Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 16

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 15 Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 16 Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 17 >


Hoofdstuk XVI[bewerken]

Artikel 149[bewerken]

  1. Bij wet wordt ingesteld een orgaan dat tot taak heeft toezicht uit te oefenen op de besteding van de staatsgelden, alsmede controle op het geldelijk beheer van de overheid in de ruimste zin.
  2. Het toezicht en de controle zullen worden uitgeoefend zowel op de rechtmatigheid als de doelmatigheid van de besteding en het beheer van de staatsfinanciën.

Artikel 150[bewerken]

  • De voorzitter, de ondervoorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden worden op voordracht van De Nationale Assemblée, door de President benoemd voor een periode van vijf jaren.

Artikel 151[bewerken]

  • Het in artikel 149 bedoelde orgaan zal periodiek, doch ten minste eenmaal per jaar verslag uitbrengen aan De Nationale Assemblée, de Staatsraad en aan de Regering van het door haar uitgeoefend toezicht. Het verslag wordt openbaar gemaakt.

Artikel 152[bewerken]

  • Alles wat verder de samenstelling, de organisatie en de bevoegdheden van dit orgaan betreft, wordt nader bij wet geregeld.