Naar inhoud springen

De Génestet/Spreekwoordjes

Uit Wikisource
[ 106 ]
 

SPREEKWOORDJES



Dorst maakt van de frissche stroomen,
Die den wandlaar doen bekomen
 Van de hitte van zijn pad,
 Meer dan kostljk druivennat;
Honger stooft de rauwste blaêren,
 Harde boonen maakt hij zoet;
Slaap schudt veeren van de varen,
 En maakt nacht van middaggloed;
Zuinigheid maakt eerlijke armen
[ 107 ] Arbeid alle menschen rijk
Mededoogen en erbarmen
 Maakt het schepsel God gelijk.
Kleine handen, reine tanden
 Maken alle meisjes mooi;
Liefde tooit de barste stranden,
 Maakt een hemel van een kooi;
Witte dassen, witte haren,
 Pruikjes maken dominees
Van wie vroeger losser waren
 Dan studenten op een sjees;
Geld maakt uil en aap en ezel
 Burgemeester, man van staat;
Wijn maakt d’allerfijnsten kwezel
 Tot een wakkren kameraad;
Zoute scherts maakt flauwe spijzen
 Hartig, water-wijntjes fijn;
Eetlust, kippen tot patrjzen,
 En „een broodje” tot festijn; –
Gouden knoopen, modekleeren
 Maken mof en intrigant
Vette hanzen, groote heeren;
 Twintig leugentjes – een krant.
Van gebrek aan krakelingen
 Maakt u de angst een hongersnood;
 Praatjes maken menschen dood,
Die nog vrij door ’t leven springen;
 Onbeschaamdheid maakt een nul
 Nommer-één in ’t wereldspul;
Lucht maakt kranken tot gezonden;
Edukatie maakt de honden,
 De aapjes in de kermistent,
 Bijna menschen van talent;
Onze tijd maakt diplomaten,
Filozofen, demokraten,
 Van mijn kruier en mijn „Jan”: –
Maar geen kist vol ridderstarren
 Maakt van vijf-en-twintig narren
 Ooit één knap, verstandig man.

1849.