Leeuwarder Courant/Jaargang 169/Nummer 262/De boekentafel

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De boekentafel
Auteur(s) Anoniem
Datum Maandag 8 november 1920
Titel De boekentafel
Krant Leeuwarder Courant
Jg, nr 169, 262
Editie, pg [Dag], derde blad, [1]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

DE BOEKENTAFEL.

Letterkunde.      

      In die aardige Zonnebloemboekjes, met hun naief-kleurig bandje, die de uitgeversmaatschappij „De Zonnebloem” te Apeldoorn de wereld inzendt, en waarin de „Beatrys”, de „Es moreit”, „Lanseloet” en „Elckerlyc” reeds werden opgenomen, verscheen nu, eveneens van een inleiding en aanteekeningen van den Apeldoornschen H. B. S.-leeraar R. J. Spitz voorzien, de „Gloriant” „een abel Spel ende een edel Dinc van den Hertoghe van Bruyswijc, hoe hi wert minnende des Roedelioens dochter van Abelant”. Een aanwinst te meer.

Kinderboeken.      

      Weer twee nieuwe boekjes verschenen in de Stamperius-bibliotheek, waarvan de naam alleen reeds aanduidt, dat het frissche en goede lectuur is, die hier aan onze jongens en meisjes wordt geboden.
      Deze twee boekjes zien er ook weer aantrekkelijk uit. Het zijn:
      Met de Rembrandt naar Genua, een reisverhaal door J. Stamperius, een werkje waar voor liefhebbers van reizen en trekken veel boeiends in te vinden is, en
      Sien van den visscher door Jac. v. Veenendaal. Beide boekjes zijn keurig geïllustreerd door B. Reith.

      Bij Valkhoff en Co. te Amersfoort verscheen een nieuw, aantrekkelijk jongensboek: Kampavonturen door J. Eigenhuis, in flink formaat en met aardige teekeningen van Is. van Mens.
      Het is het verhaal van vier echte waterratten, die er in den zomer met een schuit op uit trekken om te gaan kampeeren, een vlotte, levendig vertelde geschiedenis, die zeker vele van onze kampeerende jongens het zélf gesmaakte genot van jeugd en blijdschap in de vrije natuur nog eens kan doen nagenieten.

      In smaakvolle bandjes zijn bij J. B. Wolters te Groningen opnieuw uitgegeven de bekende Leopold-leesboekjes voor de volksschool. De uitgave geschiedde onder leiding van J. B. Ubink, die de serie van twintig leesboekjes omzette in een serie van tien deeltjes, daar dit beter overeenkomt met de verdeeling over de leerjaren van de lagere school. Er zijn nu vanaf het tweede leerjaar voor elk jaar twee deeltjes. Men kreeg daardoor de gelegenheid ongeveer de helft van de leesstof te laten vervallen, waardoor de nieuwe druk dus feitelijk een keurlezing uit de oude wordt.
      Wij ontvingen de drie deeltjes Dauwdroppels, Sneeuwvlokken en Mosroosjes, met keurige illustraties, van J. B. Midderigh—Bokhorst, J. H. Isings Jr. en L. O. Wenckebach.

      Voor onze kleintjes weer iets bijzonder aardigs bij Gebr. Kluitman. Vier schattige prentenboekjes door J. T. Heins met plaatjes van Ajo.
      Deze teekeningetjes zijn weer iets nieuws, symmetrisch ingedeeld en vooral hier en daar leuk bedacht. De versjes zijn — hoewel nu niet bepaald hoogere kunst — toch vlot en prettig en ze vertellen — in de verschillende boekjes — de geschiedenis
      Van twee stoute boertjes en twee zoete boerinnetjes,
van
      De witte en de zwarte baby
en
      Van een zwarte Does.
      Het vierde boekje heet Kleuterrijmpjes. Alle vier zijn ze keurig uitgegeven en met practische stijve bandjes.
      Een allerdolst verhaal geeft ten slotte L. Leembruggen in Het hazenboekje (uitgave van Loghem Slalerus en Visser te Arnhem). De plaatjes zijn allersmalst en de versjes kunnen er best mee door — vooral als we bedenken dat een schrijvertje van tien jaar dit „werk” vervaardigde.

Diversen.      

      De Dadaïstische, futuristische of kubistische kunst schijnt hoe langer hoe weliger te gaan tieren. Hel stijlvol uitgegeven maandblad „de Stijl”, onder redactie van Theo van Doesburg — te Leiden — komt nu weer met een even stijlvol — ditmaal zéér leelijk — uitgegeven boekje, dat Verzamelde volzinnen van Evert Rinsema bevat. De verschillende „levenswaarheden”, die de heer Rinsema hier heeft bijeengegaard, zijn zorgvuldig genummerd en tusschen elke twee levenswaarheden staan twee rechte streepjes, die ongetwijfeld beschouwd moeten worden als zielepijlen, die hun best doen in de — voor een gewoon mensch eenigszins duistere — levenswaarheden van den heer Rinsema door te dringen.
      Zooals daar zijn: De mensch is van nature hoekig. De meeste menschen worden door vrienden begraven. Weinig kennis leidt tot veel ergernis. De meeste menschen worden alleen als kind in de wieg bewonderd. Is vooral deze laatste spreuk niet zéér wéér, lezer?

