Limburg's Belang/Jaargang 7/Nummer 404/De tram Roermond-Kessenich

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De tram Roermond-Kessenich [2]
Auteur(s) M.
Datum Zaterdag 9 mei 1914
Titel De tram Roermond-Kessenich. II
Tijdschrift Limburg's Belang
Jg, nr, pg 7, 404, [2]
Limburg's Belang vol 007 no 404 De tram Roermond-Kessenich.jpg
Opmerkingen Godefridus Raupp vermeld als Raupp, Pierre Cuypers als Dr. Cuypers
Brontaal Nederlands
Bron roermond.x-cago.com
Auteursrecht Publiek domein

De tram Roermond-Kessenich.

II.

      Het spel ging beginnen.
      In genoemde vergadering kwam reeds ter sprake een voorstel van B. en W. tot het verleenen van een crediet groot f 14.000 voor het égaliseeren van den Minderbroederssingel, terwijl de vergadering van 3 Sept. van ’tzelfde jaar het voorstel van B. en W. tot het amoveeren van het huis aan den Minderbroederssingel (huis Vastbinder) zag aangenomen.
      Onze burgemeester Raupp werd intusschen als burgervader naar Tilburg geroepen. (1 Juni 1907) en de heer Dr. wordt langzaam maar zeker de beheerscher der zaak.
      In de vergadering van 9 Maart 1908 geeft de heer Drehmanns een overzicht van de verschillende stadiën, waarin de tramquestie in de laatste jaren heeft verkeerd, en van nu af kan men bemerken, dat de heer Dr. onzen sympathieken oud-burgemeester Raupp onaangenaam wil zijn, m.i. omdat het haantje van den heer Dr. geen koning heeft kunnen kraaien en hij in de vaststelling der richting van den tram evenmin als in zijn niet geuiten wensch, comité-lid te worden, tot nu toe zijn zin niet heeft gekregen.
      Eerst een plan van den heer Schotel (de heer Schotel heeft ’t ook bij den heer Dr. misdaan) van f 450.000 en nu blijken de kosten 590.000 gld. te bedragen!
      Waarom die verhooging? Je snapt der niks van, evenmin als van die artikelen van den heer Raupp in de „Nieuwe Koerier“, en doormopperend beklaagt de heer Dr. er zich over, dat alles zoo geheimzinnig geschiedt. Zoo was ’t ook met de richting, die de tram zou nemen; eerst toen alles klaar was, had men hem gezegd, dat de tram in de richting Prinsesdijk zou loopen.
      Om meer klaarheid in de zaak te brengen wenscht de heer Dr. eene vergadering te beleggen met de burgemeesters der belanghebbende gemeenten, de heer Raupp moet alsdan maar eens eene uitlegging geven hoe ’t met de zaak staat; men kan dan eens onderzoeken, hoe de juiste berekeningen zijn en maatregelen nemen tot bespoediging van den aanleg.

      De raadsvergaderingen van 11 April en 24 October 1908 brengen weinigs nieuws mede, terwijl de stukken uit ’t kabinet van den burgemeester dateerende 5 November en 3 December 1908 te lang zijn om in hun geheel te worden weergegeven.
      Dit deze stukken echter blijkt afdoende, welke rol de heer Dr. speelt. De plannen voor den tram Roermond-Heinsberg (door den hr. Schotel ontworpen) deugen niet, buitenlanders weten het beter; de heer Raupp, al krijgt hij een bedankje van den heer Dr. voor zijne geheel belangeloos gedane moeiten en onkosten in zake de tramkwestie, zal allicht bij zich zelven gedacht hebben: „Goddank, zulke dwarsdrijvers hebben we in Tilburg niet.“
      Voorloopig blijft de heer Raupp nog vertegenwoordiger der gemeente Roermond in ’t tramweg-comité Roermond-Kessenich; de vergadering van 1 Februari 1909 brengt ons ’t aangevraagde ontslag van den heer Raupp als zoodanig, terwijl de heer Dr. in de vergadering van 3 April met 6 tegen 3 stemmen als afgevaardigde voor Roermond in het tramwegcomité wordt benoemd. Dat was dus „erreicht”.

