De Maasbode/Jaargang 49/Nummer 15055/Avondblad/Dr. Cuypers en de studie der oude monumenten

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dr. Cuypers en de studie der oude monumenten
Auteur(s) Jac. van Gils
Datum Dinsdag 15 mei 1917
Titel Dr. Cuypers en de studie der oude monumenten
Krant De Maasbode
Jg, nr 49, 15055
Editie, pg Avondblad, tweede blad, 1-2
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

[1]


[...]


DR. CUYPERS EN DE STUDIE DER OUDE MONUMENTEN.

      Het klinkt mogelijk vreemd in het in hoofdzaak Protestantsche Holland en toch is het waar, dat dr. Cuypers een groot deel van zijn roem in ons land aan zijn Roomsch-zijn te danken heeft. Immers zijn studiën aan de oude Munsterkerk te Roermond beteekenden voor hem in bouwkunstig opzicht eene openbaring en het voetspoor dat hij naar aanleiding daarvan later gevolgd heeft, is oorzaak, dat zijn roem en genie niet alleen door geheel Holland en ook bij profane werken, maar zelfs tot over de grenzen zich een weg ge-


[...]


[2]


[...]


baand hebben. Ware hij niet katholiek geweest dan zouden het onderzoek en de daaruit volgende studie der oude Munsterkerk waarschijnlijk hem niet hebben aangetrokken en de richting der Antwerpsche Academie, het zoogen. Klassicisme, zou hem nog lang tot leidraad gestrekt en in andere banen geleid hebben.
      Wanneer men de oude monumenten op degelijke wijze leert kennen en waardeeren, en bij aandachtige studie leert beseffen hunne meesterlijke technische ineenzetting en constructie, de eenheid in stijl en oplossing, de wonderbare harmonie en verhouding, de onuitputtelijke fantasie, die uit die oude bouwwerken straalt, dan staat dit alles zóó wonderhoog boven het meeste oppervlakkig gedoe van onzen tijd, dat het voor een talent als dat van een man als dr. Cuypens zóó’n geweldige leering, geestdrift en emotie moest te weeg brengen. En het kon wel niet anders of de eerste de beste gelegenheid, die hij kreeg, om zich eenigszins ongedwongen en vrij te kunnen uiten, als bijv. bij de kerk te Veghel, werd ook voor het aan Waterstaatsstijl gewend zijnde volk van dien [t]ijd eene geheel ongewone openbaring, zoodat weldra Cuypers’ naam en roem onder het Katholieke Nederland wijd en zijd zich verspreidde.
      De kracht, die in dit opzicht van hem uitging, bracht hem bovendien weldra in aanraking met mannen van grooten invloed als o.a. Jhr. Viotor de Stuers en Alberdingk Thym en door hun steun werd ook in de niet-katholieke wereld Cuypers spoedig, ondanks allen tegenstand, de voornaamste bouwkunstenaar.
      Andere tijden zijn gekomen, nieuwe vormen breken baan, niet allen valt het geluk ten deel opdrachten of steun te vinden, zooals Cuypers te beurt gevallen is en dit is voor den bouwmeester meer noodig dan voor andere kunstenaars, zooals dichters, musici, schilders, wier werk en talent op andere wijze [t]ot uiting wordt gebracht dan in uitvoering van hout en steen. Of dus in dezen nieuwen tijd bouwwerken zullen ontstaan,, die getuigen van eene harmonie, eene eenheid en vooral een decoratief talent in versiering en detailoplossing als bij Cuypers het geval geweest is, zal de geschiedenis moeten leeren. Ten opzichte van het kerkgebouw durf ik dit om verschillende redenen, vooreerst sterk betwijfelen.
      Maar naast alle nieuwe roemruchtigheden, die het heden nog of de toekomst naar voren brengen zal, – en boven hen! – blijft het genie van dr. Cuypers staan, onverkleind en onaantastbaar voor allen tijd.

JAC. VAN GILS.      

      Rotterdam.