Dzjuna

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dzjuna

Auteur Karel Poort
Genre(s) Reisverslag/documentaire/boek
Brontaal Nederlands
Datering 15-04-1995/25-11-2008
Bron Verhalenbundel, uitgeverij Aspekt Soesterberg
Auteursrecht
                            Dzjuna


‘Onze wereld zal binnenkort geen oorlogen meer kennen’ en ‘President Jeltsin en jullie koningin samen zouden deze planeet kunnen redden.’, maar ook ‘Een door mij speciaal voor de mensheid ontwikkelde apparaat gaat Rusland en daarna de rest van de wereld genezen van aids, kanker en tal van andere ongeneeslijke ziektes.’ Dit zijn slechts drie van een hele serie wonderlijke uitspraken van een excentrieke held in Rusland. Het is 1995 en we zijn op bezoek bij het fenomeen Dzjuna, die zich uitgeeft als alternatief genezeres middels aardstralen. Ziehier, kind van Assyrisch/Russische ouders en persoonlijke adviseur van president Jeltsin.


De vedette

Van verschillende kanten worden we gewaarschuwd voor het grillige karakter van deze wel heel merkwaardige kostganger, de kans dat we haar succesvol kunnen filmen wordt door betrouwbare bronnen dan ook als uiterst gering ingeschat. Maar Nanette van der Laan, al een aantal jaren werkzaam als correspondent in Moskou en onze tolk deze week, heeft voor aanstaande donderdag een afspraak weten te maken in het ‘Instituut voor Alternatieve Geneeskunst’, waar Dzjuna de alleen heersend directeur van is. En zoals het een vedette betaamt komt Dzjuna ruim een uur te laat op de afspraak en geeft ons in het voorbijgaan ongeïnteresseerd en zonder zich te verontschuldigen een verdwaald slap handje, begint onmiddellijk met één van haar van haar talrijke mobiele telefoontjes te telefoneren en strooit diverse orders in het rond richting knipmessende types die haar dag en nacht lijken te omringen.

Dzjuna ziet er exotisch, maar wel wat bleekjes en ongezond uit. Ze heeft zwaar met mascara omringde, dwingende zwarte ogen, is gekleed in bontgekleurde zigeunerachtige jurk, ratelt aan één stuk door en speelt doorlopend met haar slanke handen waarvan de nagels zorgvuldig roodgelakt zijn. Nadat we haar, om het fenomeen gunstig te stemmen, een peperdure fles cognac en een ander verwennerijtje hebben overhandigd, krijgen we de goedkeuring om haar in haar overvolle kantoor een interview af te nemen. Maar terwijl we onze apparatuur draaiklaar maken, dirigeert ze de camera al op discrete afstand zodat haar kraaienpootjes voor de kijker thuis praktisch onzichtbaar blijven. Ze praat honderduit over al het moois dat aan de muren van het vertrek hangt, en dat betreft uitsluitend en alleen haar eigen persoontje. We zien rijendik foto’s van Dzjuna, Dzjuna en nog veel meer Dzjuna. Dzjuna met Jeltsin, Dzjuna met Robert de Niro, met Frederico Fellini, Prins Bourbon van Parma, Paus Johannes Paulus de 2e, Andrej Tarkovski, de complete militaire Sovjet-top, Dzjuna met zoon, de handen van Dzjuna, Dzjuna als zelf geschilderde oppergodin en Dzjuna als generalissima van het Russiche leger. Dzjuna is er heilig van overtuigd dat zij één der wonderen van deze eeuw is en plaatst zichzelf als medisch wonder, kunstenaar, filosoof en wetenschapper op gelijke hoogte met - en ze noemt voor het gemak zomaar even een willekeurige dwarsstraat - Albert Einstein.

