Architectura/Jaargang 5/Nummer 4/Verslag der 1048ste vergadering

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Verslag der 1048ste vergadering, gehouden in het genootschapslokaal. Op Woensdag 20 Januari 1897, ’s avonds 8 uren’ door J.L.M. Lauweriks
Afkomstig uit Architectura, jrg. 5, nr. 4 (zaterdag 23 januari 1897), p. 22-23. Publiek domein.

[ 22 ]

op woensdag 20
januari 1897,
’s avonds 8 uren
.
   VER­SLAG DER 1018STE VER­GA­DE­RING, GE­HOU­DEN IN HET GE­NOOT­SCHAPS­LO­KAAL.

De Voorzitter vestigt de aandacht der aanwezigen op de tentoongestelde teekeningen en afdrukken van houtsneden en eenige kleinere voorwerpen van kunstindustrieelen aard, bestaande uit werk van de heeren de bazel en lauweriks in het lokaal geëxposeerd en stelt voor om in de pauzen tusschen de verkiezingen deze tentoonstelling te bezichtigen.
 Van de Maatschappij ter bevordering der Bouwkunst was een schrijven ingekomen, de wenschelijkheid te kennen gevende om in overleg met andere vereenigingen te confereeren over het uitschrijven van prijsvragen voor het aanbrengen van versieringen te amsterdam, tijdens de feesten bij de inhuldiging van Hare Majesteit Koningin wilhelmina in 1898.
 De Voorzitter deelt mede dat twee afgevaardigden uit het bestuur aan de voorgestelde conferentie zouden deelnemen.
 Na ballotage werd de heer j. van wijngaarden met algemeene stemmen tot lid aangenomen. Daarna circuleerde eene lijst met onderwerpen voor de prijsvragen 1897—98. De heer zinsmeister wenscht het vaststellen der onderwerpen voor die prijsvragen uit te stellen tot een volgende vergadering, opdat de leden daarover vooraf konden denken. Hetzelfde stelde hij voor met betrekking tot de jury voor de prijsvragen.
 De heer de bazel stelde voor direct een jury te kiezen, daarna de programma’s op te maken en deze laatste rond te zenden aan de leden der jury ter goedkeuring. De Voorzitter deelt het gevoelen van den heer de bazel doch vindt ook geen bezwaar tegen het laten circuleeren der lijst van onderwerpen ook op de volgende vergadering. Tevens stelt hij ter inzage der vergadering een aantal bestekteekeningen van een centraal archiefgebouw te ’s gravenhage.
 Hiertoe aangezocht door den Voorzitter, geeft de heer de bazel eene toelichting op de tentoongestelde teekeningen. [ 23 ] Hij merkt op, dat de houtsneekunst vervallen is, volgens zijne meening door den invoer van allerlei mechanische reproductiemiddelen.
 Ook wees spr. nog op het verschil van opvatting dat er in de houtsneêkunst bestaan kan, de eene zienswijze beschouwt de houtsnede hoofdzakelijk als reproductiemiddel. Dit was o.a. voornamelijk het inzicht der 16e en 17e eeuw en albrecht dürer zelf beschouwde de houtsnede alleen als een manier waarop men teekeningen voor druk geschikt kon maken, evenzoo is dit het geval met de Japannees, hoewel de opvatting dezer laatsten veel decoratiever is.
 Spreker meende, dat naast deze eerste opvatting er eene andere en betere mogelijk was, waarbij het houtblok op zich zelf als een organisch decoratief oppervlak beschouwd wordt en als zoodanig behandeld en gesneden in overeenstemming met de plaats, waar het zal worden afgedrukt. Hij liet een aantal afdrukken en gesneden blokken circuleeren, waarnaar de aanwezigen een overzicht konden krijgen van de geheele houtsneêtechniek.
 Vervolgens werden de heeren a. d. n. van gendt alzn., lambeek, zinsmeister, de bazel, wiggers en kromhout gekozen tot leden der commissie die in overleg met het bestuur de jury voor de prijsvragen zouden kiezen. De vijf eerstgenoemde namen de benoeming aan, de heer kromhout was niet aanwezig.
 Vervolgens werd de heer edema van der tuuk voorgesteld als gewoon lid door de heeren de bazel en lauweriks en mededeeling gedaan, dat de heeren j. j. van nieuwenhuizen te arnhem, j. r. ruig te pretoria, e. ehlers te arnhem, a. koopmans te utrecht, als buitenleden waren toegetreden.
 In eenige waardeerende woorden herdacht de voorzitter het overlijden van den heer lammert berghuis, in wien het genootschap een sympathiek eu veelbelovend lid verloor.
 Ingekomen was een schrijven van dr. h. c. muller, waarin deze zich bereid verklaarde eene voordracht voor het genootschap te houden. De voorzitter deelde mede, dat men moeite zou doen den heer muller voor de volgende vergadering te krijgen en met het oog op het grooter aantal leden dat dan ter vergadering zou komen de verkiezing der nog ontbrekende redactieleden tot dan uit zou stellen.
 Voor de wetsherzieningcommissie werden uit het bestuur gekozen de heeren cuijpers, van boven en lauweriks en de heeren de bazel, zinsmeister, v. d. sluijs veer en nijhoff daaraan toegevoegd. Alle heeren namen de benoeming aan.
 De heer de bazel geeft de toezegging, dat hij bereid is een avond te vullen met een speciale voordracht over het houtsnijden.
 De heer sluys veer vraagt of de commissie voor de schetsprijsvragen voor dit jaar niet eene andere moet zijn dan die van verleden jaar.
 De voorzitter antwoordt dat in eene bestuursvergadering besloten is dezelfde commissie te behouden, waarna hij nog mededeelde, dat een nieuwjaarswensch was ingekomen van de Societé des Architectes te bordeaux, welke onder dankzegging was aanvaard en eenzelfde wensch geretourneerd.
 Niets meer aan de orde zijnde werd de vergadering gesloten.
de 1e secretaris
j. l. m. lauweriks.