Het Vaderland/Jaargang 45/Nummer 243/Het kinderspel en de wetenschap

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Het kinderspel en de wetenschap’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit Het Vaderland, zondag 12 oktober 1913, Ochtendblad, B, [p. 2]. Publiek domein.
[ Ochtendblad, B, 2 ]

Het kinderspel en de wetenschap.

 Een aardige prijsvraag zou zijn een onderzoek van den invloed van het kinderspel op natuuronderzoek en techniek.
 Welk een lange rij wetenschappelijke onderzoekingen zijn b.v. aan den eenvoudigen vlieger vastgeknoopt. Wij weten nu best, dat de bliksemstraal niets anders is dan een electrische ontlading, doch men weet dat het bewijs daarvoor geleverd werd door Franklin met behulp van een vlieger, welke hij in een onweer opliet. De vlieger is in zekeren zin de oervader der registreerballons, vliegmachines en al wat wij tegenwoordig al zoo de hooge regionen in sturen.
 De zeepbellen, het kleurig knoeispel der jeugd, spelen een belangrijke rol in de geschiedenis der moderne phisica. Met zeepbellen experimenteerden Newton en Kelvin, zeepbellen zijn heden nog een demonstratiemiddel van den physica-professor. Het onderzoek naar de vraag, hoe toch die mooie kleuren op den doorzichtigen bel kwamen, leidde tot de gewichtigste onderzoekingen, welke ooit in de geschiedenis der wetenschappen voorkwamen. De kleuren komen, zooals men weet, tot stand door de zoogenaamde interferenzen door gedeeltelijke vernietiging en versterking van stralen door stralen, wanneer ze aan de grenzen van dunne, doorzichtige lagen gereflecteerd worden.
 Hierdoor kwam men tot het inzicht, dat het licht een golfbeweging, een electromagnetisch wentelproces is.
 Ook bij het onderzoek over de grootte der moleculen en atomen hebben zeepbellen dienst gedaan. Lord Kelvin ontdekte daarbij, dat de zeephuidjes zóó dun kunnen worden, dat bijna 10 millioen een laagje van een milimeter vormen, m. a. w. dat 10.000.000 zeepmoleculen pas een weglengte van 1 millimeter geven.
 Zijn berekeningen aan zeepbellen klopten, wat de grootte-ordening betreft, met de andere berekeningsmethodes van moleculen, volgens welke een kubieke centimeter ruimte 30 trillioen gasmoleculen kan bevatten, dus, in een vingerhoed ongeveer honderd trillioen of 100.000.000.000.000.000.000 luchtmoleculen gaan.