De Opmerker/Jaargang 33/Nummer 14/De Amsterdamsche beurs

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Amsterdamsche beurs
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 2 april 1898
Titel De Amsterdamsche beurs
Tijdschrift De Opmerker
Jg, nr, pg 33, 14, 110-111
Opmerkingen Hendrik Petrus Berlage vermeld als Berlage, Christiaan Posthumus Meyjes sr. als Posthumus Meyjes, Mathieu Lauweriks als Lauweriks, Karel de Bazel als De Bazel, Adriaan Willem Weissman als Weissman
Brontaal Nederlands
Bron tresor.tudelft.nl
Auteursrecht Publiek domein

[110]


[...]


DE AMSTERDAMSCHE BEURS.

      In de vergaderzaal van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst werd Vrijdag jl. door de afdeeling Amsterdam en het Genootschap „Architectura et Amicitia” eene gecombineerde vergadering gehouden, waarop de heer Berlage zijn beursplan toelichtte. De leden waren talrijk opgekomen; ook vele belangstellenden merkte men op, o. a. leden van den Raad, journalisten enz
      Nadat de heer Posthumus Meyjes met een kort woord de bijeenkomst had geopend, werd de spreker van den avond uitgenoodigd zijne aangekondigde bijdrage te houden.
      Spreker begon met een overzicht der geschiedenis van de beide vroegere beurzen, waarbij echter uit den aard der zaak geen nieuwe gezichtspunten werden geopend. De voorgeschiedenis van het tegen-


[111]


111

woordige beursproject werd niet aangeroerd, wat zeker voor het gehoor jammer was, omdat het belangrijk geweest zou zijn te weten wat de heer Berlage daarvan denkt.
      Daarop werd uitvoerig het plan in zijn plattegronden, constructie, verwarming, verlichting enz. verklaard. Of het deskundig gehoor daarbij veel belangrijks gehoord heeft, mag worden betwijfeld. Want ook toen werd niets medegedeeld, dat bepaald nieuw was, of het moest het verwarmingssysteem zijn, waarbij, tegen alle natuurwetten in, de warme lucht zoo hoog mogelijk in de bovenlichtzalen zal worden gevoerd, om dan...., te dalen! Als dit systeem werkelijk tot uitvoering mocht komen, zal het belangwekkend zijn de ondervindingen te weten te komen, die er mede worden opgedaan.
      Zeker hebben de aanwezigen zich het meest gespitst op de ontwikkeling van het esthetisch systeem, dat den bouwmeester bij het projecteeren geleid heeft. Daarvan evenwel hebben zij maar weinig gehoord en dat weinige was zóó fragmentarisch, dat het onmogelijk scheen, er een systeem uit samen te stellen. Slechts dit vernam men dat alles op een systeem van driehoeken berustte, die dan ook in rood op een der teekeningen waren getrokken. Als de vinders van dat systeem werden de heeren Lauweriks en De Bazel genoemd. Dat evenwel het heel wat meer beteekenend plattegrondsysteem geheel naar het plan des heeren Weissman was gevolgd, werd verzwegen. Wij hadden dit niet van den heer Berlage verwacht, die toch werkelijk niet noodig heeft zich met andermans veeren te tooien.
      Voor de versiering zal de heer Albert Verwey een schema opmaken; reeds werd gemeld, dat Gijsbrecht van Amstel, Oldenbarneveldt, Prins Maurits en Hugo de Groot de personen zullen zijn, wier beelden in de eerste plaats gemaakt zullen worden.
      De uiteenzettingen van den heer Berlage omtrent zijn plan „zonder „sprongen” klopten wonderwel, met wat verleden week in dit blad werd opgemerkt.
      Ten slotte stond de spreker stil bij den klokketoren en zijne symboliek.
      De heer Posthumus Meyjes dankte den spreker, die door een daverend applaus beloond werd. De heer Salm, voorzitter der Maatschappij, bood hem een zilveren pen als aandenken aan. Nadat ook nog de heer Leliman eenige opmerkingen ten beste had gegeven, werd de vergadering gesloten.