Anoniem/Wereldkampioenschappen op de weg 1929

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wereldkampioenschappen op de weg 1929
Auteur(s) Anoniem
Datum Zondag 18 augustus 1929
Titel Wereldkampioenschappen op de weg
Krant Het Vaderland
Jg 61
Editie, pg Ochtendblad A, p. 3
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Wereldkampioenschappen op de weg 1929 op Wikipedia


WERELDKAMPIOENSCHAPPEN OP DEN WEG.


Uit Zürich wordt gemeld:


Zaterdag hebben de wereldkampioenschappen op den weg plaats gehad. Het traject was 200 Kilometer lang en er kwamen 3 bergen in voor; de eerste na 30 Kilometer, de tweede na 145 Kilometer en de derde na 160 Kilometer.


Om zeven uur vertrokken de professionals en om acht uur de amateurs.

Zestien beroepsrenners, te weten drie Belgen, drie Franschen, twee Hollanders, drie Italianen, een Luxemburger, drie Zwitsers en een Oostenrijker vingen den strijd aan.

In Rapperswil zaten de twee Hollanders, Franssen en Polak, nog in de groep, maar met bezorgdheid zagen wij hun verrichtingen op den berg tegemoet, die toen na 30 Kilometer voor ons lag. Van 414 meter moesten wij tot 935 meter klimmen op een afstand van achttien Kilometer, een lange stijging dus. De meeste renners stonden op hun pedalen, behalve de Italiaan Binda en de Belg Ronsse, die beiden groot favoriet waren en zich meesters in het bergbeklimmen toonden. De eerste die bij dit zware werk los liet was Polak uit Zevenbergen; daarna verloren de drie Zwitsers contact, vervolgens Franssen en J. Bidot en daarna nog Le Drogo.

Toen de eerste boven op den berg was, waren genoemden van honderd tot tweehonderd meter achter. De eerste die bij het dalen weer bij kwamen waren Franssen en de drie Zwitsers en geleidelijk sloten zich ook weer aan de Belg Wauters en de Hollander Polak.

Langs de Zugersee reden wij nu over een slechten scherpen weg, die maar flauw golfde naar Luzern, waar een enorme menigte langs den weg stond geschaard en daar in Luzern kwam Dervaes met Polak aan zijn achterwiel zich bij de leiders voegen, zoodat de groep van zestien man weer bijeen was. Onder uitbundige toejuichingen passeerden de renners Luzern, waar de bevoorradingscontrole was. Op den betrekkelijk vlakken weg, die toen volgde, kreeg de race een monotoon karakter.

Toen Polak na 127 K.M. een lekken band kreeg, zagen wij hem zoowaar bij de 131 K.M. weer bijkomen. Wij naderden nu Aarau (145 K.M.), waar van 388 meter tot 624 meter in 6 K.M. moet worden gestegen, en wij begrepen dat op dien korten maar zwaren berg (het pad slingerde daar steeds) de slag zou vallen. De kopstukken hadden zich tot hiertoe gespaard. Juist toen wij den berg opgingen, kreeg de Zwitser H. Suter een lekke band en bleven ook de 2 andere Zwitsers achter. Frantz trok het eerst den berg op en wel in een tempo, hetwelk de heele groep uiteenrukte. Na de Zwitsers liet Polak los, toen Franssen, daarna Bulla en Frascarelli. Verder Piemontesi en Le Drogo. Boven gekomen gingen nog maar 4 man voorop, te weten Binda, Ronsse, Marcel Bidot en Frantz. Bij het dalen werden fantastische snelheden bereikt.

