Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 134/Ir. Joseph Cuypers te Roermond

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ir. Joseph Cuypers te Roermond
Auteur(s) Anoniem en H.V.
Datum Dinsdag 9 juni 1936
Titel Ir. Joseph Cuypers te Roermond. Woensdag 10 Juni bereikt hij den leeftijd van 75 jaar. Zoon van een groot bouwmeester en zelf een begaafd veelzijdig kunstenaar
Krant Limburger Koerier
Jg, nr 91, 134
Editie, pg [Dag], 3
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Ir. JOSEPH CUYPERS te ROERMOND

Woensdag 10 Juni bereikt hij den leeftijd van 75 jaar.

ZOON VAN EEN GROOT BOUWMEESTER EN ZELF EEN BEGAAFD VEELZIJDIG KUNSTENAAR

      Ir. Joseph Th. J. Cuypers te ROERMOND wordt a.s. Woensdag 10 Juni vijf en zeventig jaar. Een gebeurtenis, welke een dankbare gelegenheid schept om de vele verdiensten van dezen jarige als bouwmeester en beoefenaar der aangepaste kunsten in een zij het beknopt, bestek te releveeren.

      Ir. Jos. Cuypers zal, daarvan zijn we maar al te goed overtuigd, niet gaarne zien, dat hij bij deze gelegenheid het middelpunt wordt van een openbare hulde, welke hij in zijn grooten eenvoud en bescheidenheid als mensch bij de herdenking van zijn zeventigsten verjaardag ook ontliep.


Limburger Koerier vol 091 no 134 Joseph Cuypers.jpg


      Het bereiken van een leeftijd van 75 jaar – een ouderdom, welke de allermeesten onzer niet bereiken en zeker niet beleven in het genot van een vitaliteit, geestkracht en werklust, welke ir. Jos. Cuypers thans nog kenmerken, en hem ook in dit opzicht een goed zoon van zijn grooten vader doet zijn – is echter een té merkwaardige gebeurtenis om onopgemerkt voorbij te laten gaan.
      Ir. Jos. Cuypers is een van die groote figuren, welke Limburg aan ons land heeft geschonken en waarop ons Zuidelijk gewest met recht trotsch mag zijn... onze provincie hoopt ir. Cuypers nog lange jaren te behouden in al de blijmoedige vitaliteit en merkwaardige productiviteit, welke hij ook op dezen leeftijd nog zoo overtuigend bezit.

      Ir. Joseph Cuypers werd te Roermond geboren op 10 Juni 1861 in het bekende dr. Cuypershuis, waarin thans het Cuypers-Luyten-Museum van de gemeente Roermond is gevestigd. Reeds tijdens zijn studiejaren te Rolduc openbaarden zich bij den eenigen zoon van den grooten dr. P. Cuypers de aanleg en de lust voor het vak, waarin zijn vader zulk een vooraanstaande, vooral ook in den laatsten tijd weer meer gewaardeerd wordende, plaats innam.
      Nadat hij aan de Polytechnische school te Delft met uitstekend gevolg zijn examen voor civiel-ingenieur had afgelegd, lag zijn levensbaan voor hem afgelijnd.

ZIJN EIGEN WEG GEVONDEN!      

