De Opmerker/Jaargang 33/Nummer 19/Edam's museum

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Edam’s museum
Auteur(s) A.W.W.
Datum Zaterdag 7 mei 1898
Titel Edam’s museum
Tijdschrift De Opmerker
Jg, nr, pg 33, 19, 147-148
Opmerkingen Daniël Franken Dzn. vermeld als D. Franken Dz., François van Bredehoff de Vicq van Oosthuizen als F. van Bredehoff de Vicq van Oosthuijsen
Brontaal Nederlands
Bron tresor.tudelft.nl
Auteursrecht Publiek domein

[147]


[...]


EDAM’S MUSEUM.

      Wij ontvingen het tweede jaarverslag der vereeniging „Edam’s Museum”, die het zoo goed bewaarde huis van plm. 1550, dat de aandacht van alle kunstkeurige bezoekers der vermaarde kaasstad trekt, met hare belangwekkende oudheden heeft gevuld.
      De noodzakelijk geworden vertimmering van het bovenhuis kon, — dank zij vooral der belangrijke financieele hulp door den heer D. Franken Dz., onlangs overleden zoo welwillend verleend, — in het voorjaar van 1897 tot stand worden gebracht. Werd tot dusver aan het eigenaardige der benedenverdieping nog altijd eenige afbreuk gedaan door de aanwezigheid van onderscheidene voorwerpen, die in deze om-


[148]


148

geving weinig of in het geheel niet op hun plaats waren, hierin kon nu de gewenschte verandering worden gebracht. Op de bovenverdieping, doeltreffend ingericht, kon nu alles, wat minder beneden thuis behoorde en ook veel, wat nog altijd op plaatsing wachtte, worden uitgestald, terwijl ook talrijke voorwerpen, in het afgeloopen jaar eigendom geworden of in bruikleen verkregen, konden worden geplaatst.
      De muren van het nagenoeg geheel ontruimde voorhuis zijn thans grootcndeels ingenomen door een viertal oude schilderijen, waarvan er voorheen drie op het stadhuis werden bewaard. Het zijn de portretten van Trijntje Cornelisse Kever, in 1616 geboren cn reeds op haar zeventiende jaar om haar buitengewone lengte vermaard; van den in 1606 overleden Edamschen burgemeester Pieter Dirckz om zijn langen baard bekend en van den kastelein Jan Claesz, die een ongemeen lichaamsgewicht bezat.
      Deze schilderijen mogen een belangrijke aanwinst voor het museum worden genoemd. Zij verhoogen den eigenaardigen indruk van dit voorhuis met zijn zware, door karbeelen gesteunde, eikenhouten zolderbalken en zijn met roode tegels geplaveiden vloer. De vierde schilderij, hier aanwezig, is een kinderportret afkomstig uit de verzameling van den heer F. van Bredehoff de Vicq van Oosthuijsen.
      Het museum mocht zich bij voortduring in veelzijdigen steun en sympathie blijven verheugen. Een onbekend gever schonk f600; anderen, waaronder het gemeentebestuur van Edam en het collegie van Diakenen der Nederduitsch Hervormde Gemeente, gaven voorwerpen in bruikleen. Ook veel werd ten geschenke ontvangen, terwijl tal van voorwerpen, op de geschiedenis van Edam of van Waterland betrekking hebbende, konden worden aangekocht.
      In de maand October werd het museum bezocht door den Commissaris der Koningin in Noord-Holland, Mr. G. van Tienhoven, die, in gezelschap van het lid van Gedeputeerde Staten Mr. P. B. J. Ferf en van den griffier Mr. A. A. Land met de meeste belangstelling het geheel in oogenschouw nam en zijn ingenomenheid te kennen gaf. Daar dit bezoek pas des avonds kon plaats hebben, waren de vertrekken naar oud-vaderlandschen trant door vetkaarsen verlicht.
      Het Museum werd in het afgeloopen jaar door ongeveer 600 betalende personen bezocht. Wij hopen, dat deze regelen er iets toe mogen bijdragen, om dat aantal te doen toenemen. Er bestaat in geheel Nederland geen openbare verzameling, die op zóó karakteristieke wijze gehuisvest is. De 17e-eeuwsche voorwerpen komen in de voor hen zoo passende omgeving beter uit dan in moderne gebouwen, hoe fraai en soliede die ook mogen zijn. Bovendien is het huis op zich zelf de aandacht van ieder, die zich voor oude bouwkunst interesseert, ten volle waard. Vooral de benedenverdieping, die merkwaardig intact bleef, geeft ons een helder denkbeeld van de woonhuisinrichting der 16e eeuw.
      De ijverige directeur, de heer W. J. Tuijn, verdient aller steun. Wij sluiten ons van harte aan bij zijn wensch dat belangstellenden in het algemeen, en de Edamsche burgerij in het bijzonder, mogen toetreden als begunstiger, en dat door het in eigendom of bruikleen afstaan van voorwerpen en documenten, Edam’s museum een blijvende bloei moge verzekerd worden.

A. W. W.