      Bij J. Noorduyn en Zoon te Gorinchem verscheen een werkje over Productie en maatschappelijk leven, sociaal economische beschouwingen door ir. Bouwe Bölger. De schrijver geeft een woord vooraf, waarin hij verklaart, dat het zijn bedoeling niet is nieuwe gedachten te geven. De gedachten, die in dit boekje uitgesproken worden, zijn al honderden keeren door andere schrijvers gezegd, het bedoelt slechts telkens weer de eenvoudige Christelijke leer te geven, totdat de menschen die begrepen hebben. Het voortbestaan en de voltooiing van het menschdom staat nu op het spel. De groote wereldoorlog is geëindigd. Wij moeten nu bewijzen, dat deze groote beroering niet nutteloos aan ons is voorbijgegaan. De Fransche revolutie schafte de feodale rechten af, de Amerikaansche vrijheidsoorlog gaf den stoot tot de bevrijding van het slavendom. Deze oorlog nu zal allen, die dat nog niet wisten, de overtuiging gegeven hebben, dat arbeid en kapitaal beide noodig zijn voor de voortbrenging, maar dat ze zich bij de waardeering, als zijnde, twee ongelijksoortige grootheden, niet met elkaar laten vergelijken. Maar dan is het ons ook duidelijk geworden, dat eigendom en verbruik niet meer begrippen zijn van de privaat-economie, maar van de sociaal-economie.
      De schrijver geeft vervolgens — geheel onbevooroordeeld, zooals hij verklaart, en uit zijn volle overtuiging — een uiteenzetting over verschillende punten, die deze vraagstukken: productie en maatschappelijk leven raken. Er zijn hoofdstukken over De algemeene grondslagen van onze samenleving, inleidende beschouwingen over de productie, de vestigingsplaats der nijverheid, de arbeidstijd, de organisatie van de productie in maatschappelijk verband, de inwendige sociaal-economische organisatie van het bedrijf, en het arbeidsloon.
      In een besluit geeft de schrijver ten slotte nog eens een korte en zeer eerlijke en eenvoudige uiteenzetting van zijn idealen en van zijn overtuiging.
      „Wij jongeren, zegt hij, hebben het heerlijke voorrecht, de toekomst voor ons te zien. Wij zullen doordrongen worden van die leer, die 19 eeuwen geleden reeds precies zoo werd verkondigd als thans, het beginsel der Christelijke liefde, waarop al ons toekomstige handelen zal berusten, opdat wij komen tot een samenleving, waarin voor ieder menschenkind de weg open staat naar de voltooiing van zijn leven, de vervolmaking van zijn ziel.

      In de serie „Groote denkers” — uitgave Hollandia-drukkerij te Baarn — een serie die, zooals men weet, zich ten doel stelt deze verschillende groote geesten nader te brengen tot het publiek en daarom telkens in een zeer populair gebonden werkje een samenvatting van het leven en werken van zulk een persoonlijkheid geeft — in deze serie verscheen een nieuwe reeks door prof. dr. B. H. J. Ovink; prof. dr. jhr. B. H. C. K. v. d. Wijck; C. J. A. Jonker, P. v. d. Elst e. a.
      De twee eerste deeltjes ontvingen wij reeds. Het zijn:
      Sören Kierkegaard, door prof. Jonker en
      Friedrich Nietzsche, door prof. v. d. Wijck.
      Aardige boekjes, die voor zoover hun beknoptheid het toelaat, een goed overzicht geven van het meest essentieele, dat de beschreven persoonlijkheid kenmerkt en die door den leek, met een weinig inspanning, wel te begrijpen zijn

      Onder den titel: „Kritische studie over de verschillende loonstelsels (wij ontvingen een verkorte uitgave) geeft dr. Tenney Gevers, docent in de handelswetenschappen en accountancy te Utrecht, een vertaling van zijn dissertatie: „A critical study on the various systems of wage-earning”. Dit werkje is zoodanig in onze taal omgewerkt en vereenvoudigd, dat het dienstbaar kan worden gemaakt aan de behoeften van studeerenden in boekhouden in het algemeen en die in fabriekswezen in het bijzonder (uitgave electr. drukkerij L. E. Bosch en Zoon te Utrecht).