      Ir. Jos. Cuypers maakte, na Delft, ongeveer een jaar de practijk mee in de kunst-ateliers van zijn vader. Toen ondernam hij een studiereis door Frankrijk. Italië, Noord- en Zuid-Duitschland, op welke reis hij zijn groote belangstelling in de geschiedenis der bouwkunst, in het wezen der architectuur en in de uitingen van de sierkunst verder kon ontwikkelen, en zijn eigen inzichten kon toetsen aan de architectonische pronkstukken, welke voorgaande eeuwen ons hebben geschonken. Bij de zeer individueele opvattingen, welke zijn vader in de door hem geleide kunstateliers welhaast dwingend tot in de details deed toepassen, zien we niettemin ir. Jos. Cuypers toch zijn eigen persoonlijke kunstinzichten ontwikkelen.
      Natuurlijk heeft hij in de 25 jaar, dat hij onder directe leiding van den „ouden” dr. Cuypers op de Roermondsche kunstwerkplaatsen werkte, den invloed ondergaan van de Cuyperiaanschen stijl en opvatting, maar tevens ontwikkelde zich daar ook in hem een uitgebreide kennis van de aangepaste kunsten: beeldhouwen, houtsnijwerk, schilderen, brandschilderen enz.
      Ir. Jos Cuypers’ eerste groote zelfstandige werk werd de bouw van de Haarlemsche kathedrale kerk, de Sint Bavo, waarvan hij reeds in 1895 de eerste plannen ontwierp en waarvan de algeheele voltooiïng eerst in 1930 tot stand kwam. Dit kunstwerk legt toch wel duidelijk getuigenis af van de rijpende inzichten en opvattingen van een kunstenaar, die het zeldzaam voorrecht heeft de algeheele voltooiïng van zulk een grootsch monument door tientallen jaren heen zelf te kunnen leiden en inspireeren. Het kan natuurlijk niet in het bestek liggen van een korte levensschets als deze, ’n overzicht te geven van de talrijke reeks bouwwerken, welke de zeer vruchtbare geest van dezen kunstzinnigen bouw-ontwerper in zijn lange leven heeft opgeleverd.
      Vele kerken, overal in den lande, door Jos. Cuypers ontworpen, getuigen allen van de groote toewijding en de liefdevolle zorg van dezen veelzijdigen kunstenaar, om zoowel in de architectonische vormen als in de kunstzinnige aanpassing van zijn interieurswerk den stijlvol geheel te verkrijgen, dat zijn eigen, persoonlijke opvattingen tot uiting brengt.
      Ook op het gebied van de burgerlijke bouwkunst bracht ir. Jos. Cuypers vele bekende monumenten tot stand; noemen we hier b.v., naast een groot aantal juweeltjes van woonhuizenbouw, het uit latere jaren dateerend Effectenbeurs-gebouw te Amsterdam, waaraan al reeds vertegenwoordigers van een nieuwe Cuypersgeneratie medewerkten, n.l. Joseph Cuypers’ zoons Pierre en Michel.

OOK THANS NOG ZEER PRODUCTIEF.

      Ook in de laatste jaren nog kwamen, in samenwerking dan met zijn zoon, architect Pierre Cuypers te Amsterdam, naast vele kleinere, o.m. de volgende grootere werken tot stand:
      Afbouw der H. Hartkerk te Tilburg; restauratie van de abdijkerk te Rolduc en nieuwbouw eener aula aldaar; kapel en noviciaatsgebouw der Franciscanessen te Roozendaal; restauraties aan ’t R. C. Godshuis Roermond; kerkbouwen te Lutterade, Kelpen-Oler en Altweert; kerkuitbreiding te Mechelen (L.), patronaatsgebouwen en K. J. V.-huizen, restauratie van den gemeentetoren te Vleuten, enz.
      Momenteel nog werkt de 75-jarige met jeugdigen ijver en veel liefde aan de plannen voor de restauratie en uitbreiding van het juweel onder de kerken van ons bisdom: de Sint Bartholomeuskerk te Meerssen; aan de restauratie van den ouden St. Plechelmustoren te Oldenzaal en van den gemeentetoren te Sint Michielsgestel.
      Uit deze zeer onvolkomen opsommingen van bouwwerken van ir. Jos. Cuypers blijkt intusschen wel beel duidelijk de bijzondere, liefdevolle aandacht, welke van den kunstenaar Cuypers uitging naar de restauratie van bouwschatten uit vroeger eeuwen, een voorliefde, welke bij den zoon van den grooten dr. Cuypers eigenlijk wel begrijpelijk is. Tallooze kasteelen en groote behuizingen zijn dan ook door Joseph Cuypers gerestaureerd of in kunstzinnige vormen passend en aangepast hersteld.

LEIDER DER KUNSTWERKPLAATSEN.

