De Tijd/Nummer 12092/Kerknieuws

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kerknieuws
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 27 april 1887
Titel Kerknieuws
Krant De Tijd
Editie, pg [Dag], Tweede Blad, [1]
Opmerkingen Joannes Knippenbergh vermeld als Knippenbergh, Reginald Cools als Reginaldus Cools
Brontaal Nederlands
Bron kranten.delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

KERKNIEUWS.

      St.-Odiliënberg, 24 April. Evenals verleden jaar zullen ook thans in de Meimaand verscheiden bedevaarten het graf onzer vaderlandsche Apostelen, de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus, komen bezoeken. Voor eenige parochiën is de dag reeds bepaald, voor andere moet dit nog geschieden.
      Het mag niet ondienstig geacht worden, hier te herinneren wat de oude geschiedschrijver van het bisdom Roermond, Knippenbergh, in 1718 over deze oudtijds zoo beroemde bedevaartplaats te boek stelde. Na vermeld te hebben hoe de bisschop van Roermond, Reginaldus Cools, bij een herderlijk bezoek in 1679 de oude Stiftskerk in een puinhoop veranderd vond, gaat hij aldus voort:
      „De bisschop was diep getroffen, ziende dat een zoo heilige plaats, waaruit het licht des Evangelies voor onze voorvaderen was opgegaan, daar vervallen en in puinhoopen nederlag! Een plaats, zoo eerbiedwaardig om den levenswandel onzer HH. Vaders! „Wij maken ons,” zoo sprak hij, „aan zwaren ondank jegens onze Apostelen schuldig, indien wij deze stede, welke de wieg onzer christelijke kindsheid en onze moederschoot in Christus is, niet vereeren, verheerlijken en herstellen. Dezen grond moeten wij met onze tranen besproeien, met onze gebeden bezoeken, met onze lofzangen verheffen, want hier vonden de Vaderen, die ons door bet Evangelie in Christus voortbrachten, hun zalig einde; hier rusten hun gewijde lichamen, als zooveel eerbiedwaardige onderpanden van Gods weldaden en van de bescherming tegen alle gevaren, door de tusschenkomst onzer Apostelen.”
      In 1686 was een gedeelte der oude kerk hersteld en gewijd. „En nu begon,” zoo gaat Knippenbergh voort, „deze tot dusverre verwaarloosde plaats weder met groote godsvrucht bezocht te worden, en daar die ijver voortdurend aangroeide, beval de hoogw. bisschop Angelus d’Ongnyes het duizendjarig jubelfeest van de aankomst der drie Heiligen op den berg in 1706 gedurende acht dagen plechtig te vieren. De toevloed van pelgrims uit de landen van Gulik, Luik en Gelderland was zoo groot, dat de menigte niet alleen de kerk vulde, maar ook den berg, waarop de kerk ligt als een legerschaar bedekte. Bij deze gelegenheid diende de bisschop aan ongeveer vijf duizend personen het H. Vormsel toe.”
      Wat de godsvrucht thans in niet geringe mate verhoogt, is: dat de H. Mis weder kan gelezen worden aan het altaar, dat boven den ouden grafkelder der drie nederlandsche Apostelen hersteld is. Verleden jaar hebben dan ook veel priesters, zelfs uit Noord-Holland en Friesland, daarvan gebruik gemaakt.