Anoniem/Inhoud van Tijdschriften/2

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inhoud van Tijdschriften
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 13 oktober 1923
Titel Inhoud van Tijdschriften
Krant Het Centrum
Jg, nr 40, 11936
Editie, pg {{{editie}}}, Derde Blad, [p. 2]
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

Inhoud van Tijdschriften


      „OP DE HOOGTE” heeft een beschrijving van den schilder R. S. Bakels en zijn werk met reproducties, o.a. een mooi zelfportret, het portret van schilder’s moeder en landschappen. H. de Boer gaf het bijschrift. P. v. d. Lyn bespreekt het museum van Staatsboschbedrijf te Utrecht, Karel Speelman geeft kiekjes en praatjes over het theater „Der blaue Vogel”. Er os verder een schetsje uit het Deensch vertaald; ’n aardige bespreking over oude tabaksdoozen; kiekjes van de wilde ezels in Artis, waarbij Inspecteur Portielje eenige bladzijden schreef. Foto’s van Brugge en portretten van J. Cremer en Prof. Dr. E. Gorter.

      In „ONS EIGEN TIJDSCHRIFT” is een mooie kunstbijlage naar de schilderij van F. Hart Nibbrig: „De Gooische Boer”; ’n schets van Elisabeth Zernike; ’n artikel over Erfgooiers en Erfgooierij door J. D. C. van Dokkum, met portretteekeningen van Piet Vos; Jan Wils schrijft over Buiten wonen en geeft foto’s van buitenhuizen; van Dr. J. v. d. Valk een spel: „De Bedelaar”; Jkvr. Dr. C. H. de Jonge spreekt over „Smaak en Smaakmisleiding” en licht haar woorden toe met kiekjes van leelijke smaakvoorwerpen. Nog wat aardige kinderverhalen en ’n jubileumlied. Een keurig verzorgd nummer.

      Op een dergelijke manier als „Ons Eigen Tijdschrift” wordt een nieuw tijdschrift uitgegeven door de N. V. Spaar- en Beleggingkas voor Katholieken te Utrecht. Herman Moerkerk heeft de redactie van „NIEUWE TIJDEN”. Afl. 1 begint met een vers van Felix Rutten; verder beschrijving van ’t werk van J. H. Jurres met mooie reproducties; Marie Koenes schrijft over Limburgsch Vrouwenleven en geeft er foto’s bij. Herman Moerkerk geeft koddige krabbels in woord en beeld en een mooi hoekje van den Bosch; Mr. Bomans pleit voor de R. K. Universiteit en Dr. G. V. schreef over Studentenleven.

      „DIETSCHE WARANDE EN BELFORT” van Aug.-Sept. heeft een artikel van Caesar Gezelle over het werk van Guido Gezelle in Fransch-Vlaanderen, Gerrit Philips geeft nog eenige beschouwingen over het Lam van Van Eyck; Stéphanie Claes-Vetter vervolgt haar vertelling: „Stil Leven”. Joz. de Vocht schreef een ballade in verzen en Jules Persyn begint een artikel over Multatuli en de Vlamingen, waarin op Multatuli weer een eigenaardig licht valt.