Limburger Koerier/Jaargang 86/Nummer 184/Raad van Roermond

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Raad van Roermond
Auteur(s) Anoniem
Datum Vrijdag 7 augustus 1931
Titel Raad van Roermond
Krant Limburger Koerier
Jg, nr 86, 184
Editie, pg [Dag], tweede blad, 5
Opmerkingen Christiaan Henricus Hubertus Evers vermeld als Chr. Evers, Jo Turlings (sr.) als Turlings
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

RAAD VAN ROERMOND

Belasting-verhooging voor paarden en auto’s

DE TOESTAND VAN DE KAPELLERLAAN.

      Raad dezer gemeente vergaderde Donderdagavond ten gemeentehuize in openbare bijeenkomst onder voorzitterschap van wethouder Chr. Evers, loco-burgemeester. Afwezig dhrn. Bongaerts, Drehmans en Lenaerts.

Ingekomen stukken.

      Een aantal beslissingen van Ged. Staten houdende goedkeuring van raadsbesluiten werden voor kennisgeving aangenomen.
      De aangeboden gemeente-rekening 1930 is in handen gesteld van de Commissie van Financiën ter onderzoek.
      Een verzoek van den gewezen omroeper M. Krauth, om een toelage of pensioen als onderstand werd ter afdoening in handen van B. en W. gesteld.
      Enkele berichten van aanvaarding van benoemingen door den Raad, werden voor kennisgeving aangenomen.
      Het bestuur der afd. Roermond van de R.K. Middenstandsvereeniging heeft het verzoek gedaan om dat bestuur vóór de vaststelling van vorderingen ingevolge de Winkelsluitingswet daarover advies te laten uitbrengen.
      B. en W. deelden mede, dat genoemd bestuur bereids in de gelegenheid is gesteld over bedoelde verordening advies uit te brengen.
      Een verzoek van mevr. G. Kranenpoot-Vincken om aan haar te verkoopen een terrein aan de Pollartstraat, werd in handen gesteld van B. en W. om prae-advies.
      Door een commissie van onderzoek, waren de geloofsbrieven van de nieuw benoemde raadsleden onderzocht, in orde bevonden waarna op voorstel der commissie bij monde van dhr. Breukers tot toelating van alle nieuwgekozenen werd besloten.

Wijziging Pers. Belasting.

      Naar aanleiding van den door den voorzitter der Financieele Commissie herhaaldelijk kenbaar gemaakten wensch, werd thans door B. en W. een beslissing gevraagd van den Raad, of men gebruik wil maken van de bij de wet verstrekte bevoegdheid tot verhooging der in de wet op de personeele belasting genoemde bedragen voor de grondslagen paarden en motorrijtuigen, zoodanig dat ze ongeveer gelijk gesteld zijn met de heffing, bedoeld in het Leeningsfonds 1914.
      Dhr. Raymann vond het voorstel van B. en W. tot verhooging van belasting in dezen crisistijd niet erg sympathiek, ook al omdat het niet zeker is of deze meerdere inkomsten voor een sluitende begrooting noodig zijn. Deze belasting-verhooging voor paarden en auto’s met 65%, welke zal geven een meerdere opbrengst van pl.m. f 2400 drukt menschen die van andere zijden om dezelfde luxe-reden al genoeg belast worden. Spr. weidt er verder over uit, dat personen, die paarden of auto’s noodig hebben voor hun bedrijf, ook door deze belasting-verhooging worden getroffen, hetgeen ontkend werd.
      Eenige discussie werd gevoerd waarbij teruggegrepen werd naar de indertijd genomen beslissing om belasting op biljarten mogelijk te maken. Dhr. Raymann deed het voorstel de belasting op biljarten in te trekken. Dit werd aangehouden, waarna door den Raad het voorstel van B. en W. werd aangenomen, tengevolge waarvan de mogelijkheid van invoering der belastingverhooging op paarden en auto’s geschapen is.

Rekeningen Armenzorg.

      De rekening 1929 van de Algemeene Armen-instelling vermeldt, wat den gewonen dienst betreft aan ontvangsten f 51.829.22, uitgaven f 93.518.04, nadeelig slot f 41.688,82; wat den kapitaaldienst betreft aan ontvangsten f 16.065, uitgraven f 15.500, batig saldo f 565. Werd zonder bespreking goedgekeurd.
      De rekening 1930 van het R.C. Godshuis vermeldt aan ontvangsten f 124.730,29, aan uitgaven f 101.907.88, een batig saldo van f 22.828.41.
      Dhr. Tops gaf een becijfering, waaruit hij concludeerde, dat de financieele toestand van het Godshuis om verschillende redenen niet zoo roos kleurig is: voor volgende jaren worden zelfs tekorten verwacht, waarom aan B. en W. speciale aandacht in deze werd gevraagd.
      Dr. Rieter zette uiteen, dat tengevolge van het verwarrend opmaken der begrootingen een verkeerd inzicht wordt gegeven op de financiën dezer stichting: in de toekomst moeten flinke tekorten worden verwacht: spr. lichtte deze berekening met cijfers toe: volgende jaren kan b.v. ook niet meer gerekend worden op financieele hulp met f 15.000 van het Louisahuis.
      Hierna werd de rekening goedgekeurd.
      De rekening 1930 van het Louisa-huis geeft over het afgeloopen jaar aan ontvangsten een van f 117.372.91, aan uitgaven f 85.178.16, batig saldo f 32.194.75.
      Ook deze rekening werd goedgekeurd.

