De Amsterdammer/Jaargang 19/Nummer 5688/Ds. Jhr. J. L. A. Martens van Sevenhoven

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Ds. Jhr. J. L. A. Martens van Sevenhoven’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit De Amsterdammer, dinsdag 18 november 1930, eerste blad, p. 2. Publiek domein in de EU.


[ eerste blad, 2 ]

Ds. Jhr. J. L. A. Martens van Sevenhoven.

Morgen herdenkt Ds. Jhr. J. L. A. Martens van Sevenhoven, Ned. Herv. Predikant te Utrecht, dat hij voor 25 jaar zijn intrede deed in zijn eerste gemeente, de kerk van Eerbeek.

Jhr. Jan Louis Anne Martens van Sevenhoven, werd 20 Augustus 1978 te Zutphen, waar zijn vader rechter was in de Arrondissementsrechtbank, geboren.

Van Vaders-zijde stamde hij uit een oude Utrechtsche Regentenfamilie. Van Moeders-zijde — een Baronesse Collot d’Escury — was hij verwant aan de Haagsche families, die een plaats in den Réveilkring innamen. Zelf daarvan onwetend, heeft hij door zijn keuze voor het „wonderlijke ambt” een bede uit die familie [i]n vervulling gebracht.

Na de Christelijke School en het Gymnasium te Zutphen doorloopen te hebben kwam hij in zijn studententijd in Utrecht in allerlei relatie tot het vereenigingsleven. Een oorzaak temeer daarvoor was zijn liefde tot Ds. Talma, dien hij op studentenconferenties had leeren kennen en om wien te hooren hij graag een reis naar Arnhem of — na 1901 — naar ’s Gravenhage maakte.

Na de voltooiing zijner studiën werd hij predikant te Eerbeek, waar hij 19 November 1905 zijn intrede deed, predikend over 1 Joh. 1 : 3. Van zijn werkzaamheid in deze gemeente vermelden wij, dat hij lid was van den Voogdijraad in het Arrondissement Zutphen en lid van het bestuur van Kinderzorg in de Classis Arnhem.

April 1910 vertrok hij naar zijn vaderstad Utrecht, waar hij was geroepen als opvolger van Ds. Couvée — 17 April deed hij zijn intree met een predicatie over Matth. 28 :18. Twee jaar lang werkte hij in de wijk Buurkerk, om daarna, bij een verandering van wijkindeeling het grootste deel van de wijk van den zoo beminden Ds. Gewin, Oudwijk, voor zijn rekening te krijgen. Het verloop der tijden heeft wel aangewezen, dat hij er juist de man naar was om het werk van dezen vromen dienaar voort te zetten. De bewaarschool van Ds. Gewin bleef hem altoos een kostelijk stuk. En het verdere wijkwerk kwam onder zijn leiding tot groote ontplooiing. Als uiterlijk bewijs daarvan gelden de bouw van een eigen wijkgebouw ondanks het bezwaar van de eerste oorlogsjaren doorgezet. In 1915 mocht het eerste gedeelte van dit gebouw aan de Bloemstraat geopend worden. In 1919 werd de bouw geheel voltooid.

De kerkeraad benoemde hem in verschillende van haar commissiën, o.a. die voor het predikanten-weduwenfonds. Voorts werd hij in den loop der jaren benoemd als scriba-quaestor van den Ring Utrecht, assessor van het Classicaal Bestuur en secundus-lid van het Prov. Kerkbestuur.

Maar ook buiten den direct-kerkelijken kring had hij op allerlei wijze aanraking met het Christelijk leven. Zoo is hij voorzitter van den Bond van Prot. Chr. Scholen in Utrecht, van het Locaala-Comité van de Unie „Een School met den Bijbel”, van de Ned. Herv. Gemeentescholen, en van de Emmaschool voor Chr. Buitengewoon Onderwijs. Van het Christelijk Gymnasium is hij secretaris-curator.

Herinnerend aan zijn afstamming uit den Réveilkring is het feit, dat hij optreedt als secretaris van de Ned. Evangelisch Prot. Vereen., in 1854 opgericht, welke vereeniging nog Evangelisten uitzendt. In dezelfde lijn ligt het min of meer, dat hij bestuurslid is van de Lukas-Stichting, dat in samenhang met den arbeid der Christelijk-philanthropische Inrichtingen te Doetinchem, beurzen beheert voor de opleiding van Christen-medici. In Utrecht treedt Ds. Martens nog op als Regent van het Burger Weeshuis, terwijl hij ook benoemd werd tot eere-voorziter van het Prot. Doorganshuis.

Ook met het terrein der sociale oganisaties hield de huidige jubilais relatie, wat wel bleek bij zijn optreden als spreker bij het herdenken van het gouden jubileum van Patrimonium. Eveneens wijzen zijn benoeming tot lid van de raden van toezicht op het Gebouw voor Christelijk Sociale Belangen en van de Chr. Coöperatieve Verbruiksvereeniging „Manna” dit uit.

Met zijn afstamming uit een oude Utrechtsche familie houdt verband, dat hij optreedt als Hoogheemraad van het Groot-Waterschap Bijleveld en de Meerndijk, welke funtiec reeds eenige eeuwen in zijn familie bekleed wordt. Ook dient vermeld, dat hij Eere-ridder is der Johanniter-Orde, Commandeij Nederland.

Zijn hoogste eere blijft hem echter, dat hij is bedienaar des Goddelijken Woords. Zijn trouwe, toegewijde arbeid in wijk- en ziekenbezoek, waarbij hij immer gesteund wordt door zijn gade, is daarvan het getuigenis.

Te verwachten is dan ook, dat de Utrechtsche Nederlandsch-Hervormde Gemeente en velen buiten haar op deze herdenking zullen medeleven, Woensdagmorgen halfelf zal, als naar gewoonte in het Dienstgebouw aan het Domplein de officieele herdenkingssamenkomst gehouden worden. Des avonds is er een herdenkingsavond in het wijkgebouw, terwijl ook de bediening des Woords a.s. Zondagmorgen in de Domkerk gedeeltelijk met het jubileum verband zal houden.