Leeuwarder Courant/Jaargang 168/Nummer 272/Kunst

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kunst
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 19 november 1919
Titel Kunst
Krant Leeuwarder Courant
Jg, nr 168, 272
Editie, pg [Dag], tweede blad, [1]
Brontaal Nederlands
Bron kranten.delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

KUNST.
Oude Kunst.

      De vierde jaargang van „Oude Kunst” (uitgave J. A. Boom, Haarlem) is compleet. Het tijdschrift blijft in hooge mate belangrijk voor hen, die zich voor oude kunst interesseeren of er studie van maken. Het terrein, waarop het maandschrift zich beweegt, is zeer ruim, zoodat een ieder er artikelen of mededeelingen in zal aantreffen, die hem in de eerste plaats belang inboezemen, daar zij eigen liefhebberijen betreffen. Door zeer bekwame en alleszins bevoegde medewerkers zijn verschillende onderwerpen uitvoerig behandeld. De redacteur, dr. van Huffel, gaf een merkwaardig opstel over Engelsche prenten, prof. Martin, prof. Six, Theo van Doesburg, J. O. Kronig, M. G. Wildeman, dr. H. A. W. Speckman, dr. R. van Marle en dr. Curt Habich schreven over schilderijen, schilders en schilderkunst, prof. Visser en Otto van Tusschenbroek over Oostersche kunst, A. O. van Kerkwijk over penningen, P. C. Korteweg over aardewerk, Karel Azijnman over oude wijnkannen enz.
      Evenals in vorige jaargangen zijn ook nu de rubrieken vraagbaak, veilingen en bibliografie nauwkeurig bewerkt, terwijl ten slotte een register het naslaan zeer vergemakkelijkt.
      Het tijdschrift is met zorg uitgegeven en rijk geillustreerd, zoodat ’t een waardevol bezit voor verzamelaars en kunstzinnigen blijft.

      Van „Nederland in den oorlogstijd” (uitgeversmaatschappij „Elsevier”, Amsterdam) is de tweede aflevering verschenen. De luitenant ter zee A. van Hengel behandelt daarin de mobilisatie van de zeemacht en kolonel C. van Tuinen maakt een aanvang met het hoofdstuk over „de militaire handhaving van neutraliteit en gezag”. Ook nu weer vele goede illustraties bij den tekst.

      Van den Chineeschen onderkoning Li-Hoeng-Tsjang, die in 1901 overleed, is bekend, dat hij een buitengewoon rijke en ongemeene verzameling Chineesche kunst bezat. Na zijn dood werd alles gekocht door een groep handelaars. Op een deel van deze kunstvoorwerpen heeft men voor het Nationalmuseum te Stockholm de hand gelegd. Het plan bestaat om daar ter stede een uitgebreide tentoonstelling van Oost-Aziatische kunst te houden.