De Maasbode/Jaargang 43/Nummer 10828/Avondblad/Plechtige inwijding van het R.K. Instituut voor Doofstommen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plechtige inwijding van het R.K. Instituut voor Doofstommen
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 5 oktober 1910
Titel Plechtige inwijding van het R.K. Instituut voor Doofstommen
Krant De Maasbode
Jg, nr 43, 10828
Editie, pg Avondblad, eerste blad, [1]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Plechtige inwijding van het R. K. Instituut voor Doofstommen.

(Van onzen bijzonderen correspondent.)

St. Michiels-Gestel, 5 Oct.

      Het is eene belangrijke, heugelijke gebeurtenis in de sociale en charitatieve geschiedenis der Katholieken van Nederland: de inwijding van het nieuwe instituut voor doofstommen, die hier van daag plaats heeft.
      Fier wapperen de vlaggen op de geweldige gebouwen, die zeker tot de fraaiste, doelmatigste en degelijkste inrichtingen van Noord-Brabant behooren.
      Eindelijk de vlag, het teeken der voltooiing!
      Van November 1908 tot nu toe is er aan gewerkt met alle kracht, in den druksten tijd zelfs met 260 man tegelijk. Den 23sten November van dat jaar werd de eerste steen gelegd door mgr. Terwindt z.g., wien het tot veler spijt niet meer gegeven is, ook de voltooiing te zien. Eenige maanden geleden is hij, de beminde oud-directeur, ten grave gedragen.
      Maar nu staat hier, als een tegen het geweld der jaren bestand monument, de grootsche herinnering aan zijn levenswerk.
      Wij hebben het gebouwen-complex dezen zomer gezien en voor onze lezers beschreven, toen nog balken en hoopen specie, steenmassa’s en gereedschappen op voorplein en in gangen den weg versperden.
      Hoe is dat alles nu reeds veranderd.
      Voor den dag van heden zijn, niettegenstaande het laat seizoen, bloemen en planten als een eenvoudige, frissche versiering aangebracht op het ruime voorplein, waar later de bezoeker onder boomenlanen, langs grasgazons zal gaan naar de groote poort.
      Een breede, blauw-granieten trap, stijlvol met het geheele gebouw verbonden door een reeks ruwgekapte granietblokken, als een zware guirlande, geleidt u naar den hoofdingang, waarboven in marineblauwe omlijsting van Venetiaansch glasmozaïek het Christus-monogram prijkt.
      Nog hoogerop tusschen de frissche baksteenkleuren een tegelversiering, links en rechts beelden in hardsteen, engelenfiguren, gemodelleerd door meesterhand, werk van artisten als Van der Geld en Van Bokhoven te ’s-Hertogenbosch.
      Het dak van het torentje is bekroond met een groot schitterend-koperen beeld van Sint Michiel.
      Hiermede hebben wij meteen alle uiterlijke versieringen genoemd. De spaarzaamheid is geenszins stijfheid geworden.
      Integendeel, ge staat verwonderd, dat een uiterst-matig versierd front van deze lengte (124 meter) zulk een bekoorlijken, wij durven zeggen: rijken indruk maken kan.
      Er is iets in den bouwtrant, dat herinnert aan den besten stijl van onze zestiende eeuw, geen copiisme echter, maar een vrije bewerking van een enkel motief, die den kunstenaar-architect, J. H. H. van Groenendael, alle eer aandet.
      De middenbouw is geheel voor de directie bestemd.
      Een ruime vestibule, ontvang en wachtkamers, zitkamers voor de leeraren en een bijzonder fraaie regentenzaal.
      Deze laatste is gebouwd als een model van eenvoudige schoonheid. Er is geen bijzondere luxe, alleen degelijkheid. Zacht kleuren de in lood gevatte ruiten de in donkeren tint gehouden zaal met eiken lambrizeering. Boven de schouw een schilderij van den Verlosser, aan den wand de geschilderde portretten van den stichter van het instituut, mgr. den Dubbelden, en de verschillende directeuren. De massief-stevige meubels, welke de Bossche firma Biesaart leverde, voltooien prachtig het geheel.
      Gelijk wij vroeger reeds schreven, bestaat de achterbouw hoofdzakelijk uit twee vleugels, waarvan de linker 105 meter lang en 15 meter diep voor de meisjes – de rechter, 114 meter lang en even diep als de eerste, voor de jongens bestemd is.
      Geen nieuwe vinding is versmaad, mogen wij herhalen, geen eisch van dezen soms toch zoo bar veel eischenden tijd is voorbijgezien.
      In de sousterreinen prachtige machinerieën; een inrichting voor laagdruk-stoomverwarming, aangelegd door de firma Huygen en Wessel, te Rotterdam; een voor acetyleengasverlichting, van de firma Bekker, te Gennip; waterleiding door het geheele gebouw; goederenliften, enz. enz.
      Trappen van Beiersch graniet, vloeren van krimpvrij ahornhout, andere vloeren weer van terrazzo en granito, plafonds van gewapend beton, brandvrije isoleerlagen, tegelbekleeding der muren met hardsteenen-versterkingen.
      De zalen voor onderwijs, voor verpleging en verzorging, voor ontspanning, voor het handwerk zijn modellen geworden. Alles even frisch en hygiënisch. De bakkerij is voorbeeldig.
      Wat de kapellen aangaat, daarvoor is geen lof te hoog. Ze zijn juweeltjes in dit heerlijke gebouw De eene, kleinere, kapel prijkt met wit-hardsteenen altaar, communiebank en beelden (een geschenk van het bestuur) en een mooien kruisweg van Windhausen te Roermond
      Nog dienen wij te vermelden, dat in het gebouw drie gebrandschilderde vensters van het Roermondsche atelier Nicolas zijn aangebracht, een in het huis der directie: Christus den doofstomme genezend, en in de jongens- en meisjesafdeeling elk een. De marmeren gedenktafel in het oude gebouw ingemetseld bij gelegenheid van Mgr. Terwindts gouden priesterfeest is naar het nieuwe instituut overgebracht in de vestibule.
      Wat op tentoonstellingen pleegt te geschieden, is ook vaak het geval bij opening of inwijding van groote gebouwen.
      Doch hier zien we eens eene gunstige uitzondering. Men is met alles betrekkelijk gereed gekomen, al moet hier en daar nog een verfje worden opgezet, of wat verschikt en vertimmerd.
      Ge krijgt thans tenminste dan indruk, dat alles af is, alles in orde voor dezen plechtigen dag.
      De kweekelingen en verpleegden hebben hunne Zondagsche kleeding aan, de broeders en zusters leggen de laatste hand aan het groote werk.

