I.K. Bonset/Over den zin der letter kunde

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Over de zin der letter kunde
Auteur(s) I.K. Bonset
Datum 1926
Titel ‘Over de zin der letter kunde’
Tijdschrift De Stijl
Jg, nr, pg 7, 77, 78
Stijl vol 07 nr 77 p 78.jpg
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron Ad Petersen (ed.; 1968) De Stijl. 2. 1921_1932. Complete Reprint 1968, Amsterdam: Athenaeum, Den Haag: Bert Bakker, Amsterdam: Polak & Van Gennep, p. 511.
Auteursrecht Publiek domein

[78]

I. K. BONSET

OVER DEN ZIN DER LETTER KUNDE.

bij het schrijven gaat het er om, dat een zin « vol » is. geladen. vandaar het begrip : volzin. nu kan de volzin op velerlei manieren geladen zijn. begrippelijk, d. i. met ideeën van velerlei aard — dichterlijk, indien de zin vol is van scheppende vinding en zuiver letterkundig, wanneer door woord- en zinsverschikking, hetzij begrippelijk of a- logisch een nieuwe werkelijkheid een specialen vorm krijgt. het spreekt vanzelf, dat de begrippelijk- geladen volzin voor de dichtkunst zonder zin is. de zinlooze volzin daarentegen kan in de moderne dichtkunst zinvol zijn. schrijven, als scheppen met en uit het woordmateriaal is zuivere dichtkunst. het nieuwe vers berust op de scheppende vinding, welke zonder absolute destructie van het begrip (en alles wat met de ordinaire rede verband houdt) en de syntaxis niet mogelijk is. deze vernietiging van begrip en syntaxis brengt de opheffing van tijd en ruimte mede.
werkelijk de nieuwe dichtkunst is van deze redelijke indeelingsfactoren van het menschelijke bewustzijn volkomen bevrijd. zij kent noch een naastelkaar, noch een na-elkaar. Haar plastiek ligt in het riumte- en tijdlooze. dit geldt echter alleen voor de nieuwe dichtkunst. zij is a-priori super-dimensionaal, super-reeël en contramorphistisch.

zeer zeker waren in de zgn., « tachtigers », kleine aanzetjes hiertoe aanwezig, doch gelijktijdig, waren, proportioneel genomen, enorme stukken echte poesie in frankrijk voorhanden (ghil, mallarmé, de sade, de leautréamont, enz) de tachtigers misten echter het vertrouwen in het woord-als-materie, als zelfstandig uitdrukkingsmiddel. vandaar de snelle ontaarding in burgerlijke romantische of tendentieuze woordverdikkingen, welke tenslotte in een woordenderrie (quérido) moest eindigen.

78