I.K. Bonset/Die Stilte

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Die Stilte
Auteur(s) I.K. Bonset
Titel Die Stilte
Editie {{{editie}}}
I.K. Bonset Die Stilte.jpg
Genre(s) Poëzie
Brontaal Nederlands
Bron I.K. Bonset (1975) Nieuwe Woordbeeldingen. De gedichten van Theo van Doesburg, Amsterdam: Em. Querido’s Uitgeverij, ISBN 90-2141-316-7, pp. 17-18.
Auteursrecht Publiek domein

[17]


Die Stilte.


’t Bewustzijn van den dag
is al geweken.
Er staat ’n groote nacht
te wachten aan de lucht
Er is een boom
die aanvangt te bezwijken.
Er is ’n graauwe
platte steen, die
niets zegt tot den nacht.
Er is diep verband
Van alle dingen, die
des daags vijandig
staan in ’t licht der zon.
Er is ’n hooge wind, die
bruist en die
veniiet vernietigen wil
wat staat.
Er is ’n fier gerucht
van tegenstand,
zooals dat is,
wanneer twee mannen vechten, die
even sterk zijn.


Ik ben alleen
Er is in mij een rust, die
iemand slechts verkrijgt
wanneer hij leeft


[18]

in het heelal. Wanneer hij ophoudt
mensch te zijn
en wordt het Al.
Er is ’n stilte
in mijn hart, die
slechts verkregen
wordt door smart.
Dìe stilte is het, die
ik hoord’ in elk geluid
De stilte, dié
ik zag in elk ding, dat
stond of
viel
of lag
of hing.
Het is de stilte
van mij zelf, die
ik beluister
elken dag, maar die
ik nimmer
zelve was
vóór dezen dag.