De Génestet/Geloof

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Geloof

Geloof, gij vroolijk kind, in stralen, zangen, rozen,
In vriendenoogen, maagdenblikken, dichterlied;
     Geloof in lachen, schreien, blozen...
       Geloof, geloof – en twijfel niet!

Wel zult ge, al vroeg misschien, uw liefste bloem zien sterven,
  Wel drijft gij–zelf eens met uw eenvoud bitter spot...
Maar och, de droomen, die wij morgen moeten derven,
              Zij biên ons heden ’t reinst genot.