      Opmerkelijk is, dat deze productieve architect en bouwkunstenaar nog tijd en gelegenheid vond om in de leiding der Cuypers-kunstwerkplaatsen, welke dr. P. Cuypers indertijd als „school van handwerklieden” had opgericht, het levenswerk van zijn beroemden vader op waardige wijze voort te zetten. Ir. Jos. Cuypers wilde niet, gelijk de oude dr. Cuypers, het alleen-scheppend geestelijk middelpunt vormen van de kunstateliers, maar hij gaf altijd slechts in groote trekken zijn bedoelingen aan, het aan zijn uitgezochte en bekwame medewerkers overlatend, naar eigen inzichten de details uit te werken
      Nog in den laatsten tijd werden op deze ateliers, waarvan ir. Jos. Cuypers dan de aesthetische leiding voert, vele belangrijke werken uitgevoerd, waarvan we slechs vermelden:
      Hoofdaltaar, zijaltaren, Communiebank en Kruisweg in de Franciscanessen-kapel te Roozendaal; hoofdaltaar in de St. Augustinuskerk te Lutterade; beglazing met gebrandschilderd glas ln de kerk te IJsselstein (U.); beschildering van de kerk te Meyel; mozaïek-kruiswegstaties in de kerken te Rijssen en Lonneker; beschildering van de Franciscanessenkapel te Etten; hoofdaltaar en zijaltaren, met beschildering van de kerk te Steenwijkerwold; bisschopstroon voor de Seminariekapel in het Bisdom Breda, enz.

DOCENT EN AUTEUR IN DE BOUWKUNST.

      Ir. Jos. Cuypers is, naast zijn veelzijdige werkzaamheid als bouwer en interieur-kunstenaar, ook zeer productief geweest op ander gebied: uitstekend spreker en schrijver, was hij altijd zeer gewild als docent, en als auteur in bouwkundige tijdschriften. Indertijd heeft hij een tijdlang het leeraarschap aan de Museumscholen (de toenmalige Rijksnormaalschool voor teekenonderwijs en de Rijksschool voor Kunstnijverheid) waargenomen, welk leeraarschap hij van zijn vader had overgenomen. Bij de omzetting van de Polytechnische School te Delft in de Technische Hoogeschool wees hij echter het hem aangeboden hoogleraarschap af, wijl hem dit van zijn eigenlijk scheppend architectenwerk zou afhouden.
      Talloos zijn de artikelen, welke hij in binnen- en buitenlandsche vakbladen schreef: vol leven, klaarheid en deskundig oordeel, werden zij steeds met belangstelling gelezen.
      Van vele vereenigingen in binnen- en buitenland op ’t gebied van bouwkunde, letterkunde en monumentenzorg, is hij lid, bestuurslid, voorzitter of eerelid. In deze provincie bekleedt hij o.a. het voorzitterschap van de Provinciale Schoonheidscommissie te Maastricht, van de Ver. Ambachtsschool voor Roermond e.o.; van Natuur- en Letterkundig Genootschap Roermond, enz.; hij is adviseur inzake welstandseischen voor de gemeente Heemstede, id. van het uitbreidingsplan der gemeente Maastricht, lid van de vaste commissie voor uitbreidingsplannen in Noord-Holland, enz.

OP GEBIED VAN STEDENBOUW.

      De laatst genoemde functies wijzen in de richtin, waarin ir. Jos. Cuypers zich voor ons land óók nog heel bijzondere verdiensten heeft verworven, n.l. op het gebied van steden-bouw, steden-aanleg en streekbebouwing.
      In zijn leven heeft hij zeer vele plannen tot uitbreiding of aesthetisch-verantwoorden aanbouw van steden ontworpen. Hierbij gingen zijn groote kennis van de technische mogelijkheden onzer hedendaagsche bouwkunst alsmede de aanwending en gebruikswaarde van allerlei bouwmateriaal, als het ware hand in hand met zijn uitgebreide kennis van bouwstijlen en bouwhistorie. Tengevolge hiervan slaagde Joseph Cuypers erin op kunstzinnige wijze zijn nieuwbouw-plannen steeds aan te passen aan het bestaande, echter niet door middel van starre nabootsing, maar door met eigen vormen oorspronkelijke, artistieke aanpassingen te vinden. Wijzen we in dit verband slechts op het zorgvuldig overwogen en uitgevoerd ombouwingsplan van de Munsterkerk en het Munsterplein.
      Ir. Jos. Cuypers werd door Z. H. den Paus begiftigd met de Ridderorde van den H. Gregorius den Groote, terwijl H. M. de Koningin hem vereerde met verschillende onderscheidingen.

