Gezelle/Maagdengroen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Abeelen * 33 Maagdengroen van Guido Gezelle Het jonge jaar * 35
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Virgineum decus

     Niet lam en afgeleefd,
maar kroes, en in zijn' kreuken,
     zoo is het loof mij lief,
en ‘t groen, der groene beuken,
     die in de zonne staan
     en, hagewijs geleed,
     de nieuwe pracht aandoen
     nu van hun lentekleed.
     Hoe zuiver is dat groen,
     hoe nesch, hoe ongenaakt,
     met vluggen dons bezet,
     die ‘t nog veel schoonder maakt!
     Dit heete ik maagdengroen,
en mochte ‘t, lang nadezen,
     zoo maagdelijk als nu,
van webbe en verwen, wezen!
     Doch neen: ‘t onedel stof,
     hierboven onbekend,
     geschonden hebben zal ‘t,
     eer nog de zomer endt!

8/2/1897