuws. Zij zijn vastgezet volgens een Zweedsch patent en worden aangedrukt als drukknoopen. De plinten zijn van aluminium.
      De gevels zijn gemetseld van een speciale dunne Limburgsche steen, die hier ook voor het eerst is toegepast. De afstanden van de ramen zijn telkens zoo, dat voor elk raam een bureau kan staan. De sokkel van het gebouw is bekleed met Labradorgraniet, waar tusschen banden van goudgeglazuurde steen.
      De vloer van de hal is belegd met marmer, evenals de hoofdtrap. De vloeren van alle overige gangen en vertrekken zijn belegd met rubber.
      Afzonderlijke vermelding verdient de beveiliging van de kas tegen overval. Bij ongewenscht bezoek kunnen de kassiers met een enkelen druk op een contact in den vloer een zwaar ijzeren scherm laten zakken, waardoor de kas wordt afgesloten. Tegelijk worden alle buitendeuren gesloten, op alle verdiepingen en bij de buitendeur beginnen sirenes te loeien, kortom, de overvallers zitten van alle kanten vast. Ook de directie heeft de gelegenheid deze inrichting te bedienen.
      Voor het geval het gemeentelijk stroomnet buiten dienst raakt, heeft het gebouw een eigen noodlichtinstallatie, waarmede nog gedurende enkele uren de heele verlichting in stand kan worden gehouden. Ten slotte is er een afzonderlijke installatie voor nachtcontroleverlichting, die van enkele punten af in het gebouw kan worden bediend.
      Beeldhouwer H. A. v. d. Eynde heeft zijn werk aan den gevel nog niet geheel kunnen voltooien.
      Na Jan Wils’ bouwkundige les zijn we alles in oogenschouw gaan nemen. Deze tocht is een zoo goed als onverdeeld genoegen geweest. Wij zouden de trap in de hal wel wat monumentaler hebben gewild en niet de schreeuwend-roode kleur voor de ruimten, welke de vleugels verbinden, gekozen hebben, maar overigens is onze bewonderende lof onverdeeld en er rest ons werkelijk verder niets, dan directie, architect, uitvoerders en leveranciers van harte geluk te wenschen met de voltooiing van dit even fraaie als doelmatige bouwwerk.
      Op de officieele opening, welke onze Burgemeester hedenmiddag onder enorme belangstelling en in tegenwoordigheid van verschillende autoriteiten heeft volbracht, hopen we morgen terug te komen. Alvast zij meegedeeld, dat het personeel een klok voor de hal aan de directie en dat de directie een zilveren intkoker in den stijl van het gebouw — beide ontworpen door Jan Wils — heeft aangeboden.