      De vijfen zeventig jaar tellen bij dezen vitalen, levenskrachtigen man nog niet. Zijn werkkracht en werklust zijn onverminderd, zijn productie geest werkt nog onverflauwd, terwijl zijn werk geen spoor verraadt van den, voor anderen dikwijls zoo verzwakkend werkenden, ouderdom.
      Bij zijn zeventigsten verjaardag schreven we, dat als ir. Joseph Cuypers ook wat zijn leeftijd betreft, het voetspoor van zijn grooten vader volgt, hem nog een reeks van productieve jaren wacht, waarin hij de Nederlandsche architectuur en interieurkunst nog met veel schoons kan verrijken. Datzelfde geldt nog ten volle voor den thans vijf en zeventig jarige.
      Daarom een van harte gemeend „ad multos annos” tot ir. Jos. Cuypers ter gelegenheid van het bereiken van dezen merkwaardigen leeftijd.

CUYPERS’ BETEEKENIS VOOR DE SCHOONHEIDS-COMMISSIE VAN MAASTRICHT.

      Morgen Woensdag 10 Juni zal de Heer Ir. Jos. Cuypers zijn 75ste levensjaar voleind hebben. Voor zeer velen zal dit een gelegenheid zijn om dezen grooten Nederlandschen bouwmeester en niet minder grooten Limburger van hunne belangstelling te doen blijken.
      Hij zal geëerd worden om zijn vele en schoone bouwwerken, welke hij heeft daargesteld en waarvan de Haarlemsche kathedraal wel de parel genoemd mag worden. Men zal getuigen van zijn werkzaam leven, van zijn groote gaven van geest en hart. Hij mag herdacht worden om zijn groote kennis van de architectuur, waardoor hij destijds werd aangezocht voor hoogleeraar aan de Technische Hoogeschool te Delft. Al deze herdenkingen zijn echter van algemeenen aard. Bij dit vijf en zeventigjarig levensjubileum mag ik wijzen op de buitengewone verdiensten, welke deze groote meester zich voor Maastricht heeft verworven als lid en voorzitter van de Schoonheidscommissie.
      Toen op 14 December 1920 de Schoonheidscommissie werd geïnstalleerd, was dhr. Cuypers daarvan een der leden; reeds spoedig daarna op 4 November 1921, werd hij tot voorzitter aangewezen. Als voorzitter en leider der besprekingen in de vergaderingen was hij de aangewezen man. Het is moeilijk om in een paar woorden zijn vele en groote verdiensten in deze functie hier uiteen te zetten.
      Wanneer in de Commissie de beoordeeling van ’t een of ander plan in bruisende bewoordingen tot uiting kwam, dan was het de taak van den voorzitter om het oordeel van de commissie aan den belanghebbende of aan den ontwerper mede te deelen, waarlijk een niet altijd eenvoudige en gemakkelijke taak, doch voor een man als Cuypers was dit blijkbaar geen moeilijke opdracht. Met groote en innemende bescheidenheid en op een bepaald onderwijzende manier, wist hij de fouten en tekortkomingen duidelijk te maken en vaak dankbaar, doch steeds zonder morren of wrevel vertrok men in de overtuiging, dat Cuypers het juist voor had en men zelf ongelijk had en dat een beter plan moest worden ingezonden.
      Vijftien jaren heeft hij als voorzitter thans de leiding van de Commissie en vijftien jaren heb ik het groote voorrecht van zijn groote bekwaamheden te mogen getuigen. Nooit of nimmer valt deze geniale man uit zijn verband, steeds is hij waardig, hoffelijk en voorkomend, terwijl dit alles wordt gedragen door groote kennis en buitengewone liefde voor zijn beroep. Het is voor mij moeilijk te moeten gelooven, dat deze voortreffelijke man thans vijf en zeventig jaar is, doch het is helaas waar. Dankbaar gedenk ik hem, dien ik vijftien jaren lang mocht ontmoeten en van wiens groote kennis ik mocht profiteeren.
      Ook Maastricht mag hem dankbaar zijn voor alles, wat hij op dezen belangrijken post voor onze stad heeft gedaan.
      Moge hem de lust en de kracht nog lang gegeven zijn, om van zijn verdienstelijk leven nog veel te blijven schenken voor onze goede stad Maastricht.
      Groote meester, op Uw vijf en zeventigste verjaardag de oprechte en dankbare gelukwenschen.

H. V.      

      Maastricht, Juni 1936.