De Opmerker/Jaargang 44/Nummer 45/Automobiel-Garages III

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Opmerker Jaargang 44 Nummer 45 (6 november 1909)

Automobiel-Garages III
Door P.H. Scheltema

[353]

[...]


Automobiel-Garages.


Vervolg van bladz. 332.


      Wellicht de grootste inrichting van geheel Duitschland is het Garage-gebouw van de „Kraftfahrzeug-Aktien-Gesellschaft” te Charlottenburg, gebouwd door den architect Goltsch. Deze maatschappij bezit een groot terrein uitkomend aan de Fritschestrasse en aan de Bismarckstrasse aldaar. Dit terrein is aan deze straten met woonhuizen bebouwd, welke bebouwing in Fig. 7 door arceering is aangeduid. Het eogenlijk Garage-gebouw is geheel ingebouwd en bestaat uit een Souterrain waarboven 5 verdiepingen. De hoofdtoegang is aan de Fritschestrasse door een met drie rijbanen voorzienen doorrid, over een voorplein. De beide buitenste banen dienen als in- en uitrid naar en van het binnenplein, terwijl de middelste baan als helling aangelegd is en toegang geeft tot het souterrain. Deze helling mag alleen als inrid gebruikt worden.
      Als uitrid van de souterrainruimte is een tweede helling aangelegd, waarvoor een scheve uithoek van het terrein benut is. Deze helling is door muren van gewapend beton van de aangrenzende terreinen gescheiden. De helling stijgt in haar eerste rechte gedeelte in verhouding van 1 : 10 gaat dan over in een bocht, zonder klimming, waarvan de straal gemiddeld 8 M. bedraagt om vervolgens over te gaan in een tweede helling eveneens van 1 : 10, waarmede het Noordelijke plein bereikt wordt. De breedte van de rijbaan bedraagt in de rechte gedeelten 3 M. en in de bocht 6 M. Aan beide zijden zijn verhoogde trottoirs, om voetgangers het uitwijken mogelijk te maken. Van het Noordelijk plein kunnen de wagens door een doorrid op het Binnenplein komen en vandaar op de straat.
      Voorloopig zijn alleen de souterrain- en de begane grond verdieping voor automobielstanden ingericht, zooals uit de figuren 7 en 8 te zien is, doch hier kan, aangezien verscheidenen ruimten groot genoeg zijn voor 2 of 4 wagens reeds een 170-tal geborgen worden.
      De enkele standen zijn door brandvrije wanden van elkander gescheiden en van de gangen door inschuifbare hekken afgescheiden. Voor zoover de standen op den beganen grond direct aan een der pleinen uitkomen zijn zij voorzien van houten glasdeuren met bovenlichten. Bij dag worden de standen daardoor voldoende verlicht, ook al zijn de deuren gesloten, en bovendien is het opzicht hebbend personeel daardoor ten allen tijde in staat in de garageruimten te zien.
      Elke stand heeft een breedte van 3 M. bij een lengte van 6 M. Om ruimte te sparen is voor pijlers een ruim gebruik gemaakt van omkleede ijzeren


[354]

354

zuilen, alle vloeren zijn in gewapend beton uitgevoerd, met balken van hetzelfde materiaal.
      In elken automobielstand bevindt zich een kleine werkbank en een kast benevens eenige planken en pennen voor het ophangen van gummibanden. Uitsluitend electrische verlichting is overal voorhanden. Voor de luchtverversching heeft elke ruimte een opening die in verbinding staat met een der vele afvoerkanalen, welke allen boven het dak uitgebracht zijn. Zoodra de behoefte zich doet gevoelen kunnen de verdere verdiepingen ook gemakkelijk tot berging voor automobielen ingericht worden; daarvoor is dan alleen noodig, dat tusschen de pijlers en muren de vereischte scheidingswanden alsmede afsluithekken worden aangebracht. De verbinding van het Binnenplein met alle verdiepingen wordt gevormd door 2 liften, die nevens de eveneens door alle verdiepingen gaande trappen zijn aangelegd. De gangen tusschen de standen zijn zoo breed gemaakt, dat alle wagens direct, of met slechts een rangeerbeweging kunnen uitrijden, zoodat van het maken van traversen kon worden afgezien, bovendien kunnen in de hoofdgangen (zie Fig. 8, I, II, III, IV, V) twee wagens elkander zonder bezwaar passeeren.

Fig. 7. GARAGE VAN DE „KRAFT-FAHRZEUG-AKTIEN-GESELLSCHAFTTE CHARLOTTENBURG.

PLAN BEGANEGROND.

