Limburgsch Dagblad/Jaargang 12/Nummer 247/Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren
Auteur(s) Anoniem
Datum Dinsdag 22 oktober 1929
Titel Maastricht. Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren. Canne en telefoonpalen
Krant Limburgsch Dagblad
Jg, nr 12, 247
Editie, pg [Dag], eerste blad, [2]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

MAASTRICHT

TENTOONSTELLING VAN WERK DER LIMBURGSCHE JONGEREN.

Canne en telefoonpalen.      

      * Toen we verleden jaar de eerste expositie van deze soort als een gebeurtenis in het gewestelijke kunstleven waardeerden, waren we niettemin eens benieuwd of deze bloei constant blijken zou. De pas geopende expositie overtuigt ons ervan, dat we van deze groep voor de toekomst iets mogen verwachten.
      Het aantal dezer jongeren is met één uitgebreid: P. Windhausen trad toe tot de groep. Een geestverwant; hij heeft een voelig coloriet en dito vormgeving, iets vaag en flossig. Het kinderkopje in olieverf bewijst evenwel, dat het ook raker kan.
      P. Coenen kenmerkt zich weer als overgangsfiguur; iets te zacht en gematigd in deze omgeving.
      Jan Hul schildert met feller temperament, meer expressionistisch en dramatisch. Een zijner kerkhofstukken verrast door een sterk tragisch accent. Canne vond in hem een interessant uitbeelder, men zie het eigenaardige stuk „Het dorp”.
      M. Hul ziet alles vereenvoudigd tot oervormen, omgeven van een onheimelijke stemming.
      Van P. Kromjong treffen we een groot aantal stukken, waaronder het krachtige „Berglandschap, Canne” terstond opvalt. Verder een vaardig portret en enkele fiksche studies.
      Levigne blijft de meest nerveus bewogene van de groep. Hij is grilliger van lijn, plotser van kleur, ongelijker maar ook levendiger. „Huizencomplex” en de beide stukken „Wonder te Cana” behooren tot zijn beste werk.
      Van Scheffers waardeeren we het meest de tropisch-zwoele sepia-teekening „Canne.
      H. Schoonbrood neemt met een drietal stukken een voorname plaats in op deze tentoonstelling. We bedoelen het portret in olieverf, dat we minder geslaagd achten, en zijn grootere werken „Emmaüs-zangers” en „Aanbidding” Deze laatste twee rekenen we tot het allerbeste wat de groep tot nog toe opleverde. Het zijn werkelijk mooie, rijpe stukken, nobel en fijn van expressie en, bij alle soberheid, rijk van tint.
      Het spreekt vanzelf, dat deze „jongeren” (zeer betrekkelijk!) niet geheel onafhankelijk staan, van de „oudere” generatie. Met name Jonas, Eyck en Adams meent men wel eens te herkennen. Jonas in de stoerheid van compositie en vormen; Adams in de zachte religiositeit van sommige koppen en Eyck... in de telefoonpalen. Het kunnen intusschen ook palen en draden der electrische geleidingen zijn, maar in ieder geval gingen zich de „jongeren” aan zekere veeldradigheid te buiten.
      Verder lijkt deze tentoonstelling ons typisch, doordat ze voor de helft gewijd is aan Canne, welks landschappelijk schoon weldra danig zal worden geschonden. Zoo werd deze expositie tevens iets als een apotheose voor dit mooie, belaagde stukje natuur!

Overige vindplaatsen[bewerken]

  • Anoniem (23 oktober 1929) ‘Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren’, De Limburger, eerste blad, [p. 2].