I.K. Bonset/Antikunstenzuivereredemanifest

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Antikunstenzuivereredemanifest
Auteur(s) I.K. Bonset
Datum [Februari] 1922
Titel ‘Antikunstenzuivereredemanifest’
Tijdschrift Mécano
Jg, nr, pg , Jaune, Geel, Gelb, Yellow,
Genre(s) Dada
Brontaal Nederlands
Bron resolver.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

ANTIKUNSTENZUIVEREREDEMANIFEST

Toegewijd aan de ongelijkzwevende temperatuur van Dada

Kunst en filosofie zijn geheel verteerd door de vervelende herhaling van steeds eenzelfde thema. Europa is ingesloten tusschen zuivere logica en guitaar. Geleerden en kunstenaars vastgebonden aan één en hetzelfde touw. Ieder zijn stalletje en boven elk stalletje een verweerd en piepend uithangbord. Gevangen in de magie der vruchtbare onnoozelheid, wentelen kunstenaars en geleerden om de versleten as van den centrifugalen trommel der muffe, fatsoendelijke, burgelijke intelligentie. De intellectueele thema’s klepperen en keeren weer, tollen rond, CARNAVAL van gekleurd slijk, poep, blik en ontstoken hersenen. De zuivere logica en de gitaar — de zuivere gitaar en de logica — gitaarlogica — logigicataar — logigicataar — gicalogitaar — taargilocagi — gicalotaargi — lotaargigica — gitaar, gitaar, gitaar, logica, logica, logica, logicanus, ANUS. Al dat geklepper en gedraaf achter „La Femme assise“ en rondom de „Natures mortes“, Kant-Hegel-Fichte-Schopenhauer-Bolland-Spinoza heeft geen andere beteekenis dan zichzelf zooveel mogelijk met woorden en ijdeltuiterij op te blazen, opdat men toch vooral den schijn niet zou ontgaan op iets te lijken dat NIETS is. Niemand ontgaat de kans zich te verheugen elk uur, zonder daarbij op de stilstaande pendule te kijken en zich te besmeuren met fatsoen, ethiek en ALIBABA-moraal in de keiharde beddeplank van zijn bestaan, die hij met een vloek „leven“ noemt. NOOIT HEEFT IEMAND DEZE BONBON GEHEEL OPGEZOGEN zonder in de verzoeking te komen erin te — bijten. Mij is de nicotine, de RADIO-MACARONI en de WHISKY-SODA meer waard dan de champignons, die Uw monniken en buffelgeleerden kweeken tusschen hun oksels. Kleine schimmelgewassen, die zij zuivere rede of geestelijke esthetiek noemen, omdat zij het vermogen

missen hun kop snel in het rond te draaien om alle zijden der wereld tegelijk te zien. Het is om het even of gij bremmeriaansch, bollandistisch of op z’n havelaarsch gecastreerd zijt. Eunuchen zijt ge allen. Waarlijk, ge gelooft zoo vast en zeker aan de logica van Uw eigen krankzinnigheid, dat de ééne gezonde gedachte, welke gij gevonden zoudt hebben door Uw keiharden kaaskop eine halbe Stunde op Uw geboterden romp rond te draaien (en welke gedachte daarin bestaat, dat ja en neen, vol en ledig, zuivere alogica en onzuivere logica identiek zijn), U voortdurend ontgaat. Dada is het eenige afdoende stopmiddel om U van Uw kunst-en-logica-diarrhéé te genezen. Dada is de kurk op de flacon van Uw domheid. Vergeet daarbij niet, dat de looden hersenmassa van Uw dialectici te weinig poreus was om er ook maar één enkele levende en bewegelijke gedachte, een ijsvuurdenkbeeld door te laten. Gij weet dat alles nog zoo niet. Dada weet het. En ik zeg U nu, dat Uw intellectueele zwaarwichtigheid even materieel is als de steenen uitwerpsels, die men iederen morgen op Uw hoofdkussen vindt. En nu, nu we elkander zoo van anus tot anus de waarheid gezegd hebben, zou ik U willen verzoeken dezen kleinen vergiftigen dolk van mij aan te nemen (ik kocht hem in CALICANOURO), niet om daarmede de klinker van Uw ziel te treffen, doch alleen maar om hem achter den nagel van Uw rechterwijsvinger te laten wegglijden als een bajonet in een schede. Ge likkebaardt al vooruit om de pornografische dubbelzinnigheid (voor wien houdt ge mij?) welke ge meent te speuren en de bedorven schelvisch, die ge goed verpakt achter Uw kleeren meedraagt zich reeds om zijn gewaande prooi: De rossige STOPPELHEIBLOESEMKINNEBAK waarop 20 eeuwen u kristelijk-deemoedig geranseld hebben steekt zoo ver buiten Uw vlakke borsten, dat ik mij veroorloof U voortaan te gebruiken als wandelstok van Dada.

Holland 31. I. 1921 I.K. BONSET