Garage Kraft-Fahrzeug-AG Berlin Charlottenburg plan 01.jpg


      De tweede verdieping *) van het gebouw bestaat uit twee groote ruimten, door de twee trappenhuizen aan de lange zijden van het gebouw van elkander gescheiden en zonder verdere verdeeling. Een dezer ruimten is tot magazijn ingericht. Hier worden behalve de gewone bouten, stiften, enz. ook alle overige vervangingsstukken, die voor verschillende automobiel-typen als normaal te beschouwen zijn, in voorraad gehouden. Bovendien bevindt zich hier ook het magazijn van gummibanden, luchtbanden, slangen, ontstekingsapparaten, alsmede smeermiddelen en poetsmateriaal. Voor de contrôle is de inrichting zoo gemaakt, dat de aanvoer van materialen steeds aan eene zijde en de aflevering steeds aan de andere zijde geschiedt.
      De andere helft der tweede verdieping wordt door de montage- en reparatiewerkplaats ingenomen, welke laatste op alle voorkomende herstellingen ingericht is. Hier bevinden zich aan de zoldering twee transmissie-assen, die elk door een electromotor gedreven worden en de verschillende hulpwerktuigen in beweging brengen. In deze werkplaats bevindt zich tevens de laadinrichting voor de electrische ontstekingsapparaten.
      Op de derde verdieping is een wagenmakerij en een zadelmakerij ingericht, zoodat met deze werkplaatsen de gelegenheid is verkregen alle voorkomende reparaties in hetzelfde gebouw te bewerkstelligen. De dakverdieping die boven de vijfde verdieping gelegen is en door bovenlicht verlicht wordt, heeft een practische bestemming gevonden als etalagelokaal voor den verkoop van automobielen.
      Voor het schoonmaken der wagens zijn op de verschillende binnenplaatsen in voldoende mate waschgelegenheden gemaakt, zoodat deze werkzaamheden buiten de eigenlijke standen kunnen plaats hebben. Van het aanleggen van werkkuilen in de afzonderlijke standen werd afgezien daar voor kleine reparaties enkele ruimten op de beganen grond werden ingericht en voor groote reparaties de wagens naar de groote werkplaats worden gebracht.
      Bij een zoo groote inrichting en een zoo groot bedrijf moest ook voor een voldoende gelegenheid voor bewaring van benzine gezorgd worden en dit is geschied op een wijze, waarbij volkomen aan de politievoorschriften voldaan is en evenzeer aan de eischen van het gemak in het gebruik. De inrichting hiervoor is gemaakt door de reeds genoemde firma Martini & Hüneke te Hannover.
      Naast het Noordelijke plein is een, daarvan door een muur met ijzeren schuifdeur gescheiden, open
————————
      *) Met tweede verdieping is hier bedoeld de verdieping gelegen boven de begane grond verdieping, die hier als eerste verdieping beschouwd wordt, eenigszins in afwijking van de in ons land in den regel gebezigde aanduiding.


[355]