      Omstreeks half tien rijdt Z. D. H. Mgr. W. van de Ven, bisschop van ’s Hertogenbosch, het voorplein binnen. Aan den hoofdingang wordt hij verwelkomd door den Z.E. directeur, A. Hermus.
      In de vestibule wordt het korte wijdingsgebed door Mgr. uitgesproken, daarna begeeft hij zich in vol ornaat, vergezeld van de aanwezige priesters naar de hoofdkapel, om ook deze plechtig in te wijden.
      Volgens het rituale Romanum mogen deze plechtigheden niet door leeken worden bijgewoond, zoodat wij daarvan geene beschrijving kunnen geven.
      Slechts zij vermeld, dat de bisschop werd geassisteerd door den vicaris-generaal van dit bisdom Mgr. Pompen ad dexteram en den president van het Bossche groot-seminarie Mgr. dr. Berkvens ad sinistram alsmede de priesters, leeraren van het instituut.
      Ongeveer om half elf, na afloop der wijding, begaf Mgr. zich naar de regentenzaal, waar de gewone bestuursvergadering gehouden wordt.
      Z. D. H. de bisschop van Breda en het bestuurslid J. van Hal, hebben bericht van verhindering gezonden, overigens is het geheele bestuur aanwezig, n.l. met den bisschop, de heeren: directeur A. Hermus, Mgrs. Pompen, deken Bronsgeest en dr. Berkvens, de Bredasche vicaris-generaal Mgr. A. Hopmans; J. Kerstens van Leeuwen, jhr. Mr. Th. Smits van Oyen, J. van Ryckevorsel en mr. W. van Lanschot.
      Aan de orde was o.a. de aanbieding der rekening van inkomsten, en uitgaven, over 1909, die gelijk men begrijpt over geen geringe bedragen loopt.
      De verkoop van het oude instituut maakte een punt van overweging uit.
      Voor het overige is het verhandelde niet bestemd voor mededeeling aan de pers.
      Ten 12 ure is de Commissaris der Koningin, in deze provincie Mr. A. E. baron van Voorst tot Voorst aangekomen en wordt onder leiding van den directeur, het geheele gebouw bezichtigd, waarover allen uiterst tevreden en voldaan zijn.
      De gemeenschappelijke maaltijd begon om half twee in de regentenkamer. Met het bestuur en den Commissaris der Koningin zaten aan Mgr. dr. Bauduin uit Roermond, de architect J. Groenendael, Mgrs. van Gennip, en van den Heuvel, de secretarissen van dit bisdom, de Z.Eerw. Heeren Kluytmans en van Riel, pastoor Wolters, rector van Haaren, burgemeester Th. van Ryekevorsel en notaris Kerstens. Hierbij werd menig woord over het nieuwe instituut gesproken.

      Ook morgen zullen de feestelijkheden in besloten kring worden voortgezet.
      Verschillende personen, die zich wijden aan het doofstommen-onderwijs zullen, naar de directeur ons welwillend mededeelde, hier te zamenkomen, o.a. de directeur van het Antwerpsche instituut de Z.E. heer van Duren, de oud-leeraar Hoogerheide, eveneens uit Antwerpen, de paters minderbroeders Otto en Elzearius, de priesters van Oort (Mill) en van Dooren (Tilburg) enz.
      Moge het instituut zoo mogelijk nog in meerdere mate dan vroeger ten zegen strekken voor onze doofstommen.