Couperus/Odalisken

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Odalisken

Auteur Louis Couperus
Genre(s) Gedicht
Brontaal Nederlands
Datering juli 1884
Bron nl.wikipedia.org
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Odalisken op Wikipedia
Odalisken
De nardos nevelt op uit gulden vat bij vat,
En wolkt om de odalisken, die, verdroomd, ontwaken,
Gevlijd op elpen sponde, op kussens van scharlaken.
Het blonde zonlicht tintelt in 't porfieren bad.

De sluyers slieren neêr, nu loom zij die onthaken,
En rozenvoeten rimplen reeds het glinstrend glad.
Heur amberkleuren marmren zich in 't koele nat,
Nu blos na blos als over 't bleeke geel komt blaken.

Hoe minnensmoê die maagden aan den boord van 't bekken
De albasten leden in het mollig purper strekken,
Terwijl zij wringend haar omflonkerde armen rekken!

Ze luiken de oogen, want de zon laat alles vonklen:
Een paerlenweelde schijnt de baadsters als te omkronklen,
En 't blauwt in haar saffieren, 't bloedt in heur karbonklen...