Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 14

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 13 Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 14 Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 15 >


Hoofdstuk XIV[bewerken]

Artikel 128[bewerken]

  • Er is een Nationale Veiligheidsraad, die zijn werkzaamheden kan aanvangen pas nadat de daartoe bevoegde organen besloten hebben tot het afkondigen van de staat van oorlog, oorlogsgevaar of staat van beleg in geval van militaire agressie en het afkondigen van de burgerlijke en militaire uitzonderingstoestand.

Artikel 129[bewerken]

De Veiligheidsraad bestaat uit:

a. de President, als voorzitter;
b. de Vice-President, als vice-voorzitter;
c. de Minister belast met justitiële aangelegenheden;
d. de Minister belast met defensie aangelegenheden;
e. een ander lid van de Raad van Ministers;
f. de Bevelhebber van het Nationaal Leger;
g. de Korpschef van het Korps Politie Suriname.

Artikel 130[bewerken]

  1. De Veiligheidsraad beschermt de souvereiniteit en de binnenlandse veiligheid van de Republiek Suriname en is toegerust met speciale bevoegdheden met betrekking tot de uit- en inwendige veiligheid van de Republiek Suriname in gevallen als in Artikel 128 bedoeld.
  2. Nadere regels met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheden door de Veiligheidsraad en het uitroepen van de noodtoestand, als in artikel 102 lid 3 bedoeld, worden bij wet vastgesteld.