De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit De Gooi- en Eemlander, dinsdag 9 juli 1935, eerste blad, p. 3. Publiek domein in de EU.


[ Eerste blad, 3 ]

SCHILDERKUNST.

De Vermeer-tentoonstelling in Boymans.

Ter gelegenheid van de opening van het nieuwe museum wordt in het Museum Boymans een tentoonstelling gehouden van de werken van Vermeer, waarbij men gestreefd heeft meer klaarheid te brengen in den ontwikkelingsgang van den meester en van de geheele Delftsche school en oorsprong en invloed duidelijk naar voren worden gebracht.

De werken van Vermeer zijn even schaarsch als de bijzonderheden over zijn leven. Dat is ook een der oorzaken, waarom musea en verzamelaars er slechts noode toe overgaan een stuk in bruikleen te geven. Slechts in zeer bijzondere gevallen zal men hier in slagen. Een dergelijk moment heeft zich voorgedaan bij de opening van het nieuwe Boymans Museum.

De medewerking, die de museumdirectie ondervonden heeft, strekte zich over de geheele wereld uit. Van heinde en ver zijn de meesterwerken naar Rotterdam gekomen. De musea van New York en Cincinnati, van Lissabon, Parijs, Straatsburg, Brussel, Antwerpen, Keulen, Karlsruhe, München, Gotha, Neurenburg, Leipzig, Kopenhagen, Stockholm, Boedapest en Edinburgh zonden hun schatten naar Rotterdam. In ons land waren het vooral de musea van Utrecht, Groningen en Amsterdam, die werken voor deze tentoonstelling afstonden.

Door die groote medewerking was het mogelijk om zoowel van Vermeer als van Fabritius, de Hooch en de Witte het grootst aantal werken bijeen te brengen, dat nog ooit te zien geweest is.

In een der voor de tentoonstelling ingerichte zalen zijn een aantal werken van Utrechtsche meesters als Houthorst, Baburen en Terbrugghen opgehangen. Zij houden verband met de jeugdwerken van Vermeer. Eenige stukken uit de Delftsche school vóór den grooten meester zijn daar eveneens te vinden. Dan volgt een zaal geheel aan Fabritius gewijd. In de volgende drie kabinetten vindt men een reeks van uitingen van Emanuel de Witte. De daarbij aansluitende groote zaal werd voor de intieme kunst van Pieter de Hooch bestemd en dan volgt het hoogtepunt van de tentoonstelling: Vermeer, van wien niet minder dan 14 doeken bijeen zijn gebracht. Een groot werk, Magdalena aan den voet van het kruis, wordt thans voor het eerst aan den Delftschen meester toegeschreven.

Zijn invloed wordt getoond in de twee meesterwerken van Metsu uit de collectie van Lady Beit te Londen. Van Ochtervelt zijn eenige van zijn beste werken aanwezig. Willem Kalf en Jan Steen, die mede den invloed van Delft ondergingen, zijn in enkele uitgelezen stukken aanwezig.

In het laatste kabinet wordt de aandacht gevestigd op een tiental werken van Jacobus Vrel, wiens werk vroeger vaak aan Vermeer werd toegeschreven.