De Opmerker/Jaargang 19/Nummer 5/De Amsterdamsche beurs

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Amsterdamsche beurs
Auteur(s) C.B.P.M.
Datum Zaterdag 2 februari 1884
Titel De Amsterdamsche beurs
Tijdschrift De Opmerker
Jg, nr, pg 19, 5, 37-38
Opmerkingen Jacobus Roeland de Kruijff vermeld als De Kruyff
Brontaal Nederlands
Bron tresor.tudelft.nl
Auteursrecht Publiek domein

[37]


[...]


(A. et A.)

DE AMSTERDAMSCHE BEURS.

      De Beursquaestie in de hoofdstad is een nieuwe phase ingetreden. Nadat zij bijna was beslist, en eene prijsvraag reeds genoegzaam gereedlag om te worden uitgeschreven, heeft nog te juister tijd het Raadslid Prins den gang van zaken gestuit door te wijzen op den hoogst onpractischen en onesthetischen vorm, dien het nieuwe Beursgebouw zou verkrijgen door zijn ligging aan het Damrak tusschen de Oude- en de Papenbrug.
      Een voorstel wordt gedaan, de Beurs te doen verrijzen aan het einde van het Damrak nabij de Prins-Hendrikkade.
      Dit voorstel schudt eindelijk de gemoederen wakker uit den gerusten slaap, waarin zij geraakt waren door het veelvuldig bespreken en behandelen der Beursvraag.
      De kiesvereeniging Burgerplicht, haar naam getrouw, roept thans Amsterdam’s burgers op, om een nieuw, doch reeds 5 jaren oud plan weder eens met heldere blikken te bestudeeren. De heer De Kruyff wordt door Burgerplicht uitgenoodigd, in een algemeene meeting het Beursplan Muysken-De Kruyff, in 1879 gepubliceerd, te bespreken en de wenschelijkheid van een Beursstichting aan den Dam aan te toonen.
      Voor een talrijke vergadering ontwikkelde de heer De Kruyff zijn denkbeelden, toonde de uitvoerbaarheid van zijn plan duidelijk aan, bewees hoe de Dam de aangewezen plaats voor de nieuwe Beurs was en hoe alle toegangswegen tot dat plein door deze stichting zouden verbeteren.
      Met groote blijken van ingenomenheid werden sprekers woorden door de ter vergadering aanwezigen, waaronder o. a. de Wethouder van Publieke Werken, verscheidene Raadsleden en tal van handelsautoriteiten, begroet en besloten een adres tot den Raad te richten, met verzoek geen besluit te nemen in de Beursquaestie, alvorens grondig zij onderzocht de technische en financiëele uitvoerbaarheid van de plaatsing der Beurs op den Dam.


[38]


38

DE OPMERKER.

2 Febr. 1884.

      Dit adres werd in de Raadszitting van heden behandeld en besloten geen verdere decisie te nemen, alvorens zij onderzocht, in hoeverre de vraag: — is de stichting der Beurs op den Dam technisch en financiëel uitvoerbaar? – al of niet bevestigend is te beantwoorden.
      Deze week was dus voor ons bouwkunstenaars eene van het hoogste gewicht. Nog bestaat de mogelijkheid, dat wij niet voor het onuitvoerbare vraagstuk zullen geplaatst zijn, op een zeer slecht, onregelmatig terrein, dat in zijn verhoudingen van lengte tot breedte allerongunstigt is, een schoon Beursgebouw te projecteeren. Nog bestaat de mogelijkheid, dat het een onzer zal gegund zijn, de eereplaats in Amsterdam, tegenover het onvergankelijk sehoone monument, dat Jacob van Campen zich in zijn Paleisbouw stichtte, te bebouwen; nog is het niet beslist of Amsterdam een zijner waardige plaats aan zijn grootste bouwwerk zal schenken, of het zal terugschuiven tot in een uithoek der stad.
      Met groote belangstelling zien wij het onderzoek omtrent het Dam-Beursplan tegemoet. Moge het een gunstig resultaat opleveren en zij, wien dit onderzoek zal worden opgedragen, denken aan de gulden spreuk „time is money” en geen tijd noodeloos laten verloren gaan.
      A., 30 Jan. ’84.

C. B. P. M.