Kunstreis door Frankrijk, Zwitserland, Italië en Engeland: eerste deel/Inleiding

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Inleiding
pages 1-20

[ 1 ]

K U N S T R E I S


DOOR


FRANKRIJK, ZWITSERLAND, ITALIE EN ENGELAND




INLEIDING.



Dit werk behoeft eene inleiding; het is eene vereischte, wil men den lezer niet dadelijk op de diligence verplaatsen met den reiziger, die deze oefeningsreis ondernam, ten nutte zijner verdere loopbaan als kunstschilder, na de verkrijging van den grooten prijs aan de Koninklijke Akademie van beeldende kunsten alhier, waaraan een vierjarig pensioen verknocht is, tot het doen eener uitlandsche reis; die moeizame loopbaan, waaraan zoo vele teleurstellingen verknocht zijn, onderworpen aan het oordeel van zoo vele beoordeelaars, waarvan een deel als door toeval met de kunst in [ 2 ] aanraking zijn gekomen. En dan die altoos voortdurende kamp onder de kunstenaars zelve. Hoe dikwerf heeft de reeds verdienstelijke kunstenaar, den kunstnijd ter prooi, ontmoedigd door sluwe kuiperijen, zijn' atelier gesloten en door kommer vergrijsd, naar een ander hulpmiddel om te kunnen bestaan, moeten omzien. Niet allen bezitten op deze ingetredene loopbaan denzelfden moed; het is eene geheel afzonderlijke roeping, en zeldzaam ziet men iemand, op eenen reeds gevorderden leeftijd gekomen, het penseel eerst opvattende, de verlangde onderscheidende vorderingen maken. Van de wieg aan, om zoo te zeggen, moet het schilders instinkt daar zijn, en het daarstellen van een' neus, oor of mond, moet het kind bereidvaardiger afgaan dan eene additie van zaliger Abraham van Lintz.

Dit was dan ook het geval met onzen reiziger, mijn' zoon, wiens aanteekeningen ik, gedurende deze zijne Kunstreis, steeds vervuld met zijne dierbaarste wenschen aangaande de toekomst, het welslagen in zijne grootsche onderneming (*),[1] het lezend publiek aanbied.

[ 3 ] Als kind zich onafgebroken met de tekenstift onledig houdende, onder leiding van de heeren dubois, daiwaille, en later aan de Koninklijke Akademie te Antwerpen verbonden, vatte hij het penseel daarbij op, onder het opzigt van den beroemden professor van bree, die zijn geheele leven den kunst en zijnen leerlingen wijdde; den man, die voor zonneopgang zijn palet rangschikte, en woekerende met den tijd, weinige oogenblikken te zijner verpoozing van den dag afzonderde, dien hij grootendeels in zijnen atelier of aan de akademie doorbragt met nuttigen lessen te geven. Bemind en geacht zijnde, wedijverden zijne leerlingen, als het ware, hem steeds nabij te zijn en vergaten dan ook nooit het uur der gegeven wordende lessen. De leermeester had ook zijne lievelingen; men bevroedt het; welk mensch heeft die niet. Mijn zoon behoorde tot dezelve; het was een vader en vriend, dien hij raadpleegde. Met toenemend kunstgevoel slaagde hij dan ook zoo verre in het vervaardigen zijner alhier ten toon gestelde eersteling, dat hij waagde dit schilderijtje (voorstellende adriaan brouwer in de gevangenis) onze geëerbiedigde Koningin, als beschermster der kunst, aan te bieden.

Eene vereerende missive, dato 28 December 1826, vermeld weinige dagen later reeds, dat het H.M. behaagd had, dit schilderstukje goedgunstig aan te nemen, met vermelding van 's Konings besluit, dat den jeugdigen schilder ter verdere voortzetting [ 4 ] zijner studie eene gratificatie ·w .erd toegeRaan. ·Deze yereereode . eli verblQdende aanmoediging .was ~ ëeri nieuwe· prikte• :tot eerzucht.· Een brief.· 'fin:•~ lÓkweaR:hing ·uit 's meesters .hand, en zijne. nadgevingeil voor bet vervolg:i~~lte bij zich ttn nutte maakte, waren niet ntindet ifaagetàm. Aaaiil gezien zijne :voorrd'urende vord~ringeii ·.behäagdé ·· ti~ dan ook z-.. M. , ondetfcheidene achtereeavolgendó' jaren, deze gr111ifica1ie te hernieuwen. ·· · ,-' " . [ "·1' Niet minder 0nderfcheidend -was bet tater , dat• de /{omtTJisjie·; "-D ;gbovemememawege aangefteld ,: teiï gewonen aankoóp" va~ fcbilderftukken die geëxpr>- feerá werdën • ter ammoediging :van jonge fcbilders, . QOk zijner· ~bt. · · 0l M • ' 1•: > · Zièh aiD ·de gin~ lli.storltJUI hechtende, alst~ J>èpaaldelijk zijne keuze , ftelde hfj niettemin tiieer~ malen kleine lande1ijke tafereeltjes op doek en pa~ acel daar; waaronder koddigen · genoeg , .om bijval c: . verwerven , v.eelal door den daarin heerfclieri.; de zich eigen gemaakten toon, wars van dat bonte ~oloriet ; : dat · de laatfte dagen eene overerfelijke· kwaal fchijm: geworden te zijn • • . ·Jn . het ongelukkige tijdftip , ·waarin ons. vaderland vetkeerde in .1831 ; de bange. onzekerheid omtrent de Bel8ifclle aangelegenheden , toen alles te veldé trok., en ·Di~ ·de kunst gedacht, lag zij zondet aanm~ediging als geOufjerd in de groeve des doods• Een • ,. [ 5 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/23 [ 6 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/24 [ 7 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/25 [ 8 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/26 [ 9 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/27 [ 10 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/28 [ 11 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/29 [ 12 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/30 [ 13 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/31 [ 14 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/32 [ 15 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/33 [ 16 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/34 [ 17 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/35 [ 18 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/36 [ 19 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/37 [ 20 ] Pagina:Cramer, HW - Kunstreis dl 1.djvu/38

<references>

  1. (*) De gebezigde woorden grootsche onderneming, zullen velen misschien wat overdreven toeschijnen, maar men moet het tijdstip van het ondernemen der reis daarbij nadenken, als de meoizame togt voor eenen Hollander door België destijds; de onrust, welke nagenoeg alle landen beroerde, en wel de toen bestaande onlusten te Parijs, de cholera in het perspectief, enz.