De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 11038/Avondblad/De Internationale Tentoonstelling te Genève

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Internationale Tentoonstelling te Genève
Auteur(s) Anoniem
Datum Maandag 6 december 1920
Titel De Internationale Tentoonstelling te Genève
Krant De Telegraaf
Jg, nr 28, 11038
Editie, pg Avondblad, derde blad, 9
Opmerkingen Theo van Doesburg vermeld als Theo v. Doesburg
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

De Internationale Tentoonstelling te Genève.

      Het „Orgaan” der Federatie van Ned. Beeldende Kunstenaarsvereenigingen schrijft:

      Wij hebben in het vorig nummer van het Orgaan gemeend goed te doen, ter kennis van onze leden te brengen dat er een Internationale Tentoonstelling te Genève zou gehouden worden, en hebben het ons verstrekte programma, dat er zeer onschuldig uitziet gepubliceerd.
      Eenige dagen daarna ontvingen wij echter een schrijven van den heer Theo v. Doesburg, die ons mededeelde dat hij Vertegenwoordiger voor Nederland was van deze Tentoonstelling, en dat het de bedoeling was er een zeer speciale manifestatie van zeer moderne stroomingen der kunst van te maken. Wij vroegen aan het Comité te Genève om nadere inlichtingen en ontvingen eene bevestiging van de opvatting van den heer v. Doesburg als antwoord. Men beoogt in Zwitserland een tentoonling van zéér modernen te orgnaniseeren, en zal „ouderwetsch” werk onverbiddelijk weigeren!
      Er valt voorzeker niets tegen te zeggen, dat men, als men eene Tentoonstelling in eene bepaalde richting wil houden, al wat niet tot deze richting behoort, eenvoudig weigert. Daar is niets tegen! Maar... dan dient men dit in zijn programma te zetten, of zéér voorzichtig te zijn met het verspreiden van zijn programma, en dit althans in een land, waar men zelf niet bekend is met de toestanden, aan een betrouwbaar vertegenwoordiger over te laten. Geen van deze dingen heeft het Comité gedaan; in het programma staat niets van die speciaal moderne richting, noch (wij wezen er reeds in ons vorig nummer op) van weigeringen en er worden ook geen namen van juryleden genoemd, evenmin als van de wijze waarop een jury zou worden samengesteld.
      En de programma’s: wij ontvingen het via ’t Verbond v. Ned. Kunstenaars Ver. van den Ned. Consul te Genève: wij weten dat de Secretaris van een onzer aangesloten Vereenigingen het van de Ned. Ver. voor Tentoonstellings belangen ontvangen heeft, en dat een aantal Kunstenaars, volstrekt niet uitsluitend ultra-modernen, het direkt uit Genève hebben toegezonden gekregen.
      En dat de heer v. Doesburg de Vertegenwoordiger voor Nederland van de Tentoonstellings-Commissie is, vernemen wij dan pas op het allerlaatste moment, dàt hebben wij nergens in de, officieele stukken gevonden!
      Wij protesteeren nadrukkelijk tegen de erherlijk lichtzinnige wijze waarop aan deze Tentoonstelling van uit Genève publiciteit is gegeven, en tegen de nonchalante wijze waarop de ultra-moderne Kunstenaars die aldaar de leiding schijnen te hebben, hun collega’s, die hun kunst op minder geavanceerde wijze meenen te moeten uiten, durven behandelen; wij hebben onze gevoelens te dezer zake dan ook reeds in duidelijke termen aan het Comité te Genève kenbaar gemaakt.”