Jan Hessel de Goot/Verslag van de 1131ste gewone vergadering

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Verslag van de 1131ste gewone vergadering [...]
Auteur(s) J.H. de Groot
Datum Zaterdag 23 november 1901
Titel ‘Verslag van de 1131ste gewone vergadering op 20 Nov. j.l. gehouden in het genootschapslokaal te Amsterdam’
Tijdschrift Architectura
Jg, nr, pg 9, 47, 371-372
Opmerkingen Herman Walenkamp vermeld als Walenkamp, Joseph Cuypers als Cuypers
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Bron [1] en [2]
Auteursrecht Publiek domein

[371]

[...]

VERSLAG VAN DE 1131ste GEWONE VERGADERING OP 20 NOV. j.l. GEHOUDEN IN HET GENOOTSCHAPSLOKAAL TE AMSTERDAM.

DE notulen worden gelezen door den heer WALENKAMP en onder dankzegging goedgekeurd.
      Aan de orde zijn eerst de ingekomen stukken, zijnde een aanvrage van den heer OTTEN, die buitenlid wenscht te worden en verder een »Rapport betreffende wijziging der hinderwet, uitgebracht door het »Departement AMSTERDAM der Nederl. Maatschappij ter bevordering van Nijverheid.”
      Daarna neemt de heer CUYPERS het woord tot het houden zijner aangekondigde voordracht, naar aanleiding van een reis door ENGELAND en IERLAND.
      De heer CUYPERS was naar ENGELAND gegaan om buitenhuizen te zien. Een karaktertrek der Engelschen is het vragen naar het program van den bezoeker en het geven der aanwijzigingen die daarvoor noodig zijn. Het program van den spreker was het zien ook der steden van den 2en ra g.
      De kunstwerken zijn in ENGELAND beter bewaard gebleven, doordien er geen ernstige revoluties geweest zijn en het land niet heeft geleden door invallen van legers.
      LONDEN, DUBLIN, EDINBURG geven de groote classieke werken te zien.
      Noch de classieke richting, noch de Gothiek is overwegend.
      Vakvereenigingen zijn ook thans nog van krachtigen invloed in GROOT-BRITTANNIË, doch alleen in bepaalde streken, want er zijn geheele districten, die behooren bij de bezittingen der dukeries, waaraan weer direct andere terreinen van grootgrondbezitters of abdijen grenzen.
      Deze bezittingen blijven gedurende eeuwen in eenzelfde


[372]

372

familie, tengevolge van het erfrecht, dat de bezittingen aan den oudsten zoon toewijst. Daardoor blijft veel bewaard; zoo is ENGELAND bekend door zijn kolossale boomen.
      Economisch hebben deze bezittingen dit bezwaar, dat de kinderen der geëmployeerden, die voor de verzorging der parken enz. niet noodig zijn, hun fortuin moeten zoeken in de steden en in de industriëele streken.
      De spreker beschreef het landgoed van CAVENDISH van den Duke of PORTLAND. Doordien de verschillende eigenaars verschillende liefhebberijen hadden, bezitten verschillende bijgebouwen weinig eenheid. De serre ervan is historisch geworden, omdat de tuinman de stichter werd van het Crystal-Palace. De serre namelijk was bijzonder goed ingericht voor het kweeken van palmen. Voor de tentoonstelling in 1854 maakte men bezwaar om de groote boomen, die aanwezig waren op het terrein om te hakken en de eigenaar van Cavendish, die lid der commissie was, gaf den raad die boomen te overbouwen, hier in ijzerconstructie, op de wijze als dat bij zijn serre was gebeurd.
      Open balcons vindt men niet aan de Engelsche huizen, typisch zijn de bowwindows.
      In IERLAND vindt men niet zulke groote landhuizen. De eigenaars waren Engelschen, die niet te midden der boeren woonden — zoo was er een eigenaar, die door zijn pachters genoodzaakt werd om er te komen wonen, doordien ze beloofden pacht te betalen, mits de landheer gedurende zes maanden ter plaatse doorbracht.
      Spreker beschreef verder een museum te DUBLIN, dat verschillende inheemsche voortbrengselen bevat, doch in de hal ook buitenlandsche kunstwerken te zien geeft of in origineel of in reproductie of teekening, zoo onder anderen ook een uitgebreide verzameling van Russisch snijwerk, dat laatste aangebracht om de Iersche boeren te brengen tot dergelijk werk van huisvlijt.
      Bij de boerderijen, waarvan een en ander werd aangestipt, vinden wij niet de mooie boerenwagens, die men nog bij ons aantreft. Spreker schreef het verdwijnen daarvan toe aan het vroegtijdig aanleggen van spoorwegen, en vreesde dat ook in ons land die wagens zouden verdwijnen. Hieraan knoopte hij nog een en ander vast omtrent een bezoek, dat hij bracht aan een Hollandschen wagenmaker, om iets te weten te komen omtrent diens werkwijze.
      De kleuren die aan de buitenhuizen voorkomen zijn wit en bruinrood en groen. De laatste kleur, die zoo dikwijls aan onze huizen voorkomt, is een navolging van de buitenhuizen over het Kanaal, doch van een slechter soort dan daar.
      De cottages uit den laatsten tijd hebben een eigenaardigen stempel, die niet aan een of anderen stijl is ontleend, men ziet, dat daarbij in de eerste plaats het comfort en het aanzien en niet de traditie heeft gesproken.
      Spreker besprak ten slotte nog een en ander omtrent de techniek van gebrand glas.
      De Voorzitter bracht daarna hulde en dank aan den heer CUYPERS voor zijne vlotte causerie.
      Door ’t bestuur werd mededeeling gedaan van de onderhandelingen met Parkzicht. De Groote vergaderzaal voor goed in bezit te krijgen. ging niet, aangezien andere vereenigingen, welke daar ook hare vergaderingen hielden, er geen afstand van wilden doen. Doch Parkzicht was bereid om dan op andere wijze ons te gemoet te komen, door afstand van een zaal met veel wandruimte, naast de bestuurskamer gelegen. Hierin zou men de geheele bibliotheek kunnen overbrengen, waardoor de bestuurskamer veel zou winnen. Ook de gelegenheid om ten toon te stellen zou daardoor beter worden.
      Bovendien stelde de hôtelier op den Societeitsavond, welke Zaterdags om de viertien dagen in de groote zaal wordt gehouden, het biljart gratis beschikbaar voor Heeren Leden.
      De vergadering keurde deze nieuwe voorwaarde goed en zoo blijven we derhalve tot 1 Nov. 1902 nog in Parkzicht gevestigd.
      De Heer W. DE LUCHT werd als gewoon lid aangenomen.
      Niets meer aan de orde zijnde sloot de Voorzitter onder dankbetuiging aan de aanwezigen voor hunne belangstelling de vergadering.

J. G. DE GROOT.