      In de vergadering van 28 Juni 1909 breekt de heer Dr. Cuypers een lans voor de restauratie der nog bestaande vestingwerken; de heer Willems wijst erop, dat ook de tram langs die zijde der stad moet loopen en daarmede bij eventueele restauratie rekening dient te worden gehouden. Dr. Cuypers meent, dat ondanks alle bezwaren de tram zijn richting moet nemen naar den Minderbroederssingel.

? ? ?

      In de vergadering van 6 Oct. 1909 wil de heer Dr. zich weer ten koste van den heer Raupp ophemelen.
      Ter sprake is ’t voorstel tot het beschikbaar stellen van een bedrag van f 100.000 voor den tramaanleg, waarbij de Voorzitter, den heer Sanders, dank brengt aan den heer Raupp voor zijne bemoeiingen in zake den tram.
      De heer Dr., als gewoonlijk direct op z’n teenen getrapt, meent dat men den heer Raupp dankbaar kan zijn, maar dat men niet moet [v]ergeten, dat hij na zijn vertrek uit Roermond [ni]ets meer voor de tram heeft gedaan.
      Wij, het nieuwe comité, waarvan ik, Dreh[man]ns, voorzitter ben, wij hebben enorm veel [moe]ten doen voor wij waren waar wij thans [zijn.]

      [Als?] nieuwe hatelijkheid aan het adres van den heer Raupp voegt de heer Dr. hierbij, wanneer de heer Evers vraagt, of ’t bij een bedrag van f 100.000, dat de gemeente Roermond toestaat, niet wenschelijker ware, een tweede comité-lid te doen zitting nemen, met te zeggen:
      „Ik heb er geen bezwaar tegen, ofschoon ’t thans onnoodig is. Vroeger, toen de heer Raupp voorzitter was, had het meer nut, die deed alles alleen“.

      De vergadering van 7 Mei 1910 brengt interessanter nieuws. Als no. 16 staat op de agenda:
      Voorstel van B. en W. om aan Gedeputeerde Staten mede te deelen, dat de gemeenteraad zich kan vereenigen met de in de richting van den tramweg Roermond-Kessenich voorgestelde wijziging luidende als volgt:
      „Door het comité tot bevordering van den aanleg van een tramweg Roermond-Belgische grens is tot Gedeputeerde Staten een adres gericht waarbij, – onder mededeeling dat aan den Minister van Waterstaat is voorgesteld om goed te keuren, eene wijziging in het oorspronkelijke plan, in dier voege dat de tramweg zal worden gelegd over Panheel en vandaar zal loopen in meer Zuidelijke richting tot aan den kiezelweg van Panheel naar Wessem, tot op een afstand van ongeveer 1400 meter van de kom der laatstgenoemde gemeente en vandaar over een bestaanden weg in rechte richting naar Thorn en daar weder aansluitend aan de oorspronkelijk geprojecteerde lijn, volgens het ontwerp van den heer Schotel – gevraagd wordt om bij eventueele goedkeuring van deze wijziging aan de Prov. Staten van dit gewest wel te willen voorstellen enz. enz.

      Vindt een der geachte lezers hier een aanduiding tot wijziging van den loop der tram in de gemeente Roermond?
      Neen immers? En toch, na eene uiteenzetting door den heer Dr. waarom deze wijziging, bij Wessem noodzakelijk is, verklaart de heer Dr. Cuypers de wijziging in de richting van den tram zeer gelukkig te vinden, vooral ook de verandering in deze gemeente, waar de tram zal komen over de Roerkade, daardoor toch zullen de oude vestingwerken ongestoord behouden kunnen blijven.
      Wat was toen gesponnen?
      De heer Dr. als de kippen erbij, geeft een nadere toelichting, en vertelt dat het comité voor de richting Roerkade ontheffing heeft gevraagd voor de hellingen: wordt deze ontheffing verleent, dan, zegt hij, zal het Comité aan den Raad verzoeken die wijziging te willen goedkeuren.
      M.

(Wordt vervolgd).