      Bij S. L. van Looy te Amsterdam verscheen het eerste stuk van:
      De Bijbel, opnieuw uit den grondtekst vertaald door en onder leiding van dr. H. Th. Obbink, hoogleeraar aan de universiteit te Utrecht (verkorte uitgave).
      Deze uitgave, waarvan reeds de hoofdstukken van het oude testament: Genesis en Exodus verschenen, is zeer vereenvoudigd en heeft ten doel, den Bijbel, die langzamerhand als lectuur voor allen op den achtergrond is geraakt, weer in eere te herstellen en zoodoende eene verarming van ons religieuse volksleven tegen te gaan.
      ln de eerste plaats wil deze nieuwe Bijbel-vertaling voor iedereen verstaanbaar zijn, waar dit met vorige vertalingen niet altijd het geval was.

      Bij R. K. van den Berg te Baarn verscheen het eerste deeltje van de serie „Onze wetgeving” onder leiding van H. Ch. G. J. van der Mandere, welke serie een populaire toelichting bedoelt te geven op de Nederlandsche staatswetten.
      No. 1 van de serie handelt over De wet op het Lager Onderwijs, toegelicht door L. C. T. Bigot, schoolopziener in het arrondissement Wageningen te Arnhem.
      In dit boekje wordt, in overeenstemming met de bedoeling van deze heele uitgave, een objectief overzicht van de wet gegeven. Een korte inleiding dient om de historische feiten zoo noodig nog eens op te frisschen, terwijl de verdere stof verdeeld is in hoofdstukken over Algemeene bepalingen, het openbaar onderwijs, het bijzonder onderwijs, de leerkrachten, het toezicht, overgangsbepalingen.
      Een alphabetische klapper verhoogt de bruikbaarheid van het boekje zeer.

      Bij Nijgh en van Ditmar te Rotterdam verscheen het Tweede deel van het Leerboek der Electrotechniek door ir. R. Drucker en ir. J. R. G. Isbrücker, met electrische metingen door ir. R. Drucker. Het boek is voorzien van illustraties in den tekst en bovendien van tien extra bladzijden met fotografische en andere afbeeldingen.

      In de eenvoudige, smaakvolle paarse bandjes van de Volksuniversiteitsbibliotheek (uitgave erven F. Bohn te Haarlem) verschenen weer drie nieuwe werkjes, en wel:
      No. 4. Electrische lichtbronnen en hare eigenschappen door dr. G. Holst. De schrijver geeft hierin een beknopt overzicht over electrische lichtbronnen, waarbij hij vele der besproken kwesties heeft ontleend aan de publicaties van de groote Amerikaansche industrie-laboratoria en in verschillende tijdschriftartikelen. Ook heeft hij eenige gegevens verkregen uit het laboratorium van de N. V. Philips Gloeilampenfabrieken en uit andere bronnen.
      No. 5. De vestiging van het Nederlandsche gezag in den Indischen archipel door dr. E. B. Kielstra. Dit werkje bedoelt den Nederlandschen lezer een overzicht te geven van de wijze, waarop ons Indische rijk is ontstaan, van de redenen, die tot onze vestiging in verschillende streken van den Archipel hebben geleid.
      No. 6. Inleiding tot de rechtswetenschap door mr. J. van Kan, hoogleeraar te Leiden. Dit boekje bevat o. a. hoofdstukken over: De taak der rechtsorde, burgerlijk recht, handelsrecht, procesrecht, strafrecht, staatsrecht, volkenrecht, internationaal privaatrecht, kerkelijk recht, andere rechtsgroepen, de herkomst der rechtsvormen, het streven det rechtsorde en over het recht.

      In de vakbibliotheek, onder leiding van L. Zwiers, uitgave Wereldbibliotheek, verschenen: Transportinrichtingen door J. G. van Delden (met 186 afbeeldingen).

      Leerboek der vlakke meetkunde, ten dienste van het m. u. l. o., middelbaar en technisch onderwijs, door J. Kleefstra, oud-directeur der Brinio-school te Hilversum (met vele teekeningen in den tekst).

      Het tuigen van schoenerschepen, met de daarbij behoorende werkzaamheden; eenvoudige handleiding voor den varensman door Th. Lehmann, leeraar aan de zeevaartschool te Rotterdam (met pl. m. 300 afbeeldingen).

      Bij de erven F. Bohn te Haarlem verscheen een beschouwing van prof. dr. J. A. de Sopper, onder den titel: Vertrouwen.
      Het is een overdruk van de uitgave „Onze eeuw” no. 1.

Herdrukken.      

      Jonkvr. H. A. Rappard: Goede manieren (wat men doen en laten moet in het dagelijksch leven). Vijfde herziene en veel vermeerderde druk — uitgave firma P. Visser Azn., Haarlem.

      Ds. S. K. Bakker: Van de hoogtijden van ons kerkelijk leven, een bundel nagelaten preeken — tweede druk. Uitgave „Zonnebloem-boekjes” van de N. V. Uitgeversmaatschappij „de Zonnebloem” te Apeldoorn.

Vertalingen.      

      Léon Frapié: Vertellingen rond de bewaarschool, bewerkt door A. M. de Jong, met een handteekening van Harmen Meurs, — uitgave J. Ploegsma te Zeist.