Architectura/Jaargang 27/Nummer 33/Verslag van de lezing van den heer J.J.P. Oud

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Verslag van de lezing van den heer J.J.P. Oud, over de moderne bouwkunst: heden, verleden en toekomst
Auteur(s) Anoniem
Datum 27 oktober 1923
Titel ‘Verslag van de lezing van den heer J.J.P. Oud, over de moderne bouwkunst: heden, verleden en toekomst’
Tijdschrift Architectura
Jg, nr, pg 27, 33, 199-200
Opmerkingen Verslag van de lezing van J.J.P. Oud in Amsterdam op 16 oktober 1923; Jacobus Johannes Pieter Oud vermeld als J.J.P. Oud, Pierre Cuypers als Dr. Cuypers, Hendrik Petrus Berlage als Dr. Berlage, Michel de Klerk als De Klerk, Piet Kramer als Kramer, Willem Dudok als Dudok, Han van Loghem als Van Lochem, Bernard Bijvoet als Bijvoet, Jan Duiker als Duiker, Piet Klaarhamer als Klaarhamer, Gerrit Rietveld als Rietveld, Frank Lloyd Wright als Lloyd Wright, Antonio Sant'Elia als Sant Elia, Knud Lönberg-Holm als Lundberg Holm
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron [1] en [2]
Auteursrecht Publiek domein

[199]

[...]

VERSLAG VAN DE LEZING VAN DEN HEER J. J. P. OUD, OVER DE ONTWIKKELING VAN DE MODERNE BOUWKUNST: HEDEN, VERLEDEN EN TOEKOMST

      De heer Oud noemde zijn onderwerp te gecompliceerd voor een vluchtige uiteenzetting; hoe dan nog van de lezing, van een schriftuur, waarvan elk woord overwogen was, een verslag te maken?
      Daarom slechts notities.
      Wat is het moderne? Het wisselende, het zich ontwikkelende, het individueel geworden tegen-

199


[200]

over het collectief wordende, dat het nieuwe genoemd kan worden.
      Het ongebreidelde in dezen tijd van opkomst heeft de kunst gediend, maar kan haar schadelijk worden.
      Niet werktuigelijk komt een stijl.
      In de negentiende eeuw tierde in ons land de stijlarchitectuur. Dr. Cuypers was de voorlooper van de moderne bouwkunst; bij hem geen zinledige stijlarchitectuur, maar ook nog geen overwinning van den vorm.

      Dr. Berlage wordt de voorganger der moderne bouwkunst, de baanbreker. Hij breekt af om te kunnen opbouwen. Zijn mausoleumontwerp is hoogtepunt en keerpunt der stijlarchitectuur.
      Opbouwen en vernietigen; vormscheppen en -verdelgen. Verdelgen en vernietigen om vrij te kunnen uitbeelden op ongerepten grondslag. Vrijheid wil uitgebuit zijn, voor ze weer vanzelf in ’t gareel komt. Bij Dr. Berlage echter een groote terughoudendheid, zelfbeheersching. Liefde tot de kunst overwon drang tot het probleem.
      Revolutie .. evolutie. Causaliteit. Geen volledig ontkomen aan traditie mogelijk.
      Het accent door Cuypers en Berlage van buiten naar binnen verlegd, wordt door de Amsterdamsche school weer naar buiten verplaatst. De Klerk, Kramer, c.s. Hoe subjectiever de kunstenaar, hoe expressiever het detail. Hun werken zijn als gespannen hulsels. Het incidenteele in het wezen der Amsterdamsche school. Deze negatieve verdienste heeft ze, dat ze den weg tot een nieuwe bouwkunst heeft opengehouden door niet Berlage’s vormen over te nemen.
      Dan plaatjes naar werk van Oud, Dudok, Van Lochem, Limburg, Bijvoet en Duiker, van Anrooy, Klaarhamer, Rietveld (hartelijk applaus voor den operateur).
      Een aesthetisch-organische vormgeving. Meer een vorm-wil dan een vorm-zijn; steeds herziening van den vorm. Consequente afwijzing van ornament. Ornament is het niet ter zake dienende middel als het onderwerp in de schilderij.
      Lloyd Wright. Velen werden gevangen door den vorm en miskennen daardoor zijn wezen.
      De belangrijkste factiren die een bouwwerk bepalen, zijn de practische eischen der bestemming.
      Maar niet alleen het technische en niet alleen het aesthetische, niet alleen het verstand en niet alleen het gevoel. Harmonie van beide.
      Zie toch de technische mogelijkheden; de werkelijkheid overtreft de fantasie.
      Geen sentimenteele, verouderde kunstopvatting.
      De kunst is de vijand van den stijl.
      Plaatjes naar werk van Sant Elia en Lundberg Holm.

      (Applaus voor den explicateur).