De Tijd/Jaargang 89/Nummer 27559/Ochtendblad/Bij den dood van een grandseigneur

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bij den dood van een grandseigneur
Auteur(s) Anoniem
Datum Zondag 13 mei 1934
Titel Bij den dood van een grandseigneur. Schoonzoon van Rothschild en heer van Haarzuylens
Krant De Tijd
Jg, nr 89, 27559
Editie, pg Ochtendblad, [6]
Opmerkingen Pierre Cuypers vermeld als P.J.H. Cuypers, Hendrik Copijn als H. Copijn
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein
De Tijd vol 089 no 27559 Ochtendblad De monumentale hal van het kasteel Haarzuylen, voor veertig jaar nog een ruïne.jpg

De monumentale hal van het kasteel Haarzuylen, voor veertig
jaar nog een ruïne


Bij den dood van een grandseigneur

Schoonzoon van Rothschild en heer van Haarzuylens

      Eenige dagen geleden meldden wij, dat Baron Etienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar op 72-jarigen leeftijd plotseling overleden is aan een hartkwaal op de villa „Il Paradiso” te Nizza, in dezelfde stad, waar hij uit Belgische ouders geboren werd.
      Hij stamt uit den katholieken tak der Zuylens, die na het midden der 16e eeuw zich in Vlaanderen vestigden en invloedrijke posities te Gent innamen.
      Voor Nederland werd de overledene een belangrijke figuur, door de wijze waarop hij kort na zijn huwelijk met Baronesse Helène de Rothschild te Nizza, den wederopbouw van de sedert honderd en vijftig jaren onbewoonde middeleeuwsche ridderhofstede „Het Huis de Haar”, nabij Vleuten, bijgestaan door drie opvolgende generaties van het architectengeslacht Cuypers, heeft hersteld.
      De eenig overgebleven zoon en tegenwoordige Heer van de Haar, is Baron Egmond van Zuylen van Nyevelt van de Haar, die sedert meerdere jaren verbonden is aan den Belgischen diplomatieken dienst, zoowel te ’s Gravenhage als in Egypte.
      Terwijl de groote baksteen-ruïne, wat het uiterlijk betreft zoo getrouw mogelijk werd herbouwd, op grond van oude teekeningen en prenten in middeleeuwsche vormen, werd voor het inwendige van de groote hal en de ontvangzalen van de hoofdverdieping dit karakter ook doorgevoerd. In de slaapkamers der familie en in de vele logeerkamers, werden typen van oude betimmeringen, evenals van oude en nieuwe meubels als uitgangspunt genomen. Hierdoor worden de bezoekers nog meer gestemd door de monumentale en krachtige „allures” van den ontvangstsalon. De gasten uit alle deelen der wereld, die hier elken zomer en in het najaar te zamen kwamen, gaven op de meest verrassende wijze uitdrukking aan de bewondering voor deze geheel eenige moderne herbeleving van een middeleeuwschen burcht.
      Baron Etienne van Zuylen was zich wel bewust, dat tegenover een zeer bijzondere maatschappelijke positie in onze dagen andere prestaties moeten staan, dan in de dagen van zijn 23 voorouders, als heeren van de Haar.
      Bij het Parijsche leven in de Avenue Foch (eertijds Avenue du Bois de Boulogne), waren voor de familie de uitgebreide stallen voor 45 paarden, met afzonderlijke manège, van groot belang.
      Toen in de negentiger jaren en daarna, zoowel auto als vliegtuig een rol begonnen te spelen, toonde de Baron van Zuylen zijn belangstelling voor beide nieuwe technieken en verbond daaraan de bevrijding van het paard voor den zwaren arbeid. Weldra werd hij gekozen tot voorzitter van de Automobil-Club de France; in deze kwaliteit heeft de K.N.A.C. op velerlei wijze Zijn Hoog Wel Geborene, hare groote belangstelling bewezen. Hij steunde ook de Fransche automobiel-industrie financieel.
      Ondertusschen werd in 1893 de herstelling van Haarzuylens Kasteel ter hand genomen, waarvan Dr. P. J. H. Cuypers de technische uitvoering ter plaatse, den bouw van het Poortgebouw, tunnel, bruggen etc. behartigde. Het landgoed rond het kasteel de Haar was in den loop der tijden, terwijl de eigenaars in Vlaanderen leefden, tot een kleine hoeve geslonken, waarvan de pachter in de buurt land diende te huren voor zijn bedrijf. Tegelijk met den opbouw van het kasteel, de slotkapel, het oude poortgebouw en den aanleg van stallen, remises en dienstgebouwen in 1893 en 1894, werd door ruimen aankoop van land de mogelijkheid geschapen een park aan te leggen, hetwelk ruim 300 H.A. omvat. Deze aanleg werd met groote kracht uitgevoerd door den tuinarchitect H. Copijn, uit Groene Kan. Honderden groote boomen van 20 tot 30 jaren werden van Doorn naar het akkerland van Haarzuylen overgeplant. De hooge torenspitsen gaan daardoor thans geheel achter het geboomte schuil en de reiziger vanuit Maarsen, Vleuten en Harmelen kan thans slechts met moeite de witte vlag met de drie ronde zuilen ontdekken, die halfstok hangt van den hoofdtoren, als rouw voor den Heer, die als tweede stichter ruim veertig jaren gearbeid heeft aan de taak, de herinnering aan zijn voorgeslacht, zoo bekend in de geschiedenis van Utrecht en het Sticht, levendig te houden.
      Bij de herinnering van dezen historischen arbeid mag de Zuid-Brabantsche rentmeester, Frans Luyten, die Baron van Zuylen en de architecten Cuypers zoo trouw bijstond, niet vergeten worden.
      Het bezoek van het kasteel, dat op Maandag, Woensdag en Vrijdag wordt toegestaan op vertoon van kaarten, die de Rijksmusea uitgeven, zal in dezen tijd, nu de reuzenbouw met gesloten luiken rouwt, niet kunnen worden doorgezet.
      De bosschen en tuinen in blijden voorjaarstooi mogen het symbool zijn van de dankbare toewijding, waarmede alle omwonenden en medewerkers aan dezen cultureelen arbeid, de eeuwige rust toewenschen aan den energieken herbouwer van de Haar, wiens stoffelijk overschot binnen enkele dagen, daar te midden der oude muren, bij zoovele voorouders ter ruste gelegd zal worden, diep betreurd door de twee hem opvolgende geslachten Baron Egmond van Zuylen en diens zoon Baron Diederik van Zuylen, die hier een zeer uitzonderlijke taak vinden om getrouw over te nemen.