Eenheid/Nummer 283/Kunst-kritiek

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kunst-kritiek
Auteur(s) Theo van Doesburg
Datum 6 november 1915
Titel Kunst-kritiek
Tijdschrift Eenheid
Jg, nr, pg [6], 283, [2]
Eenheid no 283 article 01 column 01a.jpg

Eenheid no 283 article 01 column 01b.jpg

Eenheid no 283 article 01 column 02.jpg
Brontaal Nederlands
Auteursrecht Publiek domein

KUNST-KRITIEK.

      Moderne Kunst: Stedelijk Museum Amsterdam.Expositie Mondriaan, Leo Gestel, Sluiters, Schelfhout, Le Fauconnier.

      Mondriaan. – De werkstukken van dezen s[c]hilder geven van alles den meest spiritueelen indruk. Dit komt te meer uit, tegenover de prismatische kleuren-composities van Leo Gestel welke in dezelfde zaal hangen.
      De opgave, die Mondriaan zich gesteld heeft voor no. 116, kan in hare uitvoering zeer geslaagd heeten. Geestelijk is dit werk overwegend aan al het andere. Den indruk, die het maakt is Rust; de onbewogenheid der ziel.
      In z’n planmatige constructie is het „worden” meer dan het „zijn”. Dat is ’n zuiver kunst-element; want Kunst is niet ’n „zijn” maar ’n „worden”. Dit „worden” is gegeven in zwart en wit; het draagt iets bij tot de theorie van Picasso en Uexküll. De eerste kwam tot een methaphysisch palet, reduceerde het prismatisch colriet der luministen tot wit, zwart, grijs en sepia.
      Mijn eigen ervaringen van jaren zwoegend werken, hebben er toe geleid, – zonder dat ik bekend was met de theorieën van Uexküll of Picasso, – de ontdekking van het zwart-wit-grijs-palet te huldigen voor werken van zuiver geestelijken inhoud. Het gevoel dat ik bij het tableau 116 kreeg was rein-geestelijk; bijna religieus, doch minder enthusiastisch. Toch mist het niet de kracht welke de natuurschilders der 19e eeuw op hun doek concentreerde om het zonlicht uit te drukken. Het zou zelfs op zonlicht geïnspireerd kunnen zijn.
      Het middel tot zoo weinig te beperken en dan met niets anders dan wat witte verf op een wit doek met horizontale en loodlijnen een zoo zuiveren kunstindruk te geven is bizonder.
      Het moet echter geheel afzonderlijk hangen.


      Ik vestig de aandacht op dit werk.


      De andere werken van Mondriaan zouden tot kleuren-architectuur gerekend moeten worden.
      Ook hier het worden van de eene kleur uit de andere. Het elkaâr beïnvloeden der kleuren. Op sommige zijn de aanleidende motieven nog wel terug te vinden, doch zonder aesthetische stoornis (dit „aesthetische” niet in traditioneelen zin, maar in dien van „Kunst-gevoelige”). Deze werken, die op mij ’n bizonder elementair-reinen kunstindruk maakten (vooral no. 116) blijven kalm en waardig onder het hoonlachten van het publiek, dat in alles zoekt wat het kent.


      Maar Kunst is wat men niet kent.


      Leo Gestel. – Minder spiritueel. Zinnelijker. Principieel ben ik een vijand van stelselmatige constructies, ’t zij van de Kleur of van de Lijn of van het Vlak. Vooral, wanneer dit stelselmatig verdeelen van het Vlak op het eerste gezicht ’n overwegenden indruk maakt. Het gevoel laat zich niet stelselmatig uitmeten. De diepte van het Gevoel moet den afstand bepalen van de eene kleur tot de andere.
      Dat is schilderkunst.
      Mondriaan beseft, dat ’n lijn zoo’n groote beteekenis heeft gekregen. ’n Lijn is bijna zelf een kunstwerk geworden, men kan er niet meer zoo mede morsen als in den tijd, toen het op nabootsen van geziene dingen aankwam. Het witte doek is zoo plechtig. Elke lijn te veel, elke lijn verkeerd, elke kleur niet met eerbied en zorg neergezet kan alles – dat is de geest – bederven.
      Zoo nauwgezet is Gestel niet. Hij is onstuimiger in zijn materialistisch-idealisme. Het liefst heb ik hem dan ook in zijn bloemenmotieven, waarvan ik noteerde 123, 131, 122, 134
      Hier en daar is hij kristal-helder; zelf hemelsch.


      J. Sluiters. – Na het portret van zijn vrouw het meest spiritueel-gemathamorfoseerde van zijn geheele werk, heb ik niets meer gezien dat de moeite waard was.
      Als Mondriaan langzaam maar zeker den nieuwen weg bewandelt, Gestel brutaal en onzeker, dan hinkt Sluiters.
      „Loopen jullie me niet zoo vooruit, ik kan niet mee komen”.
      Sluiters is artist tot het luminisme. Verder niet. Bij 119 vragen wij terug naar Whistler?


      Schelfhout. – School van Cézanne. ’t Best 37, 30, 39, 31, 26, 29. Landschap-motieven, uitgevoerd volgens cubistisch voorschrift. Alles bij elkaar: arm aan idee.
      In de teekeningen: Toorop, Odilon Redon.
      In de schilderijen: Cézanne, Braque, Van Gogh on-oorspronkelijk.


      De Wereldgeest heeft zich in de kunstenaars van Europa als ’n „Gesamtgeist” doen kennen.
      Het „Ik” is „gesamt-ich” geworden.
      Daarbij kunnen zich alleen zij, die van den Geest zijn ,aanpassen.


THEO VAN DOESBURG.


      Amsterdam, 18/10–15.


      – Wegens te veel kopy tot onze spijt een week vertraagd.