Merian - Metamorphosis (1705)/41

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
40. Pepo arborescens Merian - Metamorphosis (1705) van Maria Sibylla Merian

41

42. Ketmia Ægyptiaca femine Moschato


[131]

Maria Sibylla Merian-Metamorphosis-Uni bib Utrecht MAG AB 352 Rariora 41.jpg

[132]

 

VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 41

DE XLI. AFBEELDING.


DEze roode wortel Battattes genaamt, is wat lichter als in Europa de Bietwortels, men beryd die ook als de Bietwortels, men stoofse ook by vleesch, haar smaak gelyk zeer aan de Castanien, zyn weeker en noch lieflyker als de zelve, wassen en vermeerderen sig schielyk, alzo dat van een wortel in korte tyd een heel velt vol word, sy loopen op als de Winde waarom die ook om dit Ried omgelyd heb, (welk Ried ook daar in 't land omtrent de wateren wast, en heeft rood-achtige geele bloemen) de Battattes bloemen zyn blaeuw, als een tak op de aarde raakt, maakt hy weder wortel, en vermeerdert sig alzo door wortel, ranken en zaaden.

Den Rups op het ried-blad kruipende, at beide deze kruiden, was gans vierkantig, geelachtig groen, met roode ronde knoopjes bezet, hare klaeuwen en voetjes laagen in een dun doorsigtig velletjen, het welk over het geheele onderlyf heenen ging, in 't gaan zag men geen voeten, maar kleefde overal aan met dit velletjen als een slak, den 22. July heeft sy haar zelven een okerverwig gespinst gemaakt, waaruit den 23. Augusti een zodanig vligend dier uit quam, bruin en met gout geele streepen vercierd, als boven vliegend vertoond werd.

Het kleine groene Rupsken (gelyk als twee op den steel en blad kruipen) heeft deze Battattes bladen gegeeten, ik heb diergelyke ook op de Comcommers gevonden, sy waren zeer ras, om achterwaarts en voorwaarts te loopen, ten laatsten wierden sy rooserood, maakten een dun wit gespinst, daar in sy den 24. Augusti tot Poppetjes wierden, den 29, 30, 31. Augusti quaamen tweederlei Cappelletjes daaruit wit en geel, met bruine randen, gelyk hier een zittende en vliegende vertoond word.

 

Dit ried, dat hier afgebeeld werd, is de Cannacorus flore Coccineo splendente Tournefortii institutiones rei herbariæ, en de Canna indica flore fulgenti Cocco splendente Herm. Catal. de Winde, die sig om dit ried omwind, is de Kappa-kelengu in de hortus Malabaricus, en Batatas of te Camotes Hispanorum onder deze naam van Clusius beschreeven, veel naamen, met welke deze Winde van verscheide Auteuren werd voorgesteld, werde by een gevoegt in myn flora Malalabarica onder de naam van Convolvulus indicus, radice tuberosa eduli, cortice rubro, Batatas dictus Parad. Bat. Prod. tot noch toe heeft echter niemant, dat my bekent is, de bloemen van dit gewasch afgebeelt, dan alleen den Auteur van dit Werk, alhoewel Piso in sijn Historia Naturalis geschreeven heeft, dat de soorte van Batata een bloem voortbrachten, als die der Winden; Clusius heeft nimmer konnen te weeten komen welk bloem ofte vrucht dit gewasch voortbracht; Marggravius ontkend dit gewasch een van die beide voort te brengen, zodat men uit de afbeelding, die hier vertoond werd, klaarlijk kan zien, dat het met recht van verscheide Auteuren onder de soorte van Winde geplaatst is: Hernandes in sijn Historia Mexicana verbeelt in een mede soorte, die hy Cacamotic Tlanoquiloni feu Batata Purgativa noemt, bloemen die de bloemen der Winde gelijk, is. Welke Batata Purgativa ook zodanige bloemen van Piso en Marggravius werden toegeschreeven.