Naar inhoud springen

De Génestet/Licht en bruin

Uit Wikisource
← Op reis De dichtwerken van P.A. de Génestet (1877) door P.A. de Génestet

Licht en bruin

Neen nimmermeer, zelfs niet →
Uitgegeven in Amsterdam door Gebroeders Kraay.
[ 207 ]
 

LICHT EN BRUIN



Ik groet met liederen en kussen
 Uw blijd, uw moederlijk gezicht,
Zoo lief, zoo heerlijk prijkend tusschen
 Ons blonde meisje en ’t bruine wicht.
Voorwaar, wel menglen in ons leven
 Zich zacht en schoon het licht en ’t bruin,
Zoo schoon als in de groene dreven
 Hier aan den voet van ’t blonde duin.

’t Zal niet altijd zoo zacht zich mengelen
 Als in dit rijk en zalig uur,
Nu gij met onze vriendlijke engelen
 Den vrede smaakt van Gods natuur.
’k Zou ook van God niet durven vragen
 Steeds zulk een schoonen levensgaard –
Zoo Hij maar in Zijn welbehagen
 U met ons blondje en bruintje spaart!

Bloemendaal 1856.