Limburger Koerier/Jaargang 84/Nummer 91/Raad van Roermond

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Raad van Roermond
Auteur(s) Anoniem
Datum Donderdag 18 april 1929
Titel Uit Midden-Limburg. Raad van Roermond. Verkeersplan Zwartbroekplein goedgekeurd. Plaats Dr. Cuypers-monument.
Krant Limburger Koerier
Jg, nr 84, 91
Editie, pg [Dag], eerste blad, 2
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

UIT MIDDEN-LIMBURG

RAAD VAN ROERMOND.

Verkeersplan Zwartbroekplein goedgekeurd.

PLAATS DR. CUYPERS-MONUMENT

      De Raad dezer gemeente was Woensdagavond in openbare vergadering bijeen. Alle leden waren aanwezig: alleen de vacatuie-Oor was nog niet bezet.

Ingekomen stukken.      

      Eenige discussie ontstond naar aanleiding van het voorstel tot leggen van trottoirbanden voor de Spie, hoek Kapellerlaan en Maastr. weg: verschillende raadsleden vonden het wenschelijker met de beslissing in deze te wachten in verband met het nog te nemen besluit over de verkeersregeling Zwartbroekplein. Doch de Raad besloot ten slotte tot goedkeuring.
      Na bespreking over den aard van het te gebruiken materiaal werd het voorstel van B. en W. tot doortrekking met pantser-beton randen van de trottoirs aan uen Venloschen weg (kosten 500 gld.) goedgekeurd.
      Door den voorzitter werd mededeeling gedaan, dat B. en W. het voorstel inzake plaatsing van een urinoir aan het stationsplein voorloopig hebben ingetrokken.
      Van de Regenten van het Godshuis was een voorstel ingekomen tot wijziging van het Reglement betreffende de leeftijdsgrenzen der ouden van dagen. Dit voorstel met prae-advies van B. en W. werd ter visie gelegd.
      Ingekomen was een verzoek van Regenten over Godshuis en Louisahuis – en door B. en W. als voorstel ingediend – tot goedkeuring van een benoeming van dhr. Melick tot ontvanger en dhr. Schreurs tot schrijver van het Godshuis, en beiden tijdelijk te belasten met die resp. functies over het Louisahuis, voor den tijd van 3 jaar.
      Verschillende raadsleden wezen erop, dat de gemeente in verband met de onzekere toekomst van het Louisahuis geen verplichtingen op zich mag nemen.
      Dhr. RAYMANN wilde beide functionarissen zoowel aan Godshuis en Louisahuis benoemen voor drie jaar.
      Na enkele verdere besprekingen werd conform het voorstel van B. en W. besloten.
      De geloofsbrieven van het nieuw-benoemde raadslid dhr. F. H. J. Cox werden goedgekeurd en werd tot toelating geadviseerd hiertoe werd besloten

Verkeersplan Zwartbroekplein.

      Naar aanleiding van het ingediende verkeersplan aan het Zwartbroekplein heeft BURG. STEINWEG een algemeene inleiding gegeven over deze geruchtmakende kwestie, waarbij hij wees op de reeds lang bestaande noodzakelijkheid tot voorziening ter plaatse en betoogde dat bij de zeer wenschelijke eenrichtings-rijbanen, op verkeerspleinen het kringverkeer moet aansluiten. Spr. wees op het verzet der bewoners van Neerstraat en Zwartbroekstraat en stelde daartegenover het door ons al gepubliceerde advies der wegencommissie van A.N.W.B. en K.N.A.C., dat het door B. en W. ingediende plan toejuichte. Van P.W. was intusschen nog een nader plan ontvangen, dat de bezwaren der bewoners van Neerstraat en Zwartbroekstraat geheel doet vervallen Dit voorstel door de Bouwcommissie goedgekeurd wordt thans aan den Raad voorgesteld.
      Het gewijzigde plan van P. W., conform het voorstel van B. en VV. werd na eenige bespreking z. h. st. goedgekeurd.


      Besloten werde tot het afmaken van de reeds ten deele uitgevoerde verbetering van het Stationsplein.
      Eveneens werd goedgekeurd conform voorstel van B. en W., het maken eener drijvende afschutting in de Maas ten behoeve v. d. Zweminrichting.

Tarieven slachthuis.      

      Z. h. st. werd het voorstel goedgekeurd.

Huurtoeslagen.      

      Op een voorstel van B. en W. tot herziening van de huurtoeslagen aan de bewoners van de met gemeentesteun gebouwde woning (niet alleen rekening houdende met gezinsgrootte maar ook met het belastbaar inkomen) was door dhr. BONGAERTS een amendement ingediend tot nadere herziening van de tarieven voor de groote gezinnen met kleine inkomens. B. en W. namen dit amendement over.
      Het voorstel werd aangenomen met dhrn. Gunther en Evers tegen.

