Lied van de krijgsgevangenen van Soltau 1914-1919

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Lied van de krijgsgevangenen van Soltau 1914-1919 (uit Tervuren)

Auteur onbekend
Genre(s) Lied, Geschiedenis
Brontaal Nederlands
Datering 1914
Bron Lied van de krijgsgevangenen van Soltau 1914-1919 (uit Tervuren)
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Lied van de krijgsgevangenen van Soltau 1914-1919 (uit Tervuren) op Wikipedia

1.
Den zondagmorgen die brak aan
Dat wij moesten vertrekken
Om met de Duitschers mee te gaan
Met hun geweren en bayonetten

Wij stapten moedig aan hun zijde
Maar toch was het met smart en spijt (bis)

2.
Wat zullen nu vrouwen en kind
Toch allen moeten lijden,
Die gij beiden zo bemind
En nu van beiden scheiden.

Ja zeker vrienden het is al hard
Het is zeker een groote smart. (bis)

3.
Och arme vrouw en kinderen lief,
T'is al zoo lang geleden
Dat wij elkaar hebben gezien
En God weet nog hoe lang misschien

Schep moed o vrouwen en kinderen teer,
Wij komen immers nog eens weer. (bis)

4.
Ach vrienden zagen wij den tijd
Dat wij mochten weer keeren
Wat zouden zijn de harten verblijd
Ze denken aan een vroegen tijd.

Ach gaat toch open, gesloten poorten
En geef ons toch de vrijheid weer. (bis)

5.
Eens waren wij allen verblijd
Door valsch gerucht dat werd verspreid
De blijdschap die wij hadden saam
Is ons immers weer ontgaan

Omdat wij zijn allen te saam
Hebben wij dat toch goed doorstaan. (bis)

6.
Wat is ons lijden hier oprecht
Al dat u maar kan denken
Eten, drinken slapen is slecht
't Is al wat ons kan krenken

Wat is ons lijden, al hier toch groot
't Zal toch komen ja eens aan boord. (bis)

7.
Wanneer speelt ons gedacht het meest
Die ons aan al deed denken
Zooals op Allerheiligen feest
En op Zieledagen

Die ons deed denken aan den rouw
En aan 't verdriet van kind en vrouw. (bis)

8.
Ja mannen gij die vader zijt
Weet dat niet is lijk vroeger tijd
Dat gij op Nieuwjaar niet en last
Een briefje dat lag op de kast

Dat van uw kindje dat u zoo minde
Vol blijdschap u geschreven was. (bis)

9.
't Jaar 1915
Wat is toch uw verlangen
Wat wenscht u aan de burgers hier
Aan de arme krijgsgevangenen

Dat men u sture in korte uren
Terug naar het schoon Tervuren. (bis)

10.
In vrijheid vrienden zijn wij te gaar
Het volk ziet ons weerkeeren
En ons vrouw en kinders te goed
Ontvangen ons nu in getraan

Wij worden ook al toegejuicht
Van alle menschen toch zo luid. (bis)