De Zuidwillemsvaart/Jaargang 50/Nummer 135/De tram naar de veiling

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De tram naar de veiling
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 11 juni 1930
Titel De tram naar de veiling. De lijdensgeschiedenis van de Deurnesche tram
Krant De Zuidwillemsvaart
Jg, nr 50, 135
Editie, pg [Dag], [eerste blad], [1]
Opmerkingen Limburger Koerier vermeld als Limb. Koerier
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

De tram naar de veiling.

De lijdensgeschiedenis van de Deurnesche tram.

      Ook de „Limb. Koerier” vestigt er thans in een artikel de aandacht op, dat voor onze tramwegen de magere jaren zijn aangebroken en autobus en vrachtauto een concurrentie in het leven hebben geroepen, waartegen tram noch spoor opgewassen zijn.
      Het blad schrijft, in denzelfden geest als vrij vóór enkele dagen, o.m. „Men make zich allerminst illusies, dat alles wat we op verkeersgebied zien gebeuren, van voorbijgaanden aard zal zijn. ’t Blijft een zaak van wijs beleid op de teekenen des tijds te letten en de bakens te verzetten, als ’t getij verloopt. Steeds meer wint de overtuiging veld, dat we met autovervoer op den korten afstand meer gebaat zijn, dan met het vervoer van tram of trein en er zijn er, die zoowel van de gemeente als van de provincie of het Rijk aan het eerste dezelfde gelden wilen beschikbaar gesteld zien, die vroeger aan tram of trein werden toegekend. Wat het personenvervoer betreft, bezit de autobus voordeelen, waarbij de tram het absoluut niet haalt. En het vrachtvervoer op den korten afstand kan onmogelijk economischer dan per vrachtauto. Het is geen vraag meer, wie in de toekomst het pleit zal winnen. Gemeenten, rijk en provincie hebben tonnen gouds in tramondernemingen gestoken, waarvan de exploitatie thans aanzienlijke tekorten oplevert. De malaise draagt daarvan niet de hoofdschuld, maar wel de reusachtige ontwikkeling van het autoverkeer. Als deze werd gestuit, zouden tram en trein wel weer opbloeien!
      Dat de overheid bij den teugeloozen wedijver van autobus-expiOitanten een woordje meespreekt in het belang van de veiligheid van het reizend publiek, of de veiligheid van straat of weg, valt toe te juichen. Dat de personen- of vrachtauto zijn deel bijdraagt in het wegenonderhoud is rechtvaardig, mits de weggeldheffing, noch de andere te treffen maatregelen er op berekend zijn de ontwikkeling van deze vervoermiddelen te stuiten ten behoeve van trein of tram!....”
      De Limb. Koer. laat hierop de lijdensgeschiedenis van de Noord-Limburgsche tramwegen, speciaal van de lijn Deurne—Roermond volgen.
      „In Midden en N. Limburg is het N. V. Limb. Tramweg Mij., die verschillende tramlijnen exploiteert. Zij bouwde in de oorlogsjaren trams, die 100 pCt. te duur waren en waarvan het zeer te betwijfelen is, of ze wel ooit zullen rendeeren. Natuurlijk heeft zich dit al lang gewroken en de groote financieele noodtoestand dezer Mij. is een publiek geheim. De Noordelijke lijnen, gebouwd in den duurst denkbaren tijd, loopen bovendien door streken, waar zelfs onder normale omstandigheden een tram weinig kans zou hebben om te rendeeren. En thans bij de auto-concurrentie allerminst.
      Men hoeft heusch geen profeet te zijn, om te durven voorspellen, dat trams in de naaste toekomst zullen gaan behooren tot „de verdwijnende soort”. De goede oude tijd is voorbij op verkeersgebied. Over den aanleg van spoorwegen hebben we ons in deze streken de laatste halve eeuw niet druk te maken gehad. Maar des te meer hebben we gebeunhaasd en geliefhebberd op het gebied van tram-aanleg.
      Men bezat zelfs een zekere virtuositeit in het ontwerpen van tramverbindingen. Natuurlijk zijn de meeste trams „op papier” gebleven, wat evenwel niet verhinderde, dat er telkens nieuwe ontdekkers van „verkeersbehoeften” opdoken. ’t Leek ’n gezellige sport, waarmee men nog naam kon maken bovendien. Thans staan we verwonderd over de blijmoedige naïviteit der ontwerpers, die blijkens de wijze, waarop zij hun plannen aanpakten, werkelijk overtuigd moeten zijn geweest van de practische uitvoerbaarheid en de rentabiliteit...!
