I.K. Bonset/Hypostrodon der dramade

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hypostrodon der dramade

Auteur I.K. Bonset
Genre(s) Dadaïsme
Brontaal Nederlands
Datering 1923
Bron Theo van Doesburg (1983 [1923]) Wat is Dada?, Amsterdam: Joost Nijsen, p. 12-14. Zie Bestand:Wat is Dada ? p 12-13.jpg en Bestand:Wat is Dada ? p 14-15.jpg.
Auteursrecht Publiek domein

[12]

12

[...]

            HYPOSTRODON DER DRAMADE door i. K. Bonset.
            dadaïstische meditaties bij een kroeg.

Index pointing right.jpg opwekking tot
natuurlijke handelingen.

het is onmiskenbaar dat wij ziek zijn van overtuigingen. Hoe ook gespleten gescheurd en met drekfranje versierd meent ieder zich berechtigd het leven te voeren. Maar bemerkt hoe de »natuur« een kreng is, bemerkt het aan »le grand roue« te parijs aan de daklijst van uw woning aan de rimpels op uw bruid en aan de goedmoedige paardevijgen op de boulevard St. Michel.
      In een drijfend en naakt kreng drukt zich de

HYPOSTRODON DER DRAMADE

uit. Elke poging zich in een luchtledige ruimte een andere wereld van eigen vinding te vormen om daar in te leven ongezien onaangetast door de kanker der NATUURDRAMADE faalt.


[13]

13

      Alles wat gebaren toelaat wat, aanspraak maakt op afmeting ruimte tijd en geld is gevuld met microben die vroeg of laat hun reageerende uitwerking doen gelden. Gij kunt u geen oogenblik en nergens onttrekken aan het vijandige tegenbeeld uwer »geestelijke« (o parodie der paradijsparade) proefnemingen. Gij kunt u tevreden stellen met lauwe wasschingen (= poësie) met fazanten van gekleurde blik (= religie), een middeneeuwsch kerkraam als bril (= kunst), de horizontaalstaande wip (= philosofie) en nog vele andere afleidingen, de kanker in uw hart breidt zich onvermijdelijk uit. Honderden generaties hebben zich afgetobd dezen kanker te bezweren – te overwinnen – perken te stellen, niet bemerkend dat hun hersenen en ook de inhoud hunner aspiraties begiftigd waren met dezelfde kankerbacillen. Dada voert een strijd tegen de heerschappij van het VUIL, zich daarin onderscheidende van de impressionisten, die zich met het Vuil verzoend hadden. Geheele generaties hebben gerit de verderfelijke uitwasemingen der philosofie, der godsdienst en der kunst ingeademd, meenende dat de katapepsis, welke daarvan het gevolg was de ware levenstoestand was.
      Wij neo-vitalisten, dadaïsten, destructieve constructivisten hebben het geheele etterveld, dat het lichaam der wereld verbergt bloot gelegd roepende: »Kijk kijk kijk hier hier hier niets niets niets.« Zonder gummiestok boven ons hoofd zouden wij de rust die wij genieten, verstoord voelen. Wat wij echter het veiligst bewaren – zoo leert ons de dadasofie – zijn onze slaappoeders. Door zorgvuldig en regelmatig gebruik dezer slaappoeders bemerken wij niet, dat het geheele leven met drekfranje versierd is. Hoe dik ook


[14]

14

de wanden zijn, waarmede wij ons van de natuur afsluiten na verloop van tijd, zal het meest exacte gewrocht, product onzer geestelijke genoegens katapeptisch doorvreten zijn.