De Maasbode/Jaargang 49/Nummer 15055/Avondblad/Dr. P. J. H. Cuijpers de Oorspronkelijke

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dr. P. J. H. Cuijpers de Oorspronkelijke!
Auteur(s) J.H. Schorer
Datum Dinsdag 15 mei 1917
Titel Dr. P. J. H. Cuijpers de Oorspronkelijke!
Krant De Maasbode
Jg, nr 49, 15055
Editie, pg Avondblad, tweede blad, 2
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein
DR. P. J. H. CUIJPERS, DE OORSPRONKELIJKE!

      Groote artiesten drukken een stempel op hunnen tijd; dit doen ten onzent Cuypers en Berlage, welke laaste in kracht van uitdrukking zijn evenknie mag genoemd worden. Een tijd lang verafgoodt men ze als ’t ware; dan gaat ook dit luwen; andere intellectueelen duiken op, en geven op hunne beurt het type van een nieuwen tijdstroom aan. Maar hunne werken houden stand en blijven een merkteeken der tijden. Altijd, altijd boeien de twee omvangrijke profane Amsterdamsche werken van den meester, die zijnen negentigsten verjaardag viert. Het is onmogelijk voor hem, die de kunst bemint, het Rijksmuseum en het Centraalstation onopgemerkt voorbij te gaan, al zou men niet sympathiseeren met het karakter daarin weggelegd. De drie hoofdeigenschappen, waardoor de blijvend pakkende werking is bereikt, zijn nevens de de intimiteit, de oorspronkelijkheid der vinding en de waardigheid erover gespreid. In tegenstelling tot de niet altijd natuurlijke oorspronkelijkheid, Berlage’s werken gedeeltelijk eigen, geeft Cuypers vormen van natuurlijke oorspronkelijkheid. Wel mocht de meester eens met klem getuigen (zie het interview in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 17 Juli 1912): „Mijn gebouwen zijn ook niet gecopieerd; ik tart iedereen om het tegendeel aan te toonen. Zij zijn allemaal anders allemaal oorspronkelijk”.
      Men heeft beproefd deze creaties eene plaats toe te wijzen in de buurt en aansluitende aan oudere kunstepoques; vaklieden hebben wel eens geuit, dat het Rijksmuseum vroeg-renaissance is. Dit is echter niet juist gezien. Maar welken stijl vertegenwoordigt dan Cuypers in ’t Rijksmuseum dat in macht der werking en in intimiteit het Centraalstation overtreft?.... Het is Cuypers die door zijn ongemeen aangelegd intellect de oorspronkelijke was en blijft.
      Maar er is meer waardoor de meester boven alle Hollandsche bouwmeesters en boven vele buitenlandsche architecten uitsteekt. Nevens de oorspronkelijkheid van visie wortelt Cuypers bijzonderlijk bovenal in de waardigheid van uitdrukking; dit is misschien het rijkste, dat hij in de genoemde gebouwen schenkt. Geheel objectief in ons oordeel gepantserd, blikken wij naar ver verleden tijdperken der ku[n]st terug, en geven zijn Rijksmuseum, wat de kunstwaarde en de waardigheid der verschijning aangaat, eene plaats bij de bouwwerken om 1700 ontstaan.
      Het is een opvallend verschijnsel, dal onze veel bewogen tijd mist sprekend-eerwaardige karakterkoppen, zoowel mannelijke als vrouwelijke. Zoude dit misschien samenhangen met het ontbreken van den stempel van waardigheid aller architectonische werken, – ook van de eersten, – en waardoor de meester zoo zeer zich onderscheidt? Wie zal dit uitmaken. Zeker is het, dat evenals Josef Israëls, Bosboom, en Thijs Maris in enkele hunner werken vèr boven hunnen tijd staan ook dr. P. J. H. Cuypers dit doet.
      Laren N.-H.

J. H. SCHORER.