Toen wij op een kort vlak gedeelte kwamen was de leidende groep weer 10 man sterk geworden en waren alleen nog maar achter de drie Zwitsers, de Belg Wauters en de twee Hollanders. Er waren op dat moment 150 K.M. afgelegd. Omkijkend zagen wij op 500 meter Franssen aankomen. Hij schoot op de leiders toe en er waren nog maar 48 K.M. af te leggen. Wij hadden er hoop op, dat hij zou bijkomen, doch toen kregen wij de derde berg na 160 K.M., een zeer lastig deel, dat een stijging van 210 meter over 7 K.M. had. Wij keken om en zagen Franssen. Hij had er niet veel snelheid in. De vraag was zou hij het halen. Maar toen begon het gezwoeg omhoog weer. Het waren Binda, Ronsse en Frantz, die hier hun krachten toonden en voor de tweede maal trok het leidend peleton aan stukken. Dit drietal, benevens de Oostenrijker Bulla, was het eerste boven, doch bij het dalen kwamen Frascarelli en Piemontesi en le Drogo en Dervaes weer bij. Toen op ongeveer 20 K.M. van den finish was er een spoorwegovergang gesloten. De renners konden door een tunnel passeeren, doch wij moesten blijven wachten. Zoodra de overwegboomen omhoog waren gegaan ontstond er een gerace om weer bij de renners te komen en toen... toen gebeurde het. Voor ons reed een auto en daarachter bevond zich een motor met duo, waarop een dame zat. De auto voor ons remde plotseling en met een vaart van ongeveer 30 K.M. schoot onze auto door. De bestuurder remde wel, maar het schijnt dat de rem niet pakte en misschien lag het ook wel aan den bestuurder, maar in ieder geval wij reden de motorfiets zoo hard aan, dat de dame en de bestuurder met een bocht in de berm vlogen en wij botsten zeer hevig tegen een auto. Het rechtervoorwiel brak en van den anderen auto vloog het achterwiel aan den weg. Onze radiator boorde zich in de auto en al de ruiten sloegen aan scherven. De auto's zaten eenvoudig in elkaar. Wij zagen de botsing aankomen en zetten ons schrap en beschermden ons tegen de glasscherven. Onze bril bleef in den slag en de rechterknie kreeg een flinke slag. Wonder boven wonder had niemand van ons verwondingen. Wij vertrokken uit de vernielde auto en renden naar achter waar een prachtige wagen stond, waarin 2 jonge Zwitsers zaten. Zij hadden het ongeluk gezien. "Mijne heeren wij zijn journalisten uit België en Holland en wij moeten bij de aankomst zijn. Wij mogen passeeren op ons bewijs en vermoedelijk wilt U die aankomst ook wel zien. Breng ons naar voren." Het zaakje was dadelijk in orde en daar gingen wij weer in een fijne ruime wagen met beste remmen en beste chauffeurs. De renners achterhalend passeerden wij achtereenvolgens J. en Marcel Bidot, Bulla, Piemontesi en le Drogo, die hadden moeten los laten. En even later zagen wij Frascarelli langs den weg staan. Aan den kop gingen toen Ronsse, Frantz, Binda en Dervaes. Op 400 meter zagen wij toen Frantz een spurt inzetten met Ronsse aan zijn wiel en Binda er naast. Het scheen dat Frantz zou gaan winnen, maar in de laatste meters won Ronsse terrein en sloeg hij den Luxemburger met een handbreedte, terwijl Binda met een halve lengte derde was en Dervaes met een lengte vierde.

En waar was Franssen nu gebleven? De pechvogel, die nog zoo goed in den wedstrijd was, had op plm. 28 K.M. voor het einde toen hij op 500 meter achter de leiders aankwam, een lekken band gekregen, waardoor hij in het laatste gelid eindigde. Hij heeft een zeer goeden indruk gemaakt. De uitslag was:

1. Wereldkampioen Ronsse (België) 6 uur 48 min. 5 3/5 sec.; 2 Frantz (Luxemburg) handbreedte; 3. Binda (Italië) halve lengte; 4. Dervaes (België) 1 lengte, en vervolgens ongeveer minuut na minuut Frascarelli (Italië), Marcel Bidot (Frankrijk), le Drogo (Frankrijk), Bulla (Oostenrijk), Piemontesi (Italië), J. Bidot (Frankrijk), Wauters (België), H. Suter (Zwitserland), Hofmann (Zwitserland), Franssen (Nederland) en ongeveer 5 à 6 minuten na dezen Polak (Nederland) die de verdienste heeft het parcours te hebben uitgereden zonder tegen de bergen op behoeven te loopen. Polak kreeg 2 lekke banden.

Van het kampioenschap der amateurs, waaraan 30 renners hebben deelgenomen, luidt de uitslag als volgt:

1. Bertolazzi (Italië) wereldkampioen 7 uur 29 min. 36 3/5 sec.; 2. Bertoni (Italië) wiellengte; 3. Brossy (Frankrijk) halve lengte; 4. Ruegg (Zwitserland) 3/4 lengte; 5. Aumerle (Frankrijk) 1 lengte (arriveert op lekke band); 6. Wanzenried (Zwitserland) 1 1/2 lengte; 7. op drie lengten Hofmann (Duitschland); 8. Caironi (Italië); 9. Gestri (Italië); 10. Remold (Duitschland); 11. Istenes (Hongarije) 12. West (Engeland); 13. op 2 minuten Szenes (Hongarije); 14. op 5 minuten Jenkins (Engeland); 15. 3 meter daarachter von Aurich (Holland).


Heden (Zondag) is de laatste dag, de dag van de stayers. Dan zitten de wereldkampioenschappen er weer op.