Verordeningen.      

      ’n Voorstel van B. en W. en bouwcommissie tot wijziging van de Bouwverordening, met prae-advies der commissie voor de strafverordeningen, werd aangehouden in verband met een amendement van dhr. Turlings en gewenschte nadere bestudeering in de Bouwcommissie
      Het voorstel der commissie voor de strafverordening tot vaststelling eener nieuwe verordening op de herbergen werd ongewijzigd goedgekeurd met tegen dhrn. Günther, Evers en Cornelusse.
      Voorts werd goedgekeurd een voorstel verordening vuilophalen.

Tuinaanleg bij de Munsterkerk.      

      B. en W stelden voor over te gaan tot afstand van grond aan het Kerkbestuur der Munsterkerk voor het aanleggen van een tuin bij die kerk: het is de bedoeling een stuk te reserveeren voor het eventueel te plaatsen dr. Cuypers-monument.

Rondvraag.      

      Op verzoek van dhr. CORNELUSSE werd door B. en W. toegezegd, dat de Raad binnenkort kennis zal krijgen van het accountantsrapport over het Armwezen, met toelichting van het Regentencollege.
      Hierna hield de Raad zich bezig met de kwestie Drehmans, waarover elders in dit nummer.

DE KWESTIE-DREHMANS.

’N LOYALE HOUDING?....

      Aan het einde der Raadsvergadering Woensdagavond heeft BURGEMEESTER STEINWEG de volgende verklaring afgelegd:

      „Wijl dhr. Drehmans na 29 October geen vergadering meer bijwoonde, meenden B. en W. te mogen verwachten, dat hij – na zoo lange afwezigheid weder ter vergadering komend – een verklaring zou hebben afgelegd in zake zijne houding tegenover den Raad, B. en W. en den Burgemeester zoowel in als buiten deze vergadering, in de ziekenhuiskwestie.
      Ter wille van de goede verhoudingen in deze vergadering meenen B. en W. ook in ’s Raads geest te spreken, wanneer zij deze gelegenheid benutten eri bij dhr. Drehmans op aan te dringen zijn houding alsnog te verklaren.”

      Dhr. DREHMANS verklaarde een dusdanige vraag niet verwacht te hebben. „Wat wil men van mij?...” op het oogenblik was spr. niet in staat en niet bereid daarop te antwoorden.
      Toen mr. RIETER opmerkte, dat dhr. Dr in dertijd reeds had gezegd op de vragen van den burgemeester over deze zelfde aangelegenheid schriftelijk te zullen antwoorden, repliceerde dhr. Dr. dat hij dat te zijner tijd ook zou doen.
      Dhr. DREHMANS zeide, dat de vraag hem overvallen had en dat hij nog geen gelegenheid had gehad om zich voor te bereiden (rumoer bij de raadsleden!)
      Mr. HöPPENER stelde de kwestie nog eens zuiver op: indertijd is door den Burgemeester de pertinente vraag gesteld of dhr. Dr. zijn beschuldiging tegen B. en W. inzake onvolledige voorlichting in de Ziekenhuiskwestie handhaafde, ja dan neen.
      Dhr. DREHMANS verklaarde, dat de opinie over de onjuiste houding, die hij in deze zou hebben ingenomen, hem juist heeft verhinderd de gewenschte verklariong af te leggen. De inlichtingn die spr destijds had willen vragen zijn z.i. nu van geen belang meer, en daarom wil dhr. Drehmans er thans niet verder meer op ingaan.
      De voorzitter en mr. Höppener dringen, om de goede verhoudingen in den Raad, aan op een verklaring.
      Dhr. DREHMANS[:] om vredeswille zal ik de woorden dan terugtrekken.
      Uitroepen van verschillende kanten: „Niet om des vredeswille maar om der waarheidwille; anders is ’t geen verklaring.”
      Dhr DREHMANS verklaarde nog, dat hij geen idee had gehad om te beschuldigen, doch de burgmeester repliceerde, dat deze toelichting thans geen waarde meer heeft na den langen tijd, waarin de houding van dhr. Dr. voortdurend ook nog een raadsel is geweest.
      Dhr. Drehmans komt intusschen niet tot de ruiterlijke verklaring, hetgeen de voorzitter met leedwezen constateert.
      Doch dhr. Drehmans verklaart zich wel bereid om te zijner tijd genoegdoening te geven.
      De Raad besloot tenslotte, dat B. en W. de door den burgemeester aan ’t begin dezer discussie gedane vraag, aan dhr. Drehmans ter beantwoording zullen toezenden.
      Dhr. Drehmans verklaarde tot slot onder protesten van verschillende raadsleden ongeveer: Indien de burgemeester aan mijn mondelinge verklaring niet genoeg heeft, dan krijgt hij ook geen schriftelijke beantwoording meer.
      Hiermede werd het incident gesloten.