Tijdens onze opnamen is het een komen en gaan van louche ogende figuren, die zonder aankondiging het kantoor binnen komen wandelen, zomaar tegen Dzjuna beginnen te praten en ons dwingen te stoppen met filmen. Zoals een zwaar bebrilde en persoonlijke vriend van Dzjuna. De man, door Dzjuna geïntroduceerd als één van de belangrijkste mannen van Moskou en eigenaar van vele casino’s aldaar, zegt dat hij ons twee dingen wil meegeven. 1: Dzjuna is een onwaarschijnlijk intelligente, warme en boven alles en iedereen verheven vrouw, met eigenschappen die de mensheid tot nu toe heeft moeten ontberen, en 2: het Assyrische volk, waar hij er ook één van is, is het belangrijkste en oudste uit de historie en de directe afstammelingen van Adam bovendien. Wie niet, vragen wij ons af, maar daar moeten wij het doodgewone stervelingen uit Holland voorlopig maar even mee doen.

Ondertussen blijft het ego Dzjuna, gestreeld door zoveel mooie woorden, maar stijgen naar nóg grotere hoogten dan ze al toevende was. Onze camera en recorder draaien inmiddels weer en ze neemt opnieuw het woord. ‘Tegen het einde van 1996 zullen alle oorlogen zijn opgehouden, behalve die tussen Afghanistan en Pakistan want dat ligt nu eenmaal een stuk ingewikkelder.’ Maar ze is nog niet klaar. ‘Als er problemen zijn praat ik met Boris Jeltsin en adviseer hem tot in het kleinste detail over allerhande regeringszaken. Ik heb ook veel andere vrienden in het Russische parlement, de doema, en ben daar dus een graag geziene gast. Ik ben getrouwd met het hoofd van de geheime dienst van president Sjevardnadze van Georgië. Sjevardnadze is trouwens ook een persoonlijke vriend van mij, bijna dagelijks bel ik met z’n vrouw, eigenlijk ben een soort dochter voor hen.’ Ze laat ons verder weten dat ze generaalmajoor is bij de medische troepen en komt met een foto op de proppen waarop ze staat afgebeeld en gekleed in een indrukwekkend hoge officiers marine-uniform, geflankeerd door belangrijke Sovjet-hotemetoten tijdens het afnemen van een parade op het Rode Plein.


De behandelkamer

In de tussentijd worden achter een dikke bruine deur de harde dollars verdiend met het ‘genezen’ van patiënten die naar Dzjuna’s kliniek zijn gekomen. Een vijftal, volgens eigen zeggen door haarzelf opgeleide, artsen in lange witte doktersjassen staan schouder aan schouder in een scharrig, muf ruikend halletje dat als behandelkamer dienstdoet om doodzieke en veelal radeloze mensen te bewerken. Afhankelijk van de klachten van de patiënten zweven alle vijf de ‘doktoren’ met hun handen op zo’n vijf centimeter afstand over pijnlijke en zieke plekken van de lichamen. Het enige wat hier echt is zijn de patiënten, de rest is fake. Op zich een bijzonder lachwekkende situatie, ware het niet dat we hier in veel gevallen te maken hebben met ernstig zieke mensen die in Dzjuna en haar medewerkers een laatste redmiddel zien.

In het halletje blijft het ondertussen een komen en gaan van patiënten en er vormt zich een heuse file tot aan de hoofdingang, ondanks hun ziektes staan sommige van deze stakkers hier urenlang in de rij. Een aantal mannetjes die Dzjuna's tent technisch en anderszins zo'n beetje draaiende moeten houden zijn druk in de weer met koffie, thee, nijptangen, faxen, schroevendraaiers en wat al niet. Ook vrienden van Dzjuna wringen zich in de benauwde ruimte tussen de patiënten en behandelend personeel door, op zoek naar hun idool. Er wordt bijna niet gesproken in het halletje, ook niet door een meer dan corpulente vrouw in een aangrenzend kamertje. Veertien uur per dag neemt ze namens mevrouw Dzjuna de dollars, het enig mogelijke betaalmiddel in dit instituut, in ontvangst, terwijl de doktoren met onverstoorbare ernstige gezichten en gespreide handen over de lichamen van de bange en soms huilende patiënten blijven zweven.


