Grönnens Laid

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken

Grönnens Laid

Auteur Gerhard Willem Spitzen, beter bekend als Geert Teis Pzn
Componist: G.R. Jager
Genre(s) Volkslied
Brontaal Gronings
Datering 1919
Bron
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Grönnens Laid op Wikipedia

Grönnens laid (Nederlands: Het lied van Groningen) is het volkslied van de provincie Groningen. Het lied is geschreven in 1919 door Geert Teis Pzn.. G.R. Jager uit Slochteren componeerde de muziek. Het werd in april 1919 voor het eerst gepubliceerd, in het maandblad "Groningen". Het is het enige provinciale volkslied dat officieel in het dialect geschreven is.

Het volkslied staat symbool voor de vereniging van Stad en Lande en voor de trots in de provincie Groningen. Het was een belangrijke uiting van het Groninger regionaal besef tijdens de provincialistische periode, midden 20e eeuw. Ook nu nog kent een zeer groot deel van de bevolking het volkslied. In het begin was dit niet het geval. Het volkslied werd pas populair toen een AVRO-radioprogramma in 1937 concludeerde dat de meeste Groningers hun eigen volkslied niet mee konden zingen. De reactie hierop was dat de meeste Groningers het volkslied nu kennen.

Tekst (Gronings)[bewerken]

Van Laauwerszee tot Dollart tou,
van Drìnthe tot aan t Wad,
Doar gruit en bluit ain wonderlaand.
Rondom ain wondre stad.
Ain Pronkjewail in golden raand
is Grönnen, Stad en Ommelaand;
Ain Pronkjewail in golden raand
is Stad en Ommelaand!
Doar broest de zee, doar hoelt de wind,
doar soest t aan diek en Wad,
Mor rusteg waarkt en wuilt t volk,
het volk van Loug en Stad.
Ain Pronkjewail in golden raand
is Grönnen, Stad en Ommelaand;
Ain Pronkjewail in golden raand
is Stad en Ommelaand!
Doar woont de dege degelkhaid,
de wille, vast as stoal
Doar vuilt t haart, wat tonge sprekt,
in richt- en slichte toal.
Ain Pronkjewail in golden raand
is Grönnen, Stad en Ommelaand;
Ain Pronkjewail in golden raand
is Stad en Ommelaand!

Tekst (Nederlandse vertaling)[bewerken]

Van de Lauwerszee tot aan de Dollard,
van Drenthe tot aan het Wad,
Daar groeit en bloeit een wonderland.
Rondom een wonder stad.
Een pronkjuweel in een gouden rand
is Groningen, Stad en Ommeland;
Een pronkjuweel in een gouden rand
is Stad en Ommeland!


Daar bruist de zee, daar huilt de wind,
daar waait het aan de dijk en het wad,
Maar rustig werkt en wroet het volk,
het volk van het dorp en de stad.
Een pronkjuweel in een gouden rand
is Groningen, Stad en Ommeland;
Een pronkjuweel in een gouden rand
is Stad en Ommeland!


Daar woont de goede degelijkheid,
de wil, zo hard als staal
Daar voelt het hart, wat de tong spreekt,
in directe en eenvoudige taal.
Een pronkjuweel in een gouden rand
is Groningen, Stad en Ommeland;
Een pronkjuweel in een gouden rand
is Stad en Ommeland!
Afkomstig van Wikisource NL, de Vrije Bron. "https://nl.wikisource.org/w/index.php?title=Grönnens_Laid&oldid=51987"