Limburger Koerier/Jaargang 51/Nummer 298/Roermond, 19 Dec.

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Roermond, 19 Dec.
Auteur(s) Anoniem
Datum Maandag 21 december 1896
Titel Limburgsch Nieuws. Roermond, 19 Dec.
Krant Limburger Koerier
Jg, nr 51, 298
Editie, pg [Dag], [3]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

      ROERMOND, 19 Dec. Onlangs kwam in De Graafschapper het bericht voor, dat wegens de beperkte ruimte in de gevangenis alhier, vele vonnissen onuitgesproken moesten blijven liggen, waarmede wel bedoeld zal zijn geweest onuitgevoerd, daar de vonnissen immers altijd worden uitgesproken, onverschillig of er in de gevangenis plaatsruimte is of niet.
      Thans is de kaart gekeerd, er zijn nu vele cellen onbezet en zeer waarschijnlijk geen vonnissen meer voorradig. Eene goede gelegenheid dus voor hen, die nog moeten komen zitten, en die des zomers werk, doch nu overvloedig tijd hebben, om vrijwillig zich te komen aanmelden en hunne straf te boeten.

      – Hedenmorgen ontstond brand in een der wachtershuisjes op ’t stationsterrein alhier. Het houten gebouwtje verbrandde geheel; alleen de kleeren van den wisselwachter, die er zich in bevonden, konden worden gered.

      – Hedenmorgen ontving de Roermondsche wielrijdersclub bericht zich gereed te houden tot het overbrengen van het mobilisatietelegram naar de omliggende gemeenten. Een vijftal leden stelden zich onmiddellijk ter dispositie, doch moesten nog tot circa twee uur wachten, alvorens de dépèche van den Minister van Oorlog arriveerde. Eerst te één uur 40 minuten kwam het telegram hier aan en onmiddellijk spoedden de wielrijders zich op weg. De heer G. Krekelberg reed naar Thorn en Neeritter; de heer J. Verheggen naar Beegden, Heel en Grathem; de heer Schaede naar Horn, Haelen en Buggenum; de heer G. Curvers naar Baexem, Heythuizen en Roggel en de heer Van Kempen naar Melick-Herkenbosch, St. Odiliënberg, Posterholt en Vlodrop.
      Niettegenstaande het zeer ongustig weer, er woei een seherpe Noord-Oostenwind en eene flinke sneeuwjacht, was de verstafgelegen gemeente te drie uur en vijf minuten in het bezit van het telegram en waren alle wielrijders vóór vijf uur in goeden welstand weergekeerd.
      Het vorig jaar, toen de berichten per rijtuig werden overgebracht, had men juist drie maal zooveel tijd noodig gehad als thans, en als men nu daarbij in aanmerking neemt, dat de weersgesteldheid zoo ongunstig was als maar zijn kon, dan mag men gerust zeggen, dat het resultaat prachtig is, en het rijwiel zijne vuurproef – of, beter gezegd, zijne sneeuwproef – glansrijk heeft doorstaan.

Vijftigjarig bestaan van „Willem Tell“.

      Reeds vroeger hebben we gemeld, dat de Koninklijke Handboogschutterij „Willem Tell“ het volgend jaar haar vijftigjarig bestaan op luisterrijke wijze denkt te vieren.
      Nader vernemen we daaromtrent thans, dat die feestviering zal plaats hebben in Juni van het volgend jaar en dat hiermede verschillende luisterrijke feesten zullen verbonden worden.
      Eene voorloopige regelingscommissie heeft zich gevormd, en deze spaart geene moeiten om het plan te doen slagen.
      Op het voorloopig programma van het driedaagsche feest komt o. a. voor: „Internationaal concours op den Doel“, Internationaal festival cavalcade „Willem Tell“ voorstellende, Bloemen corso voor velocipèden, sportwagens, enz.
      Door meerdere zustervereenigingen is reeds steun toegezegd, sommige hebben tevens medailles voor den wedstrijd beloofd, en dit goede voorbeeld zal zonder twijfel door alle societeiten worden nagevolgd.
      Daar het ontworpen feest weer een publiek karakter draagt, is het te hopen, dat de Gemeente Roermond, alwaar gedurende eene reeks van jaren geen prake meer is geweest van een publiek feest, zich niet onbetuigd zal laten, maar door haren moreelen en finantiëelen steun het hare moge bijdragen tot wel slagen der ontworpen festiviteiten.

      – Op dringend verzoek van den burgemeester hebben de heeren J. Speetjens en Andr. Nijskens zich bereid verklaard alsnog voor een jaar het ambt van brandmeester te blijven vervullen. De heer H. Delsing bleef echter bij zijne ontslagneming als opper brandmeester volharden, en is mitsdien in zijne plaats tot opperbrandmeester benoemd de heer Leo Poulie. Door den burgemeester is toezegging gedaan, dat tegen September 1897 de waterleiding zoude gereed zijn, en dat binnen het jaar de brandweer zoude worden gereorganiseerd.