De Génestet/Spreekwoordjes

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

SPREEKWOORDJES

Dorst maakt van de frissche stroomen,
Die den wandlaar doen bekomen
     Van de hitte van zijn pad,
     Meer dan kostljk druivennat;
Honger stooft de rauwste blaêren,
     Harde boonen maakt hij zoet;
Slaap schudt veeren van de varen,
     En maakt nacht van middaggloed;
Zuinigheid maakt eerlijke armen
     Arbeid alle menschen rijk
Mededoogen en erbarmeri
     Maakt het schepsel God gelijk.
Kleine handen, reine tanden
     Maken alle meisjes mooi;
Liefde tooit de barste stranden,
     Maakt een hemel van een kooi;
Witte dassen, witte haren,
     Pruikjes maken dominees
Van wie vroeger losser waren
     Dan studenten op een sjees;
Geld maakt uil en aap en ezel
     Burgemeester, man van staat;
Wijn maakt d’allerfijnsten kwezel
     Tot een wakkren kameraad;
Zoute scherts maakt flauwe spijzen
     Hartig, water-wijntjes fijn;
Eetlust, kippen tot patrjzen,
     En „een broodje” tot festijn; –
Gouden knoopen, modekleeren
     Maken mof en intrigant
Vette hanzen, groote heeren;
     Twintig leugentjes – een krant.
Van gebrek aan krakelingen
     Maakt u de angst een hongersnood;
     Praatjes maken menschen dood,
Die nog vrij door ’t leven springen;
     Onbeschaamdheid maakt een nul
     Nommer-één in ’t wereldspul;
Lucht maakt kranken tot gezonden;
Edukatie maakt de honden,
     De aapjes in de kermistent,
     Bijna menschen van talent;
Onze tijd maakt diplomaten,
Filozofen, demokraten,
     Van mijn kruier en mijn „Jan”: –
Maar geen kist vol ridderstarren
     Maakt van vijf-en-twintig narren
     Ooit één knap, verstandig man.
1849.