Limburgsch Dagblad/Jaargang 4/Nummer 141/Limburgsche kunstzin

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Limburgsche kunstzin
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 18 juni 1921
Titel Limburgsche kunstzin. ’n Limburgsch kunstenaar.
Krant Limburgsch Dagblad
Jg, nr 4, 141
Editie, pg [Dag, 3]
Opmerkingen Pierre Cuypers vermeld als Cuypers, Albin Windhausen als Alwin Windhausen
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

LIMBURGSCHE KUNSTZIN. ’N LIMBURGSCH KUNSTENAAR.


      Het Limburgsche volk is kunstzinniger dan het overige Nederland. Zijn muzikaliteit is bekend, evenals zijn smaak voor harmonie, in kleur en lijnen.
      Als in Limburg de „bronk” uittrekt, dan valt u in het kleinste dorp op, hoe ontwikkeld het schoonheidsgevoel is der landelijke bevolking. In bevalligen zwier heeft zij guirlandes geslingerd over en om de altaartjes, die in bloemenpracht schitteren. Met exquisen smaak zijn de paden, waarlangs de processie trekt, bestrooid met kleurig zand. Rozen, muurbloemen, klaprozen, margrieten bedekken den grond, waarover Sleevenier (O. L. Heer) straks zal gaan.
      Zij is mooi, zoo’n Limburgsche processie!
      Zij bewijst, dat de bevolking voelt voor het schoone; dat zij – al is ’t soms onbewust – zoo iets ook tot uiting weet te brengen.
      Het Limburgsche volk bracht ook verscheidene kunstenaars voort, onder wie wel Dr. Cuypers z.g., een der grootsten was. Hij inspireerde de jongeren of prikkelde hen tot het scheppen van kunstwerken, elk op zijn gebied.
      En zoo kennen we dan o.a. op het gebied der beeldende kunst in Limburg: Cuypers (Sen. en Jun.) en de Tissens (vader en zoon); op het gebied der fraaie letteren: Alphons Laudy, Felix Rutten, Frans Erens; op het gebied der muziek Hub. Cuypers, Thijssen, Luyten; op het gebied der schilderkunst; Graafland, Jean Laudy en Jean Thoolen.
      Over den laatste nog iets meer.
      Hij is een jong kunstenaar. Zijn jeugd en jongelingsjaren bracht hij door in Roermond, de stad van de beroemde Munsterkerk, de stad met haar kathedraal, beide staaltjes van Christelijke kunst, die indruk maken op elk gemoed, dat voor het schoone ontvankelijk is.
      Ze maakten ook indruk op hem. En in de zeer gunstige bekende ateliers van Alwin Windhausen, werd hij gevormd tot schilder, tot kunstenaar, wiens werk, reeds thans door velen geapprecieerd wordt en die voor de toekomst nog veel belooft.
      Dezer dagen hadden wij het genoegen van Jean Thoolen een kruisweg te zien.
      Hij hangt in het klooster der Eerw. Zusters van het Voogdijgesticht aan den Straelschen weg bij Venlo.
      Jean Thoolen is zich zelf. Hij is in zijn schildering gematigd Gothisch. Zijn coloriet wekt reminiscenties aan den meester der Christelijke kunst, Alwin Windhausen. Doch Windhausen neigt maar naar de Gothiek, terwijl Jean Thoolen vooral aandacht vraagt voor de afzonderlijke karakters, die uit de figuren zijner schilderijen duidelijk spreken. Hij helt over tot de realiteit en vermijdt het zoetelijke, dat, hoe goed ook bedoeld, in sommige kruiswegen, te zien is.
      Deze kruisweg van Jean Thoonen is een mooi stuk Christelijke kunst.
      Met name de derde, de negende en de elfde statie, zijn bijzonder goed gelukt, ’t Zijn de 1ste en 3de val van Jezus en de voorstelling: „Jezus aan het Kruis”.
      Op de derde en negende statie zijn goed gekarakteriseerd de grimmige haat, dien de Farizeeën aan Christus toedragen, hun vrees, dat hij niet verder meer zal kunnen gaan en dus Zijn lijdenskelk niet tot den bodem zal ledigen.
      De elfde statie is, in zijn somber kleurengamma, een subliem staaltje van beeldend vermogen. Zij spreekt tot den toeschouwer en zegt hem, hoe onheilspellend de natuur was hoe dreigend het zwerk op het oogenblik, dat de Godmensch den geest gaf.
      Waarlijk, een Kruisweg als deze te zien, schept hoopvolle verwachtingen, omtrent de toekomst der Christelijke Kunst, hier te lande.
      Jean Thoonen heeft ook ander mooi werk geleverd.
      Hij schilderde, o. m. het tabernakel van de kerk te Smakt en maakte verder een paar kunstzinnige schilderijen, betrekking hebbende op het Mirakel van O. L. Vrouw in ’t Zand. Deze schilderijen worden telken jare medegedragen in de bedevaart, die van Den Bosch naar Roermond gaat.
      Het penseel van Jean Thoonen is vruchtbaar. De Christelijke kunst vindt in hem een toegewijde dienaar, die haar, naar wij hopen, nog vele diensten zal bewijzen.

Overige vindplaatsen[bewerken]

  • Anoniem (18 juni 1921) ‘’n Limburgsch Kunstenaar’, De Tijd, derde blad, [p. 2-3].