De Tijd/Nummer 9726/Oudheid van de O.L.Vr. Munster-processie

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oudheid van de O. L. Vr. Munster-processie
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 2 juli 1879
Titel Oudheid van de O. L. Vr. Munster-processie
Krant De Tijd
Editie, pg [Dag, 2]
Opmerkingen Franciscus Boermans vermeld als Boermans, Antonius Jacobus Josephus Clocquet als Clocquet
Brontaal Nederlands
Bron kranten.delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Oudheid van de O. L. Vr. Munster-processie.

      Naar aanleiding van de pijnlijke verrassing, den ingezetenen van Roermond bereid door de oproeping van den Hoogeerw. heer plebaan Boermans, om zich voor den rechter-commissaris der arrondissements-rechtbank te verantwoorden over het houden der O. L. Vrouw Munster-processie, achten wij het van groot belang hier eenige gegevens met betrekking tot de oudheid dier processie mede te deelen.
      Nadat de H. Engelbertus van Berg, aartsbisschop van Keulen en neef van Gerardus III, stichter der abdij, ten jare 1224 de Munsterkerk plechtig had ingewijd, vierden, gelijk overal elders, de inwoners van Roermond den verjaardag dezer kerkinwijding telken jare op Dinsdag na Pinksteren, door processie, kermis en jaarmarkt. Dit duurde zoo voort tot het jaar 1597.
      Henricus Cuyckius, tweede bisschop van Roermond, zag met leedwezen, dat uithoofde der voorbereidingen tot de kermis, de behoorlijke viering van het hooge Pinksterfeest verwaarloosd werd en de Quatertemper-vaste, die steeds met de kermis inviel, dikwijls geschonden werd. Ten einde deze misbruiken te keeren, besloot hij, in overleg met den Magistraat der stad, en met octrooi van koning Philips II verleend den 11n Juli 1597, de processie en kermis op den daaropvolgenden HH. Drievuldigheids-Zondag te verplaatsen. Daartegen werd weinig bezwaar gemaakt; doch de bisschop was ook voornemens om de processie van uit de Munsterkerk naar de Kathedraal te verleggen en wel ter gelegenheid van de verheffing der Reliquiën van de HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus. Tegen dat voornemen kwam de abdis van het Munsterklooster, vertegenwoordigd door den abt van het klooster Camp, in verzet, en bewees, dat de Munsterkerk sedert eeuwen reeds hare jaarlijksche processie gehouden had, in den beginne rondom de stad, en later door verschillende straten, welke tevens aangewezen worden. De bisschop gaf eindelijk toe, en de Munsterprocessie toog elk jaar op HH. Drievuldigheids-Zondag in volle pracht door de versierde straten der stad.
      Over deze aangelegenheid berust een dossier aktestukken op het archief dezer stad.
      In het jaar 1665 wordt andermaal gewag gemaakt van de processie der Munsterkerk. Op HH. Drievuldigheids-Zondag van dat jaar, aldus verhalen de annalen, viel de stad ter prooi aan een verschrikkelijke ramp. Toen de Munster-processie in de nabijheid was gekomen der Zwartbroekerpoort, werden eenige saluutschoten gelost, ten gevolge waarvan een stroodak vuur vatte. De brand, door Zuidwesten wind aangewakkerd, nam spoedig zulk eenen omvang, dat drie vierden der stad in asch werden gelegd; dertien personen werden levenloos uit de rookende puinhoopen te voorschijn gehaald.
      Ter herinnering aan den geweldigen indruk, dien dit feit op de burgers gemaakt had, werden de volgende rijmpjes opgesteld, die men gedurende een reeks van jaren telkens in Roermondsche almanakken terugvond:

            Den laatsten Mei op Kermisdag,
            Toen men de burgers vieren zag,
            Met volle vreugd en vrolijkheid
            De heilige Drievuldigheid
            Zijn in brand geraakt, wel hoe?
            Tot ruim elfhonderd huizen toe;
            Vier kloosters, drie kerken, een abdij
            Schrikkelijk was ’t, geloof mij vrij.
            In zestien honderd vijf en zestig,
            Was ’t ongeluk dat ik beschrijf.
            Zoo haast volgt droefheid op de vreugd,
            Zoo haast verdwijnt, wat hier verheugt.

      Tijdens de fransche omwenteling werden de kloostergebouwen geseculariseerd en de meubelen der kerk in het openbaar verkocht; de kerk zelve bleef gedurende zes jaren negen maanden en vijftien dagen gesloten. Eindelijk werd zij den 2n December 1803 aan den openbaren eeredienst teruggegeven; de eerw. heer Clocquet, kapelaan der parochie, vierde er de eerste godsdienstplechtigheid en op HH. Drievuldigheids-Zondag van het jaar 1804 toog de Munster-processie onder blijde deelneming der gansche burgerij door de geheele stad. Deze laatste gebeurtenis leeft nog voort in den mond der ouderen van jaren, die zulks van hunne ouders vernamen. Dat sedert dien de Munster processie telken jare haren optocht heeft gehouden, kunnen alle bejaarde ingezetenen getuigen. Indien dus ééne plaats in Nederland zich kan beroemen op de oudheid harer processie, dan kan Roermond het zonder eenigen twijfel. En ook tegen zulke aloude en hoogst eerbiedwaardige processiën willen zekere lieden eene gerechtelijke vervolging ingesteld zien! Waar gaan wij heen?

(Maas- en Roerbode.)