355

plaats, waar zich de vuilinrichting van het reservoir bevindt. De tankwagens, waarin de benzine wordt aangevoerd, kunnen onmiddellijk aan deze vulinrichting worden aangesloten. Het reservoir zelf is een geslagen ijzeren ketel van 15000 Liter inhoud en ligt in een op deze plaats gemaakten kelder van gewapend beton met looden platen bekleed en bedekt met een laag grond ter hoogte van 2.1 M. Naast de vulplaats is een bergplaats voor de koolzuurflesschen. De benzine wordt door koolzuurdruk geperst, door een leiding, naar de tapplaats ongeveer in het middelpunt van het Binnenplein. Daar staat een soort van kiosk waarvan het middengedeelte benut is als ventilatie-schoorsteen voor de souterrainruimtem daaromheen zijn vier tapkranen met meetapparaten geplaatst, die het mogelijk maken de hoeveelheid afgetapte benzine zoo nauwkeurig mogelijk te controleeren.
      De centrale verwarmingsinrichting is in het souterrain aangelegd geheel afgescheiden van de garage-ruimte; de schakelkamer voor de electrische installatie ligt tusschen den in- en uitrid van het voorplein naar het binnenplein, boven de helling naar het souterrain; daar ter plaatse houdt zlch ook de beambte op, die belast is het in- en uitrijden der automobielen te controleeren.
      Het bezit van de aangrenzende terreinen stelde de maatschappij in staat van het zuidelijke plein naar de zijstraat een nooduitgang te maken, door middel van een doorrid onder een der daar gebouwde huizen.
      Veel kleiner afmetingen dan de hier beschreven reuzeninrichting, maar een zeer eigenaardige distributie vertoont een Fransche garage, waarvan onlangs een beschrijving voorkwam in het bekende tijdschrift „La Construction Moderne”, namelijk de door den architect Auverny gebouwde garage Manchon & Durand te Rouaan. Hierbij moest in verband met de eischen van het bedrijf en met de situatie rekening gehouden worden met de volgende voorwaarden.
      Veel ruimte voor de zoogenaamde vrije garage voor doortrekkende wagens, een vrij groot getal standen voor verhuring per jaar, en eindelijk een werkplaats groot genoeg om gemakkelijk een twaalftal wagens tegelijk in reparatie te hebben.
      De vreemde vorm van het terrein maakte het voldoen aan deze verschillende voorwaarden nog al moeilijk, temeer daar het ten opzichte der omringende straten zoo gelegen is, dat de hoofdingang alleen aan den afgeschuinden hoek kon komen. Bovendien ligt het terrein zeer dicht bij de Seine en is dientengevolge de grondwaterstand slechts 2 M. beneden het terrein en somtijds nog minder, om welke reden men moest afzien van het maken van een compleet souterrain, wat niet anders dan met groote kosten had kunnen geschieden. De architect heeft echter met veel talent de moeilijkheden van den vorm van het terrein weten te overwinnen.
      Op den beganen grond (Fig. 9) heeft hij de vrije garage ingericht met een loge voor den portier en een benzine-bergplaats onder de groote trap. Er zijn hier een vijftal afsluitbare standen voor automobielen van de hoofdruimte afgescheiden.
      Zooals uit Fig. 10 te zien is gaat de groote hal door twee verdiepingen heen en is de 1ste etage eigenlijk een soort van insteekverdieping, waarin het bureau der directie, een groot magazijn van automobielenbenodigdheden een groot tochtvrij en donker lokaal voor bewaring van gummibanden zijn ingericht en voorts de noodige ruimte voor in- en uitpakken en expeditie, een galerij en de noodige gemakken.

Fig. 8. PLAN SOUTERRAIN.

Garage Kraft-Fahrzeug-AG Berlin Charlottenburg plan 02.jpg


      De tweede étage is geheel ingericht voor het verhuren van standen. De indeeling is ongeveer als die van de derde (Fig. 11) het achtergedeelte is door de waschplaats en de lift in beslag genomen en de hoofdruimte door een breede middengang, waarop ter weerszijden te zamen 18 afsluitbare standen uitkomen. Deze standen hebben geen werkkuilen. Deze vindt men alleen op de derde étage in de standen die in de groote werkplaats uitkomen. De kuilen zijn gemaakt in den betonvloer die tevens het plafond vormt van de tweede ver-

Fig. 9.

Garage Manchon et Durand Rouen plan 01.jpg


[356]

356

dieping, zij vertoonen zich daar als doorhangende bakken, wat geen bijzonder fraau effect maakt.
      Het geheele gebouw is gedekt met een houtcementdak. Voor de fundeering waren palen van 14 M. lengte noodig. De pijlers, de vloeren en de groote trap zijn in gewapend beton uitgevoerd. De vloeren zijn berekend op toevallige belasting van 400 K.G. per M2, voor de werkplaats ter plaatse waar de hulpmachines staan op 500 K.G. Bij de groote overspanning tot 14 M. bleek deze constructie verreweg de meest economische, terwijl zij bovendien brandvrij is. Ofschoon overigens ook zoo min mogelijk hout in de constructie van het gebouw gebruikt is zijn voor de veiligheid geen bijzondere maatregelen getroffen. Voor de ventilatie geven de vele groote ramen ruimschoots gelegenheid, maar voor de bewaring der benzine is alleen een gemetselde kluis onder de trap aangebracht. De vernuftige inrichtingen voor onontplofbare bewaring kent men in Frankrijk nog evenmin als in Engeland.

GARAGE MANCHON & DURAND TE ROUAAN.

Fig. 10. Fig. 11.
 
Garage Manchon et Durand Rouen plan 02.jpg


      De verlichting van het gebouw is electrisch in de groote hal door middel van booglampen.
      Van een centrale verwarmingsinrichting is in de afbeeldingen niets te bespeuren. Hoe dus dit gebouw des winters verwarmd zal worden is ons onbekend. Met het oog op brandgevaar komt het ons ook bedenkelijk voor, dat alleen de wenteltrap in het achterste gedeelte van het gebouw van ijzer is, de bordestrap in het midden is van hout.
      Als een voorbeeld van in alle opzichten doelmatige inrichting kan dan ook deze Fransche garage niet aangemerkt worden, in dit opzicht zouden er om aan de eischen van veiligheid, zooals men die in Duitschland opvat, te voldoen nog wel enkele verbeteringen in aangebracht moeten worden.

(Wordt vervolgd.)