De machine

De volgende dag zien we exact dezelfde taferelen van zwevende handen, krankzinnige behandelingen en druk rondlopende mensen waarvan een aantal die het daglicht duidelijk niet kunnen velen, met als enige doel om heel even de hand van Dzjuna vast te mogen houden en bloemen of andere geschenken aan te kunnen bieden. Gevoel voor theater kan Dzjuna echter niet worden ontzegd, want ze ziet in onze aanwezigheid een prachtig promotiemiddel om Europa te veroveren met haar nieuwste uitvinding en heeft voor onze film haar rijk gedecoreerde marine-uniform aangetrokken. Gouden galonnen, erekruisen en lauwerkransen, gecompleteerd met rode, blauwe en gele sterren, alles wat er maar op een uniform denkbaar is of niet heeft Dzjuna op haar vermomming laten naaien, want het is vandaag een speciale dag. Dzjuna heeft bedacht dat ze middels de Nederlandse televisie haar splinternieuw ontwikkelde en álles genezende machine wereldkundig gaat maken, een monster van een apparaat dat alle denkbare ziektes zal gaan genezen en de mensheid redden. Trots en kauwgom kauwend staat ze naast een aantal op elkaar gestapelde, zilverkleurige machines die zijn voorzien van indrukwekkende slangen, verspringende digitale cijfertjes en veel, heel veel knipperende lampjes. Het is de bedoeling dat een patiënt tussen twee ronde en beweegbare schijven gaat zitten en zal na drie behandelingen van een kwartier volkomen genezen zijn, legt professor Dzjuna ons met een stalen gezicht uit, want ze heeft de aardstralen, die ze haar hele leven al opvangt, in dit apparaat gestopt en die hebben een verbluffend geneeskrachtige werking. Er is een kleinere versie van dit prototype in ontwikkeling, ze beweert dat er al tientallen orders van all over the world zijn binnengesleept en begint onderwijl aan een demonstratie waarvoor een proefpersoon tussen de ronde schijven is komen zitten. De man met de dikke brillenglazen is er nu toch, dus waarom hém er dan niet even tussenin gezet? ‘Ik heb laatst een hartinfarct gehad en de hele rechterkant van mijn lichaam werkte niet meer,' jokkebrokt hij, en deel uitmaakt van het Dzjuna-complot. 'vijf maanden heb ik niet kunnen lopen en praten, maar na drie behandelingen met deze wondermachine ben ik weer zo gezond als een vis en kan ik alles weer doen.’

Het fenomeen zelf zegt dat ze over de technische werking van het apparaat helaas niets kan zeggen, maar voor deze ene keer, omdat wij het zijn, wil ze er wel een paar details over kwijt. ‘Het is een apparaat zonder negatieve bijwerkingen. Ik kan er ook patiënten preventief mee behandelen en het gerontologisch proces wordt omkeerbaar.’ stelt ze vast, terwijl haar tong de chewing gum telkens weer rondtrekkende bewegingen laat maken in haar mond. ‘Dit is hét wonder van 21ste, 22ste en 23ste eeuw,’ gaat ze onverdroten verder, ‘kijk, ik heb een paar essentiële onderdelen met tape afgeplakt, want mijn geheimen moeten natuurlijk wel GEHEIM blijven. Dat mag niemand weten, want daaronder bevindt zich een klein paneeltje dat voor iedere patiënt opnieuw moet worden ingesteld om het genezingsproces in werking te zetten.’