      Tal van gemeentebesturen, die soms, hoe vast ze anders de koorden der beurs aangetrokken hielden, bezweken voor de aanlokkelijke ontwerpen en een ruime subsidie toekenden, moeten zich later wel ten zeerste verheugd hebben, dat het tram-avontuur, waarin men zich bijna had gestort, mislukte. Er zijn daardoor heel wat belastingpenningen, die anders reddeloos weggegooid zouden zijn geweest, gered!
      Wellicht nergens hebben in deze streken grooter tram-enthousiasten gewoond dan in de gemeente Deurne, het millioenenparadijs! Als ’t enkel aan die heeren gelegen had, liepen van daaruit trams in alle richtingen als de draden van een spinneweb. De tramspecialiteiten stonden – op papier – letterlijk voor niets!.... Hoe vaak zijn aldaar tramplannen ontworpen, met vuur verdedigd en schoone illusies opgewekt, die later als zeepbellen tot niets verspatten.
      Reeds voor 30 jaar, in 1900, zou er ’n tram komen van Helmond over Deurne naar Roermond. De plannen waren zoo goed als klaar, men kon beginnen. Na een schier eindeloos gesukkel is hij er ten slotte gekomen; juist in den peperduren tijd. De kwestie breed of smal spoor was ook hier de groote struikelblok. Enfin: ten slotte werd de lijn Deurne—Roermond gelegd. Wat eerstgenoemde gemeente in Roermond ging zoeken is velen nooit recht duidelijk geweest. Welnu, de verbinding was steeds ’n groote mislukking. Deurne stak de som van ƒ 222.500 (de gemeente is houdster van 89 certificaten van aandeelen in de L.T.M. van f 2500) in de onderneming en kreeg.... ’n tram, waarmee men op een dag niet eens de reis Deurne—Roermond heen en terug kon maken!
      Indertijd bij den aanleg der lijn naar Helden stonden de drie belanghebbende gemeenten voor de keus: een tramlijn bouwen Venlo—Maasbree—Helden, geheel uit eigen middelen, of de onderhandelingen voort te zetten van een gesubsidiëerde lijn naar Deurne. Men koos het eerste en dat de keuze een gelukkige geweest is, zal niemand, die later de bewogen geschiedenis der eerstgenoemde tramlijn volgde, kunnen toegeven! In elk geval een lijn Deurne–Venlo had de voorkeur verdiend, terwijl in de richting Roermond een tram linker Maasoever in een groote verkeersbehoefte had kunnen voorzien. De verbinding Deurne—Roermond is steeds noodlijdend geweest, de bedrijfsresultaten waren voortdurend treuriger, er is niemand die er zich over verwondert, dat er onderhandelingen worden gevoerd, om het traject Deurne—Meyel, dat absoluut geen levensvatbaarheid heeft stop te zetten.
      Op de lijn Roermond—Deurne werd een paar jaar geleden nog ’n verlies geleden van bijna ƒ 109.000. Jarenlang ging het op het onderhavige lijntje zoo troosteloos slecht, dat men de opheffing als een uitkomst zal begroeten. Maar wat wordt het dan op de rest van het traject Meijel—Roermond, waar de toestand weinig, beter is? En wat zal er in de toekomst nog terecht komen van de doortrekking der tramlijn Venlo—Maasbree—Helden naar Meijel, waartoe de L.T.M., die 1 Jan. 1923 genoemde lijn overnam, zich heeft verplicht, een verplichting, die voor deze Maatschappij, ook na de overgave der tramlijn naar Helden aan de Maasbuurt Spoorweg-Mij. nog steeds blijft bestaan? De totstandkoming diende zelfs „zoodra mogelijk” te geschieden, maar na 7 jaar wachtens is er nog geen kijk op! Het verbindingslijntje naar Meijel wordt als „zeer duur” beschreven en wanneer straks de verbinding Meijel—Deurne komt te vervallen, zal de L.T.M. er nog minder lust in hebben een trammetje aan te leggen, dat aan de grens der Peel in de eenzaamheid dood loopt! De beslissing in Zake de opvatting van „zoodra mogelijk” is in handen van den Minister van Waterstaat gelegd, maar ook deze kan van ’n kikker geen veeren plukken.
      Wat de gemeenten ten opzichte van tramconcessionarissen aan de te eischen naleving van contract veel opgelegde verplichtingen hebben, bleek in oorlogstijd, toen men eenvoudig de tramliin Venlo—Tegelen—Steyl opbrak en alle materiaal verkocht! Venlo met Tegelen stonden eenvoudig machteloos. En wij vreezen met groote vreeze, dat deze geschiedenis zich herhaalt, met betrekking tot het verbindingslijntje Beringen—Meijel, zoodra de L.T.M. den tramdienst Deurne—Meijel zal hebben stopgezet!