Uitbreidingsplan.

      Het ontwerp-plan tot herziening van het uitbreidingsplan heeft gedurende vier weken voor belangstellenden ter inzage gelegen: er zijn geen bezwaren ingediend.
      Conform het voorstel van B. en W. werd het ingediende ontwerp tot herziening van het uitbreiding-plan vastgesteld met dien verstande, dat aan B. en W. de bevoegdheid is voorbehouden om de grens of richting van een straat, gracht of plein of eenig ander deel nader vast te stellen, wanneer bij definitieve uitmeting blijkt, dat eenige afwijking noodzakelijk is.
      Werd zonder nadere bespreking goedgekeurd.

Trottoir-credieten.

      Voor het loopend jaar verleende de Raad op voorstel van B. en W. een crediet van duizend gulden voor den aanleg van trottoirs voor nieuwbouwen.

Verbetering-scholen.

      De besturen der St. Vincentius- en St. Josephbroederscholen in de Dionysiusstraat hebben de medewerking van den Raad gevraagd voor eenige verbeteringen aan deze scholen.
      In verband met het advies der Onderwijs-commissie stellen B. en W. voor de beslissing over de aangevraagde aanschaffing van gordijnen en rijwielbergplaatsen aan te houden en B. en W. op te dragen ter zake met het schoolbestuur in nader overleg te treden.
      De verzochte vervanging der baksteen-belegging der speelplaatsen door basaltine-betegeling achten B. en W. niet als een verandering van inrichting, en zullen dus uit de vergoeding ex-artikel 101 aan de scholen moeten worden bestreden.
      Tegen aanschaffing van banken en rioleering der speelplaatsen kan geen bezwaar worden gemaakt en moet de Raad dus medewerking verleenen.
      Dhr. Tops lichtte het advies van de Onderwijs commissie, dat gelijkluidend is met het voorstel van B. en W., in de motiveering van haar standpunt toe.
      De commissie achtte b.v. nieuwe gordijnen en het maken van een rijwielbergplaats niet noodig.
      De raad besloot op voorstel van dhr. Breukers, dat zij principieel er tegen was om aan lagere scholen rijwielbergplaatsen te laten maken op kosten der gemeente.
      Het voorstel van B. en W. werd aangenomen.

Rondvraag.

      De VOORZITTER richtte een woord van dank tot de vier scheidende Raadsleden namens het gemeentebestuur en de burgerij voor al hetgeen zij in het belang van Roermond hebben gedaan en bracht de beste toekomstwenschen tot uiting.
      Dr. RIETER wees op de mooie verlichtingsmogelijkheid van het Stationsplein en vroeg sterkere booglampen: B. en W. zullen deze kwestie nader onderzoeken.
      Dhr. TURLINGS informeerde, of de Kapellerlaan nog vóór den winter zal worden verbeterd.
      WETHOUDER IR. RUYTEN verklaarde, dat het wegdek in onderhoud is bij den Prov. Waterstaat, die bezwaren heeft een afdoende verbetering aan te brengen: de voetpaden zijn nl. in beheer bij de gemeente. De Prov. Waterstaat zou wellicht ervoor te vinden zijn afdoende verbetering te brengen, als de laan geheel van aard veranderde: trottoirs en rooien der boomen.
      Dhr. CORNELIS verklaarde bij interruptie dat dit schandelijk zou zijn.
      Dhr. TURLINGS zou het ook betreuren, als de boomen der Kapellerlaan moesten verdwijnen.
      Dhr. TOPS informeerde naar de mogelijkheid, dat de gemeente den weg in onderhoud nam met subsidie der Provincie.
      Dhr. BREUKERS wees erop, dat het niet zeker is, of de tram zal verdwijnen; zoolang dat niet gebeurt, kan het karakter dezer laan toch niet veranderd worden.
      DR. RIETER wees erop, dat de Kapellerlaan op den duur zich zelf afbreekt: spr. herinnerde aan het voorstel van een jaar of acht geleden om een laanbeplanting aan te brengen op de tegenwoordige Emmalaan in het Veld, parallel aan de bestaande Kapellerlaan: als deze zichzelf heeft afgebroken, is er een nieuwe lommerrijke laan als wandelgelegenheid ontstaan.
      B. en W. zullen deze kwestie nader overwegen, waarna sluiting der bijeenkomst.