‘NIET VAN DICHTBIJ FILMEN!!’, schreeuwt ze plotseling zomaar vanuit het niets in onze richting. Mevrouw raakt geïrriteerd door iets waarvan wij niet het flauwste benul hebben. ‘Luister, er zit twintig jaar wetenschap in dit apparaat, bijna mijn hele leven heb ik eraan gewijd. Het is een verworvenheid voor mijn vaderland. De apparaten geven infrarode, ultraviolette, optische, röntgen en ultrasone stralingen af. Er zijn jaren van intensieve studie aan voorafgegaan alvorens ik ze in deze machine kon overbrengen, maar nu kan ik alle problemen die de patiënten hebben onmiddellijk wegstralen.’ Nanette vraagt voorzichtig naar de prijs van zo’n apparaat, waarop Dzjuna haar glunderend toevertrouwd dat daar toch wel ettelijke honderdduizenden dollars voor dienen te worden neergeteld.

We zijn nieuwsgierig naar de functies van alle knipperende lampjes en heen en weer tollende metertjes op het monster, en zonder te weten wat ze nu eigenlijk aan het doen is drukt ze op een willekeurig aantal knopjes, zodat de lampjes aan en dan weer uit gaan totdat een hele rij groene, digitale cijfertjes verspringen van nul naar zevenendertig. Maar als de demonstratie op camera is afgelopen verdwijnt Dzjuna, moe geworden van zoveel ingewikkelde uitleg, al weer snel naar een andere ruimte. Onze gebrilde secondant staat zijn plaats af tussen de ronde schijven en maakt plaats voor een zwaar invalide Duitse vrouw, die samen met haar familie helemaal uit Frankfurt is komen rijden om hier te worden behandeld. Een ‘arts-assistent’ neemt de honneurs van Dzjuna even waar, maar met het paneel wordt niets gedaan ondanks dat Dzjuna ons zojuist nog heeft uitgelegd dat het apparaat voor iedere patiënt afzonderlijk moet worden ingesteld. En opnieuw wordt hier een nieuw slachtoffer voor heel veel dollars door één van de kwakzalvers te grazen genomen.


De politiek

Dzjuna heeft plotseling een spoedgeval te behandelen. Het blijkt een bevriende waarzegster te zijn die aan een tumor lijdt en even snel door het fenomeen zelf genezen moet worden. Achter de deur, die door Dzjuna’s persoonlijke bodyguard wordt bewaakt, spelen zich wonderlijke dingen af. Want plotseling horen we, samen met de artsen en patiënten in het belendende behandelgangetje, een grof geschreeuw en gevloek van Dzjuna dat minuten lang aan zal houden. Maar haar medewerkers vertrouwen ons toe dat dit wel een paar keer per dag gebeurt en we ons toch vooral nergens zorgen over hoeven te maken.

Als de scheldkanonnade eenmaal is geluwd en Dzjuna zich na geruime tijd weer bij ons voegt, behandelt ze achteloos en zomaar even in het voorbijgaan, haar handen op vijf centimeter zwevend van de lichamen, een drietal mensen waaronder een meisje van een jaar of dertien dat aan kanker lijdt. Nadat ze het kind als genezen heeft verklaard en weggestuurd, zegt ze tegen Nanette: ‘Zojuist had het arme kind nog kanker maar nu niet meer, is dat niet mooi?’

In haar vaderland wordt Dzjuna op handen gedragen en gezien als een bovennatuurlijk verschijnsel. Ze doet tv-shows en houdt doorlopend radiopraatjes, waarin ze steeds maar weer nieuwe radeloze patiënten oproept om naar haar instituut te komen. Maar haar ambities reiken verder, want ze gaat zich met ingang van heden toeleggen op de politiek en de algemene verwachting is dat miljoenen stemgerechtigde Russen een kruisje voor haar naam zullen zetten. Als dát waar zal blijken, zal ze straks een geduchte concurrent zijn voor haar vrienden in de top op het Rode Plein.

Rusland is de totale gekte nabij.

Afkomstig van Wikisource NL, de Vrije Bron. "https://nl.wikisource.org/w/index.php?title=Dzjuna&oldid=70179"